07/02/2026
Soms begint een relatie niet met verliefdheid,
maar met een zin die blijft hangen.
“Ik weet niet wat het precies is,
maar er is iets aan jou waar ik de vinger niet op kan leggen…misschien is het je lach.”
Het wordt gezegd zonder grote woorden, bijna terloops, maar het raakt iets wat dieper ligt dan aantrekkingskracht.
Omdat je voelt dat je niet alleen gezien wordt in hoe je eruitziet,
maar in hoe je denkt, voelt en de wereld ervaart.
De gesprekken gaan meteen de diepte in.
Niet over alledaagse dingen, maar over het leven, over gevoel, over zoeken,
over dat vage besef dat er meer is dan wat zichtbaar is.
De één voelt zich eindelijk begrepen.
De ander voelt een zeldzame verbinding.
In het begin voelt dat als gelijkwaardigheid.
Alsof je elkaar ontmoet op hetzelfde niveau,
alsof je elkaar aanvult in hoe je kijkt en voelt.
Maar langzaam wordt duidelijk dat de dynamiek subtiel verschuift.
De één zoekt richting, betekenis en houvast.
De ander heeft rust en helderheid al in zich,
zonder zich daar bewust van te zijn,
en biedt die vanzelf aan door er simpelweg te zijn.
Er ontstaat een intense verbondenheid,
waarin woorden, muziek en momenten steeds meer lading krijgen.
Niet alleen om samen te delen,
maar ook om iets bij de ander neer te leggen
wat zelf nog niet gedragen kan worden.
De één voelt zich sterker, rustiger, meer zichzelf in die nabijheid.
De ander voelt zich nodig, gezien en verbonden.
En zonder dat iemand het zo bedoelt,
verschuift de relatie van samen zijn
naar dragen.
Je wordt degene bij wie de ander zichzelf kan voelen,
degene die begrijpt, opvangt en meebeweegt,
degene die ruimte houdt voor alles wat nog geen vorm heeft.
En dat voelt als liefde.
Diep, intens en allesomvattend.
Maar ondertussen verdwijnt er iets.
Niet ineens, maar langzaam.
Je eigen ruimte.
Je eigen richting.
Je eigen grens.
Niet omdat je te veel gaf,
maar omdat je nog niet wist
dat nabijheid niet hetzelfde is als verantwoordelijkheid.
Dit soort relaties zijn stormachtig,
vol betekenis en intensiteit,
en juist daardoor moeilijk los te laten.
Pas later, vaak jaren later,
soms tijdens iets heel alledaags,
komt het inzicht.
Niet als drama,
maar als een rustig weten.
Je ziet ineens hoe de dynamiek werkelijk was.
Waarom de relatie zo liep.
Waar jij begon te dragen
en jezelf onderweg kwijtraakte.
Je ziet dat wat de ander in jou herkende
niet iets was wat jij voor hem moest zijn,
maar iets wat al van jou was.
En dat jij het niet hoefde te dragen
voor iemand anders.
En dan, jaren later,
komt er een andere liefde op je pad.
Geen liefde die begint met vuur,
maar met rust.
Geen liefde waarin je verdwijnt,
maar waarin je blijft.
Een relatie waarin de ander zichzelf draagt.
Waarin jij jezelf niet hoeft te verliezen.
Waarin je elkaar aanvult,
zonder elkaar over te nemen.
De één brengt gevoel en bewustzijn.
De ander brengt aarding en realiteit.
Niet om elkaar te veranderen,
maar om samen te groeien.
Dan voelt liefde anders.
Minder meeslepend misschien,
maar steviger en veiliger.
En ineens begrijp je
die eerdere liefde was geen fout.
Het was een les.
Een les in hoe diep je kunt verbinden
en waar je jezelf mag terughalen.
En wat je nu leeft,
is geen toeval.
Het is wat er ontstaat als liefde niet vraagt
dat je jezelf verlaat.