21/03/2026
De laatste tijd zie ik het zo scherp dat ik er soms bijna niet meer omheen kan. Ik zie het moment waarop iemand geraakt wordt en ik zie ook precies wanneer het kantelt. Eerst is daar dat ene eerlijke stukje, dat korte moment waarin iemand wéét dat er iets niet klopt, dat er iets schuurt vanbinnen, dat het eigenlijk anders mag. En dan gebeurt het. Het ego neemt het over. Niet groots of zichtbaar, maar subtiel. Het draait het om, verzacht het, of legt het buiten zichzelf neer. Ineens ligt het aan de ander, aan de situatie, aan de omstandigheden. Alles, behalve aan zichzelf.
En het is zo voelbaar. Dat iemand het wél ziet. Wél voelt. Maar het niet durft toe te laten. Omdat echt kijken betekent dat je iets moet loslaten. Dat je verantwoordelijkheid moet nemen. Dat je eerlijk moet zijn over je eigen onzekerheid, je eigen patronen, je eigen aandeel. En dat is confronterend. Dus kiezen mensen voor veiligheid. Voor controle. Voor het verhaal dat ze al kennen.
Maar laten we eerlijk zijn. Dat is geen niet-weten. Dat is niet willen kijken.
En dat is misschien wel het meest rauwe stuk. Dat je voelt dat iemand het antwoord al in zich draagt, maar er bewust omheen beweegt. Zichzelf klein houdt. Zichzelf tegenhoudt. En ondertussen wel blijft zoeken, praten, analyseren, maar nooit echt naar binnen gaat.
Ik zie het. Ik voel het. En ik doe er niet meer aan mee.
Niet omdat ik beter ben. Maar omdat ik het zelf ook heb gedaan. En ik weet hoe makkelijk het is om jezelf te ontwijken. Hoe verleidelijk het is om in je hoofd te blijven, in verhalen, in verklaringen, zolang je maar niet hoeft te voelen wat er echt zit.
Maar groei begint niet daar. Groei begint op het moment dat je stopt met wegkijken. Dat je jezelf aankijkt zonder masker. Zonder excuus. Zonder omweg.
En als je dat niet doet… dan blijft alles zoals het is.