Psychotherapeut Johan Samson

Psychotherapeut Johan Samson Ervaren Kinder- en jongerentherapeut nabij Geraardsbergen en Brakel. Ondanks mijn liefdevolle opvoeding liep mijn jeugd niet altijd van een leien dakje. Johan

Een woordje over mezelf als psychotherapeut
Ik werd geboren in 1986 in een gezin met vijf kinderen. Van jongs af aan zag ik rondom mij veel lijden. Dit lijden liet me niet onberoerd; ik ontwikkelde de wens om mensen te helpen een gelukkiger en succesvoller leven uit te bouwen en hen weerbaarder te maken voor tegenslagen op hun levenspad. Mijn harde jeugd had een grote invloed op mijn latere studiekeuze. Na mijn studies Orthopedagogie (vrij vertaald, opvoeden en begeleiden in moeilijke omstandigheden), deed ik ervaring op in de bijzondere jeugdzorg, de gezinsbegeleiding, de kinderopvang en begeleidde jongeren en volwassenen met een mentale beperking in diverse residentiële settings. In deze functies kwam ik in contact met zeer uiteenlopende doelgroepen binnen het Vlaamse welzijnslandschap, en kreeg zo de kans om -in een betrekkelijk korte tijdspanne- een brede deskundigheid op te bouwen. Ik had het voorrecht om met mensen van alle leeftijden te kunnen werken. Van kleine (huil)baby's tot 70 plussers. Tijdens mijn loopbaan als hulpverlener, raakte ik gaandeweg steeds meer geboeid door de beweegredenen achter het gedrag van mijn cliënten. De psychologie zeg maar. Maar enkel begrijpen leek me onvoldoende. Ik koesterde de vaste overtuiging om mensen te willen helpen met hun problemen. Daarom besloot ik mij te verdiepen in de psychotherapie, om aan de hand van dit referentiekader bepaalde gedragingen beter te begrijpen, aan te voelen en –waar nodig- bij te sturen. Het schenkt me enorm veel voldoening om mensen te zien groeien. Ieder mens bezit een groot potentieel. De kunst bestaat er in om dit aan te spreken en aan te moedigen, om mensen te helpen dit potentieel volledig te ontdekken. Er bestaan vele soorten van therapie; elk met zijn eigen voor- en nadelen. Ik ben op zoek gegaan naar een combinatie van de meest doeltreffende therapievormen. Zo kwam ik uit bij de opleiding ‘Integratieve & Humanistische Psychotherapie’ aan de ‘Academie voor Integratieve en Humanistische Psychologie’ te Gent. Buiten deze langdurige opleidingen volg ik ook tal van korte cursussen en workshops. Zo verdiepte ik mij in Life Space Crisis Intervention (LSCI). Een gespreksmethodiek om kinderen en jongeren te ondersteunen tijdens een crisissituatie en hier nadien samen met hen positieve lessen uit te trekken. Ter afronding van mijn studies Orthopedagogie, schreef ik een thesis over deze methodiek, met als titel 'De kracht van een crisis, de implementatie van LSCI binnen een residentiële voorziening in de bijzondere jeugdzorg'. Daarnaast volgde ik ook de opleiding ‘Omgaan met Agressie’, een opleiding ‘Bewegingspedagogie’ van Veronica Sherborne, net als een opleiding ‘Contextueel werken binnen de hulpverlening’ (Nagy), ‘Geweldloos verzet’ (Haim Omer), ‘Psychoanalyse voor mensen met een mentale beperking’ en ‘therapeutisch werken met ondersteuning van paarden’. Door mezelf voortdurend bij te scholen, tracht ik steeds mee te zijn met de nieuwste inzichten en tendensen binnen de hulpverlening. Naast mijn privépraktijk werk in enkele uren per week binnen een voorziening met adolescenten en jongvolwassenen met een mentale beperking, extreme gedragsproblemen en bijkomende psychiatrische problematiek (GES+). Daarnaast begeleid ik ook kinderen en jongeren die tijdelijk niet (voltijds) naar school kunnen. Ik bied deze jonge parels de nodige mentale rust om zichzelf in hun kracht te herbronnen. En op woensdagnamiddagen benut ik mijn energie om met behulp van paarden het zelfvertrouwen van kinderen te vergroten. Verder ben ik in de mij nog resterende tijd gepassioneerd bezig met paarden. Ik heb het geluk zelf over enkele paarden te beschikken en geniet ervan om regelmatig een dartelend veulentje te fokken. Het omgaan en verzorgen van deze prachtige dieren is mijn vorm van ontspanning. Ik hoop alvast dat uw leven even boeiend en uitdagend is als het mijne. Zo niet help ik u graag op weg!

Waarom denken zo weinig hoogbegaafden van zichzelf dat ze hoogbegaafd zijn?Omdat het zelden zo begint.Ouders bellen mij ...
27/02/2026

Waarom denken zo weinig hoogbegaafden van zichzelf dat ze hoogbegaafd zijn?

Omdat het zelden zo begint.

Ouders bellen mij niet met:
“Wij denken dat ons kind hoogbegaafd is.”

Ze zeggen:

“De juf vroeg of we er al eens naar gekeken hebben.”
“Hij gebruikt woorden die niet bij zijn leeftijd passen.”
“Ze lijkt zich vaak te vervelen.”
“Men zegt dat hij meer kan dan hij laat zien.”

En bijna altijd volgt er:

“Maar wij willen niet overkomen als die ouders die denken dat hun kind beter is.”

Dat is het punt.

Het idee komt zelden van binnenuit.
Het komt van buitenaf.
Meerdere keren zelfs.
Door verschillende mensen.

Pas wanneer dezelfde boodschap herhaald wordt,
durven ouders het gaanonderzoeken.

Bij volwassenen zie ik iets gelijkaardigs gebeuren.

Weinig mensen stappen binnen met:
“Ik denk dat ik hoogbegaafd ben.”

Ze komen met iets totaal anders:

“Ik verveel mij snel op het werk.”
“Ik bots voortdurend met leidinggevenden omdat dingen niet logisch zijn.”
“Ik stel uit tot het laatste moment, maar haal het dan toch.”
“Ik voel mij vaak de traagste in praktische dingen en tegelijk de snelste in analyse.”
“Ik denk altijd te veel.”
"Ik heb voor de tweede keer een burn-out, maar ik begrijp het niet, want mijn werk is eerder saai dan moeilijk".

Ze noemen zichzelf kritisch.
Perfectionistisch.
Een overdenker.
Moeilijk.

Maar zelden: hoogbegaafd.

Waarom?

Omdat mensen dit niet automatisch van zichzelf gaan denken.

Wat voor anderen uitzonderlijk lijkt,
voelt voor hen normaal.

Ze weten niet hoe het is om minder snel te denken.
Dus gaan ze er van uit dat iedereen zo denkt.

En tegelijk vergelijken ze zich met hun eigen potentieel.
Niet met het gemiddelde.

Een kind kan je testen.
Daar is ruimte voor. Maar jezelf testen?

Bij volwassenen wordt het snel ongemakkelijker.

Want als je moet erkennen
dat je misschien cognitief sterker bent dan gemiddeld,
dan moet je ook kijken naar wat je ermee gedaan hebt.

En dat schuurt. Het kan je zelfs 's nachts uit je slaap houden.

Vaak begint het pas te bewegen
wanneer hun kind getest wordt.

Wanneer het verslag op tafel ligt.
Wanneer ik zeg:
“Dit profiel zien we vaak in families want er zit dikwijls een erfelijkheidsfactor.”

Dan zie ik iets veranderen.

Geen trots.
Maar herkenning.

En soms ook rouw.

Omdat ze beseffen
dat hun eigen “luiheid”,
“lastigheid”
of “gevoeligheid”
misschien nooit correct begrepen is. Dat ze kansen hebben laten liggen uit onzekerheid.

Veel hoogbegaafden worden niet gezien
omdat ze zichzelf nooit hebben gezien.

Ze ervaarden vooral wrijving.

En wrijving klinkt minder flatterend
dan talent of potentieel.

Werd het bij jou van binnenuit gevoeld…
of pas zichtbaar nadat iemand anders het benoemde?

Johan





“Waarom lig jij nu nóg wakker?”Het is 21u47.Het licht is uit.Het huis is stil.En boven in een kamerligt een kindmet ogen...
24/02/2026

“Waarom lig jij nu nóg wakker?”

Het is 21u47.
Het licht is uit.
Het huis is stil.
En boven in een kamer
ligt een kind
met ogen die open blijven.

En ouders die zeggen:
“Hij is gewoon niet moe.”
“Ze wil haar dag niet loslaten.”
“Hij zoekt aandacht.”

Soms.
Maar vaak niet.

Wat ik zie in mijn praktijk
is iets anders.

Het kind dat overdag flink is.
Oplet.
Zich inhoudt.
Niet stoort.
Zich aanpast.

En ’s avonds…
wanneer het donker wordt
en de stilte valt
komt alles terug.

Gedachten die overdag geen plaats kregen.
Gesprekken die nog eens herkauwd worden.
Blikken van een leerkracht.
Een opmerking van een klasgenoot.
Een fout die niemand anders nog herinnert
maar die vanbinnen blijft echoën.

Sommige kinderen hebben geen moeite met slapen.
Ze hebben moeite met ontladen.

Hun zenuwstelsel staat nog “aan”.
Alsof het lichaam in bed ligt
maar het brein nog in de klas zit.

Zeker gevoelige
en hoogbegaafde kinderen
blijven denken.
Analyseren.
Vooruit plannen.
Scenario’s maken.

Niet omdat ze lastig zijn.
Maar omdat hun hoofd snel is
en hun geweten vaak nog sneller.

En dan hoor je:
“Ga nu gewoon slapen.”
Maar “gewoon” bestaat niet
voor een brein dat blijft werken.

Wat helpt wél?

Geen lange uitleg.
Zeker geen extra scherm.
Geen discussie.

Wel:
– voorspelbaarheid
– vertraging
– een kort ritueel dat elke avond hetzelfde is
– een paar minuten échte nabijheid zonder correctie

En soms een simpele vraag:
“Is er nog iets dat uit je hoofd moet
voor je kan rusten?”

Vaak komt het dan.
Zacht.
In stukjes.
En daarna wordt het stil.

Niet elk kind dat wakker ligt
is koppig.
Sommigen zijn gewoon nog niet geland.

Herken je dit?
Of was jij zelf dat kind
dat ’s nachts meer dacht dan overdag mocht?
Johan

“Maak ik mijn kind te braaf?”Die vraag hoor ik vakerdan ouders durven toegeven.Een kind dat wacht tot het groen is.Terwi...
23/02/2026

“Maak ik mijn kind te braaf?”

Die vraag hoor ik vaker
dan ouders durven toegeven.

Een kind dat wacht tot het groen is.
Terwijl anderen gewoon doorlopen.

Een kind dat zijn werk thuis verder maakt.
Omdat de klas onrustig was.

Een kind dat sorry zegt.
Zelfs wanneer het niet echt fout zat.

En ergens knaagt het.

Niet omdat het kind iets fout doet.
Maar omdat de wereld niet altijd zacht is
voor zachte kinderen.

Van buiten lijkt het ideaal.
Beleefd.
Correct.
Sociaal.

Maar vanbinnen leeft vaak een andere dynamiek.

Dat kind voelt spanning sneller.
Leest gezichten sneller.
Past zich sneller aan.

Niet om “braaf” te zijn.
Maar om verbinding te behouden.
Om veiligheid te voelen.

Dus slikt het woorden in.
Wacht het langer.
Geeft het sneller toe.

Geen karakterfout.
Een overlevingsstrategie.

En ja, dan komt die existentiële oudervraag:
Moet ik mijn kind harder maken?
Mondiger?
Weerbaarder?

Alsof zachtheid en weerbaarheid
niet samen kunnen bestaan.

Maar echte weerbaarheid ontstaat zelden
door een kind minder gevoelig te maken.

Ze groeit wanneer een kind leert:
“Mijn grenzen mogen bestaan.”
“Mijn stem is veilig.”
“Ik mag ruimte innemen.”

Niet door het duwen te leren.
Maar door het blijven staan.

Veel “brave” kinderen
worden later volwassenen
die over hun grenzen gaan
zonder dat iemand het merkt.

Succesvol.
Betrouwbaar.
Maar intern vaak moe.

Omdat ze ooit leerden:
aanpassen geeft rust.

De nuance is belangrijk.

Weerbaarheid is niet luid zijn.
En braaf zijn is niet zwak zijn.

Soms is het net het kind dat zich het meest aanpast,
dat het meest nood heeft
aan toestemming om zichzelf te blijven.

Niet harder.
Wel steviger vanbinnen.

Dus misschien is de echte vraag niet:
“Maak ik mijn kind braaf of weerbaar?”

Maar:
Herken jij het moment waarop jouw kind zich aanpast
terwijl het eigenlijk ruimte nodig had?

En wat doe jij dan meestal —
corrigeren, beschermen,
of stil hopen dat de wereld zachter wordt?
Johan



Waarom sommige kinderen thuis ontploffenen op school “voorbeeldig” zijn.Op school horen ouders:“Zo’n aangenaam kind.”“Zo...
22/02/2026

Waarom sommige kinderen thuis ontploffen
en op school “voorbeeldig” zijn.

Op school horen ouders:
“Zo’n aangenaam kind.”
“Zo rustig.”
“Zo beleefd.”

En thuis?

Boosheid.
Tranen om iets kleins.
Discussies over een bord pasta.
Een jas die niet juist hangt en plots is er een explosie.

En dan komt de twijfel.
Waarom alleen bij ons?
Wat doen wij fout?

Psychologisch gezien is dit vaak geen teken van falen.
Maar van veiligheid.

Op school staat een kind urenlang “aan”.

Opletten.
Presteren.
Regels volgen.
Prikkels filteren.
Zichzelf corrigeren.
Sociaal inschatten.
Fouten vermijden.

Zeker gevoelige, plichtsbewuste en hoogbegaafde kinderen
scannen voortdurend hun omgeving.

Wat wordt verwacht?
Is dit juist?
Zeg ik dit goed?
Doe ik het goed genoeg?

Dat vraagt zelfcontrole.
En zelfcontrole kost energie.

Veel energie.

Maar die spanning zie je niet.
Want het kind houdt zich groot.
Flink.
Gecontroleerd.

Tot het thuiskomt.

En daar geb***t iets wat vaak verkeerd begrepen wordt.

Geen ontsporing.
Maar ontlading.

Thuis is de plek waar het zenuwstelsel eindelijk voelt:
“Hier moet ik mij niet bewijzen.”

En veiligheid betekent niet altijd rust.
Soms betekent het dat alles wat werd ingehouden,
alsnog naar buiten komt.

De frustratie.
De overprikkeling.
De vermoeidheid.
De druk om het goed te doen.

Dat ziet eruit als lastig gedrag.
Brutaal.
Overdreven.
Onredelijk.

Maar onder die reactie zit vaak:
een hoofd dat te veel verwerkte.
een lichaam dat te lang gespannen stond.
een kind dat geen moment had
om gewoon zichzelf te zijn.

Ontploffen is dan geen manipulatie.
Het is decompressie.

Misschien is de vraag dus niet:
“Waarom doet mijn kind dit alleen bij ons?”

Maar:
“Hoeveel heeft mijn kind zich vandaag ingehouden?”

En wat zou er veranderen
als we die ontlading niet alleen zien als probleemgedrag,
maar ook als een signaal van opgebouwde spanning?

Ik ben benieuwd.
Wat helpt bij jullie wanneer de dag er thuis uitkomt?

Johan

Waarom slimme mensen vaak als lastig worden gezien.Er is een groot verschil tussen lastig zijn en lastig gevonden worden...
21/02/2026

Waarom slimme mensen vaak als lastig worden gezien.

Er is een groot verschil tussen lastig zijn
en lastig gevonden worden.

Slimme mensen stellen vragen.
Niet om te moeilijk te doen.
Maar omdat ze écht willen begrijpen.

Ze nemen geen genoegen met
“zo doen we dat hier nu eenmaal.”
Ze willen weten waarom.
En of het ook anders kan.
En of het eerlijk is.
En of het klopt.

En daar begint het soms te wringen.

Want wie veel ziet, ziet ook inconsistenties.
Wie snel denkt, merkt gaten in redeneringen.
Wie gevoelig is voor nuance, hoort wat niet gezegd wordt.

Dat maakt iemand niet arrogant.
Dat maakt iemand wakker.

Maar wakker zijn in een groep die liever slaapt,
wordt zelden warm onthaald.

Als kind hoor je dan: “Je moet niet altijd discussiëren.”
“Doe niet zo betweterig.”
“Je denkt te veel.”

En dus leren sommige slimme kinderen hun vragen inslikken.
Ze passen zich aan.
Ze worden braaf.
Of ze worden stil.

Anderen blijven vragen stellen.
En krijgen het label “lastig”.

Wat mij opvalt in gesprekken met ouders en volwassenen, is dit: Dezelfde eigenschap die op school als lastig werd gezien, wordt later in hun job geprezen als kritisch denken.

Het verschil?
Context. Macht. Timing.

Een kritische geest is geen karakterfout.
Het is een vorm van betrokkenheid.

Onverschillige mensen stellen geen vragen.
Lastige mensen soms ook niet.
Maar geëngageerde denkers wel.

Misschien moeten we dus een andere vraag stellen.

Niet:
“Waarom is hij zo lastig?”

Maar:
“Wat ziet hij dat wij nog niet zien?”

Dat schuurt.
Maar groei schuurt altijd een beetje.

Benieuwd hoe jullie dat ervaren.
Werd jij vroeger als lastig gezien?
En wat bleek daar achteraf van?

Johan

Waarom brave kinderen later vaker vastlopen. We prijzen het zo graag aan.“Wat een braaf kind.”“Zo flink.”“Ik heb nooit w...
20/02/2026

Waarom brave kinderen later vaker vastlopen.

We prijzen het zo graag aan.
“Wat een braaf kind.”
“Zo flink.”
“Ik heb nooit werk met haar.”

En ergens klopt het ook. Brave kinderen zijn vaak zorgzaam en gevoelig en opmerkzaam en verantwoordelijk. Ze voelen feilloos aan wat er verwacht wordt. Ze storen niet en ze wachten hun b***t af en ze slikken hun frustratie door.

Maar daar wringt het soms.

Want braaf zijn is vaak geen karaktertrek.
Het is een strategie, die op termijn een gewoonte kan worden tot in de volwassenheid.

Het kind dat altijd braaf is, heeft meestal vroeg geleerd dat harmonie veiligheid geeft. Dat aanpassen rust brengt. Dat sterke gevoelens beter binnenskamers blijven. Dat twijfelen of tegenspreken spanning oproept.

Dus wordt het kind stil en flink en plichtsbewust.

En jaren later zit er dan een adolescent of volwassene tegenover mij die zegt: “Ik weet eigenlijk niet goed wat ik zelf wil.”
“Ik durf geen nee zeggen.”
“Ik voel me leeg.”
“Ik ben altijd de sterke geweest, maar niemand ziet mij.”

Brave kinderen leren zelden oefenen met botsen.
Ze leren zelden dat hun frustratie ook bestaansrecht heeft.
Ze leren zelden dat grenzen stellen niet gelijkstaat aan liefde verliezen.

En als ze hoogbegaafd zijn, wordt het nog subtieler. Dan begrijpen ze alles er nog bovenop. Dan zien ze de spanningen in het gezin en in de klas en in de wereld. Dan nemen ze verantwoordelijkheid die niet van hen is. Dan worden ze kleine volwassenen in een kinderlichaam.

Dat wordt bewonderd.
Tot ze vastlopen.

Ik zeg niet dat we kinderen moeten leren rebelleren om het rebelleren.
Ik zeg wel dat braafheid geen opvoedingsdoel mag zijn.

Ik zie liever een kind dat soms wringt en zoekt en zijn plek opeist en durft zeggen “dit klopt niet voor mij” dan een kind dat perfect past in een systeem en zichzelf onderweg een beetje verliest.

Misschien is de vraag niet:
“Is mijn kind braaf?”

Maar eerder:
“Durft mijn kind zichzelf zijn als dat even betekent dat ik dit lastig vind?”

Dat verschil lijkt klein.
Maar het is alles.
Dit kan het verschil maken tussen werkgeluk of burn-out.

Benieuwd hoe jullie dat zien.
Was jij vroeger braaf? En wat heeft dat je gebracht?

Johan

De Krokusvakantie-test.Je kind is thuis.Er is geen school.Geen huiswerk.Geen toetsen.En toch…Lijkt het soms méér gespann...
17/02/2026

De Krokusvakantie-test.

Je kind is thuis.
Er is geen school.
Geen huiswerk.
Geen toetsen.

En toch…

Lijkt het soms méér gespannen dan tijdens het schooljaar.

Herkenbaar?

Beantwoord eens deze 5 vragen:

1️⃣ Vraagt je kind deze week opvallend veel “Waarom?”-vragen waar je zelf even van moet slikken?
(Bv. “Waarom moeten mensen eigenlijk werken als ze ongelukkig zijn?”)

2️⃣ Wordt het sneller boos of dramatisch… terwijl er objectief niets dramatisch geb***t?

3️⃣ Zegt het dat het zich verveelt, maar weigert het tegelijk alle voorstellen die je doet?

4️⃣ Zoekt het discussie. Over regels. Over planning. Over de zin van het leven. Over waarom krokussen eigenlijk krokussen heten.

5️⃣ Wisselt het tussen hyperactief en plots teruggetrokken alsof het zijn eigen interne Netflix-serie aan het bingewatchen is?

Scoor je 3 of meer keer “ja”?

Dan is verveling misschien geen verveling.

Veel (hoog)begaafde kinderen hebben geen probleem met rust.
Ze hebben een probleem met leegte.

En leegte voelt onveilig voor een brein dat gewoon is om te denken, analyseren, creëren.

Tijdens het schooljaar is er structuur.
Tijdens vakantie valt die weg.

Wat overblijft, is een brein dat zichzelf begint bezig te houden.
Met existentiële vragen.
Met discussies.
Met irritatie.

En ja — soms met jou.

Dat is geen slechte opvoeding.
Dat is een zenuwstelsel dat honger heeft.

Niet naar méér scherm.
Niet naar nóg een uitstap.

Maar naar betekenis.

Misschien is de echte vraag deze vakantie niet:
“Hoe hou ik mijn kind bezig?”

Maar:
“Waar mag het zich in vastbijten?”

En wees gerust.
Als je kind jou soms lichtjes uitput in vakantie…

Dan heb je waarschijnlijk geen lui kind.
Maar een denker zonder uitdaging.

Hoe zit het bij jullie deze week?
Rust… of interne filosofische storm? 🌪️
Johan

Gelukkig heb ik me gisteren weten te bedwingen om al groenten uit te zaaien. De natuur kan je niet forceren, net als het...
15/02/2026

Gelukkig heb ik me gisteren weten te bedwingen om al groenten uit te zaaien. De natuur kan je niet forceren, net als het leven zijn eigen ritme bepaald.
Johan

Vandaag herdenken we de dag waarop Socrates de gifbeker dronk in 399 VC.Niet omdat hij geweld gebruikte.Niet omdat hij m...
15/02/2026

Vandaag herdenken we de dag waarop Socrates de gifbeker dronk in 399 VC.
Niet omdat hij geweld gebruikte.
Niet omdat hij macht wilde.
Maar omdat hij vragen stelde.

Hij stelde vragen aan politici.
Aan ambachtslieden.
Aan jongeren.
Aan zichzelf.

En dat bleek gevaarlijk.

Hij werd veroordeeld voor het “bederven van de jeugd”.
Wat hij in werkelijkheid deed?
Jongeren leren nadenken. Zelf denken. Doorvragen. Twijfelen aan vanzelfsprekendheden.

Kritisch denken werd toen niet gezien als een talent.
Het werd gezien als een bedreiging.

En als ik eerlijk ben: dat is vandaag soms nog steeds zo.

Hoogbegaafde kinderen hebben vaak diezelfde scherpe geest.
Ze nemen geen genoegen met “omdat het zo is”.
Ze voelen inconsistenties.
Ze merken hypocrisie op.
Ze willen dieper.

Maar wat geb***t er als een kind van acht de logica van een regel in vraag stelt?
Of een tiener de morele onderlaag van een beslissing benoemt?

Dan wordt het snel:
“Brutaal.”
“Lastig.”
“Te veel.”

Terwijl het vaak geen verzet is.
Maar integriteit.

Socrates werd geen slachtoffer van zijn intelligentie.
Hij werd slachtoffer van een samenleving die niet wist wat ze moest aanvangen met iemand die bleef doorvragen in plaats van er de groeikansen in te zien.

En precies daar ligt onze verantwoordelijkheid.

Kritisch denken is geen aanval.
Het is een vorm van betrokkenheid.
Een teken dat iemand wakker is.
Dat iemand waarheid belangrijker vindt dan comfort. Een denken die wil groeien en begrijpen en niet gewoon aannemen.

De vraag is dus niet:
“Waarom stelt dit kind zoveel vragen?”

Maar:
“Kunnen wij het verdragen dat het kind vragen stelt die wij zelf zijn gestopt te stellen?”

Misschien hebben we geen nieuwe Socrates nodig.
Misschien hebben we volwassenen nodig die het aandurven om naast hen te blijven staan.

Ikzelf ben geen samenleving, ik kan dus enkel de kinderen maar bewustmaken van hun potentieel door hen vragen te leren stellen. Over zichzelf, over de samenleving, over dogma's, over het leven, over alles.

Wat denk jij?
Is kritisch denken vandaag echt welkom — of vooral zolang het niet te dichtbij komt?

Johan

14/02/2026

Wat doet een mens op een kinderloze zaterdag?

Juist.
Hij begint aan iets waar zijn handen vuil van worden en zijn hoofd stil van wordt.

Vorig jaar polste ik hier voorzichtig of er interesse zou zijn om met jongeren een moestuin op te starten. Niet als hobbyclubje. Niet als nostalgisch tijdverdrijf. Maar als plek waar geduld, verantwoordelijkheid en verwondering weer tastbaar worden.

Vandaag heb ik de eerste stappen gezet om de moestuin uit te breiden.

Geen ingespoten groenten.
Geen perfectie.
Wel aarde onder de nagels, compost die leeft en zaden die hun eigen timing bepalen.

Een moestuin is geen romantisch Pinterest-idee.
Het is traagheid in een tijd die schreeuwt.
Het is leren dat groei niet af te dwingen valt.
Het is accepteren dat sommige zaadjes niet opkomen — en dat dit geen mislukking is maar feedback van de natuur.

Voor jongeren zie ik hier iets groters in.
Plannen. Zaaien. Observeren. Bijsturen. Wachten. Oogsten.
Dat is executieve functie in levende vorm.
Dat is omgaan met frustratie zonder scherm om je te verdoven.
Dat is leren dat wat je voedt, groeit — letterlijk.

Hoe dit project verder zal evolueren, weet ik nog niet.
Maar net dat vind ik het mooiste.

Wie benieuwd is naar het vervolg: je kan het hier blijven volgen.

En wie weet…
misschien eten we volgend jaar samen soep van iets dat vandaag nog een idee was. 🌱

Johan

Zoek je ruzie?Ik was een jonge tiener.Na school. Boekentas op mijn rug. Gewoon naar huis wandelend.Tot je voelt dat de s...
13/02/2026

Zoek je ruzie?

Ik was een jonge tiener.
Na school. Boekentas op mijn rug. Gewoon naar huis wandelend.

Tot je voelt dat de sfeer kantelt.

Een groepje jongens.
Te dicht.
Te luid.

“Zoek je ruzie?”

Ik wist het niet. Wat antwoord je daarop?
Mijn lichaam wist het ook niet.
En toen kwam de klap. Ik werd geslagen en beroofd.

De laatste tijd zie ik opnieuw berichten over zinloos geweld in het nieuws. Jongeren die zomaar aangevallen worden. Mensen die op een gewone dag plots in overlevingsmodus terechtkomen.

En elke keer denk ik: we leren jongeren wiskunde, Frans en geschiedenis… maar wie leert hen wat adrenaline met je brein doet?

Wanneer iemand agressief wordt, neemt de amygdala het stuur over. Het lichaam pompt stresshormonen. Denken wordt secundair. De agressor verwacht één ding: dat jij meespeelt in hetzelfde spel.

Vechten.
Vluchten.
Bevriezen.

Wat ik toen deed — bevriezen — was geen zwakte. Het was biologie.

Maar er bestaat soms een vierde optie.

De illusionist Derren Brown beschreef ooit hoe een dronken man hem midden in de nacht dreigend vroeg: “Wil je ruzie?”

Je kunt geen ja zeggen.
Je kunt geen nee zeggen.
Beide bevestigen het script.

Dus antwoordde hij, kalm en nuchter:
“De muur buiten mijn huis is anderhalve meter hoog.”

De man keek verward. “Wat?”

Hij herhaalde het. Zonder glimlach. Zonder provocatie. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was.

Daarna zei hij iets als:
“Ik heb een tijd in Spanje gewoond. Daar zijn de muren veel hoger.”

Het resultaat? De adrenaline viel weg. Het script brak. De man begon uiteindelijk te huilen.

Wat gebeurde daar?

Agressie heeft voorspelbaarheid nodig. Ze verwacht weerstand of angst. Wanneer je iets onverwachts en neutraals zegt — op lage, rustige toon — krijgt het brein van de ander een foutmelding. De spanning kan zich niet ontladen zoals gepland.

Dat noemt men een pattern interrupt.

Een eenvoudig voorbeeld dat je kan onthouden:

Als iemand agressief zegt:
“Wat kijk je?”

En jij — veilig genoeg — rustig antwoordt:
“Mijn schoenveter zit los.”
Of:
“Het is dinsdag.”

Niet spottend. Niet uitdagend. Gewoon feitelijk.

Het doel is niet slim zijn.
Het doel is het zenuwstelsel uit overdrive halen.

Is dit een garantie? Nee.
Veiligheid blijft altijd prioriteit. Weggaan is vaak de verstandigste keuze. Soms is er pure overmacht, zoals ik toen meemaakte.

Maar kennis over hoe spanning werkt, is geen luxe. Het is bescherming.

En misschien is de diepere boodschap dit:

Als jij ooit blokkeerde in zo’n situatie…
Als je lichaam het overnam…

Dan heb je niet gefaald.
Je systeem deed wat het moest doen om je te beschermen.

💬 Ik ben benieuwd:
Heb jij ooit een situatie meegemaakt waarin agressie plots opflakkerde?
Wat deed dat met je nadien?

Misschien moeten we jongeren niet alleen leren hoe ze moeten slagen.
Maar ook hoe ze niet hoeven mee te spelen in een gevecht dat nooit van hen was.

Johan

Vanmorgen sneed ik opnieuw mijn eerste brood aan.Niet écht mijn eerste.Jaren geleden probeerde ik het ook al eens.Even e...
11/02/2026

Vanmorgen sneed ik opnieuw mijn eerste brood aan.

Niet écht mijn eerste.
Jaren geleden probeerde ik het ook al eens.
Even enthousiast. Even overtuigd.
En even snel weer opgegeven.

Deze keer deed ik het met een broodmachine.
Dus ja — mijn handen bleven proper.
Alles netjes afgewogen. Exact gemeten.
Bloem tot op de gram. Gist zorgvuldig gekozen. Water op kamertemperatuur.

Controle. Structuur. Zekerheid.

En toch.

De bovenkant zakte een beetje in.
Alsof het brood mij vriendelijk herinnerde:
“Je kan alles meten, maar leven laat zich niet volledig temmen.”

Ik zuchtte spontaan, maar moest al snel glimlachen.

Hoe vaak doen we dit niet?
We wachten tot we het perfect kunnen.
Tot we het juiste materiaal hebben.
Tot we zeker zijn van het resultaat.

En soms proberen we iets, lukt het niet meteen,
en besluiten we: dit is niets voor mij.

Terwijl nieuwsgierigheid geen perfectie vraagt.
Alleen bereidheid om opnieuw te beginnen.

Dit brood is niet fotogeniek.
Maar het ruikt naar doorzetten.
Het smaakt naar: ik geef mezelf nog een kans. Want dit roggebroodje is perfect eetbaar.

Misschien is dat de echte rijzing.
Niet die van het deeg,
maar die van onszelf. Kan ik leven met imperfecties?

Dus nu ben ik benieuwd.
Wie heeft tips om die bovenkant mooi bol en krokant te krijgen?
Meer of minder gist? Andere verhouding water?
Of moet ik het brood gewoon leren accepteren zoals het is — een tikje eigenwijs? 🍞
Ik ben benieuwd.

Johan

Adres

Ginintreau 5
Ghoy
7863

Openingstijden

Maandag 09:00 - 19:00
Dinsdag 09:00 - 19:00
Woensdag 09:00 - 19:00
Donderdag 09:00 - 19:00
Vrijdag 09:00 - 19:00
Zaterdag 09:00 - 19:00

Telefoon

+32493190225

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Psychotherapeut Johan Samson nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Praktijk

Stuur een bericht naar Psychotherapeut Johan Samson:

Delen

Share on Facebook Share on Twitter Share on LinkedIn
Share on Pinterest Share on Reddit Share via Email
Share on WhatsApp Share on Instagram Share on Telegram