22/09/2025
Steeds meer mensen gebruiken continue glucosemeters (CGM): kleine sensoren die je glucosewaarden in interstitiële vloeistof (de vloeistof tussen je lichaamscellen) elke paar minuten meten over meerdere dagen of weken. Dit geeft een gedetailleerd beeld van hoe je lichaam reageert op voeding, beweging en stress, in tegenstelling tot een enkele vingerprik.
Wat zegt onderzoek?
• CGM kan helpen hyperglycemie (te hoge bloedsuiker) of hypoglycemie (te lage bloedsuiker) vroegtijdig op te sporen. Dit is vooral belangrijk voor mensen met diabetes type 1 of type 2, omdat zij meer risico lopen op plotselinge schommelingen.
• Onderzoeken tonen aan dat inzicht in de glucosevariabiliteit – oftewel hoe sterk je bloedsuiker over de dag schommelt – kan helpen om betere keuzes te maken rond voeding, beweging en leefstijl, en zo je glykemische controle te verbeteren.
• Voor gezonde volwassenen zonder diabetes is het klinisch nut nog beperkt. Het kan interessant zijn om bewust te worden van je bloedsuikerreacties, maar het leidt niet automatisch tot medische aanbevelingen.
Belangrijk om te weten:
• Interpretatie vereist context: kleine schommelingen zijn normaal en niet altijd zorgwekkend.
• Niet elk apparaat is even nauwkeurig: sensoren kunnen fouten geven, vooral bij uitdroging of als de sensor niet goed op de huid zit.
• Psychologische impact: continue feedback kan motiverend zijn om gezondere keuzes te maken, maar kan bij sommigen ook stress of zorgen veroorzaken.
💡 Tip: Wie zo’n sensor gebruikt, bespreekt best de resultaten met een arts of diëtist om conclusies verantwoord te trekken.