De Praktijk Ingelmunster

De Praktijk Ingelmunster Voor zorgverleners die willen groeien op hun manier
🌿 Met goesting, mildheid & een vleugje zelfzorg. Samen sterker. Sluit je aan en groei met ons mee!

Multidisciplinaire groepspraktijk voor kinderen, jongeren en gezinnen.

Veel literatuur over hechting focust op de eerste drie levensjaren.Belangrijk, maar gevaarlijk als impliciete boodschap:...
29/12/2025

Veel literatuur over hechting focust op de eerste drie levensjaren.

Belangrijk, maar gevaarlijk als impliciete boodschap: “Wat dan krom groeit, blijft voor altijd krom.”

In gesprekken met volwassenen zie ik iets anders.

Hechting begint vroeg, maar loopt door over de hele levensloop.

Je ziet bijvoorbeeld:

- cliënten die in nieuwe relaties andere ervaringen opdoen dan thuis
- mensen die door een veilige partner, collega of hulpverlener hun verwachtingen bijstellen
- volwassenen die op latere leeftijd pas woorden vinden voor wat vroeger nooit benoemd is

Als je alleen vanuit “vroegkinderlijke hechting” denkt, kan je onbewust twee dingen doen:

- je cliënt het gevoel geven dat alles al vastligt
- de impact van latere ervaringen onderschatten (nieuwe trauma’s, maar ook nieuwe bronnen van veiligheid)

Levensloopdenken betekent voor ons:

- kijken naar hoe hechtingsstrategieën ontstaan zijn in de vroege jaren
- én naar hoe ze zich hebben aangepast bij elke grote overgang: school, puberteit, relaties, ouderschap, ziekte, verlies, detentie…

In volwassenbegeleiding is dat cruciaal.

Je werkt niet met “het kind van toen”, maar met iemand die al vele ronden verder is in zijn biografie.

Een simpele vraag die vaak veel opent:

“Als je je leven in hoofdstukken zou verdelen, in welke periodes voelde je je het minst alleen en in welke net het meest?”

Daarmee zie je meteen: hechting is geen statisch etiket, maar een verhaal in ontwikkeling.

Hechtingsstrategieën spelen niet alleen bij cliënten.Ze trekken jou als hulpverlener ook mee.Bijvoorbeeld:- Bij een erg ...
26/12/2025

Hechtingsstrategieën spelen niet alleen bij cliënten.

Ze trekken jou als hulpverlener ook mee.

Bijvoorbeeld:

- Bij een erg cognitieve cliënt (A-kant) merk je dat je zelf meer in uitleg, adviezen en theorie schiet.
- Bij een erg emotioneel reagerende cliënt (C-kant) merk je dat je óf mee overspoeld raakt, óf net verstart en afstand neemt.

Zonder dat je het wilt, zit je dan mee in de dans.

Een paar vragen die helpen om jezelf erbij te houden:

1. Wat doet dit gesprek met mijn lijf?

Word ik ongeduldig, slaperig, gejaagd, leeg?
Dat is vaak informatie over de strategie in de kamer.

2. Waar word ik in meegenomen?

Ga ik mee relativeren met de A-cliënt?
Ga ik oplossing na oplossing aanbieden aan de C-cliënt om de emotionele storm te kalmeren?

3. Welke tegenbeweging zou hier helpend zijn?

Bij veel “hoofd”: meer stilstaan bij gevoel en lichaam.
Bij veel “gevoel”: zoeken naar concreetheid en ordening, zonder het gevoel weg te duwen.


Je kan dat ook transparant maken:

- “Ik merk dat we veel in de uitleg zitten, terwijl dit eigenlijk best pijnlijke dingen zijn. Zullen we even stilstaan bij wat dit vanbinnen met jou doet?”
- “Ik zie hoe heftig dit voor je is. Zullen we samen één stukje uitpikken waar we vandaag wat meer houvast rond zoeken?”

Hechting als strategie werkt dus in twee richtingen:
in je cliënt én in jou.

Misschien zinvol om deze weken niet alleen je cliënten,
maar ook je eigen A- en C-bewegingen eens bewust op te merken.

Decembergesprekken hebben vaak een eigen kleur.Cliënten praten over familiebezoeken, kersttafels, nieuwjaarsplannen en j...
24/12/2025

Decembergesprekken hebben vaak een eigen kleur.

Cliënten praten over familiebezoeken, kersttafels, nieuwjaarsplannen en jij voelt patronen opspelen die je al kent.

Drie bewegingen die wij vaak zien terugkomen:

1. Afstand en relativering (A-kant)

“We gaan wel langs, maar ik trek me er niet te veel van aan.”
“Het is maar één dag, ik steek er geen energie in.”
Onder de oppervlakte: iemand die zich innerlijk terugtrekt om niet teleurgesteld te worden.

2. Emotionele draaikolk (C-kant)

“Het wordt sowieso een drama.”
“Niemand begrijpt mij, elk jaar opnieuw loopt het uit de hand.”
Emoties lopen zo hoog op dat het bijna onmogelijk wordt om nog te voelen wat er precies raakt.

3. Dubbele agenda in de hulpverlening

De cliënt zegt: “Ik zie ertegen op, maar het komt wel goed.”
Jij voelt dat er meer spanning hangt dan er woorden voor zijn.
Dat geeft je soms een onrustig gevoel na het gesprek.


Met een hechtingsbril kan je dit anders benaderen:

- Je vraagt niet alleen wát er gepland is, maar ook:
“Wat verwacht jij dat er mis kan lopen?”
- Je kijkt welke strategie meteen klaarstaat zodra “familie” en “feestdagen” in beeld komen.
- Je helpt de cliënt zien dat hij niet gek is, maar reageert vanuit oude manieren van beschermen.

Misschien kan je deze week eens opletten:

welk decemberpatroon komt bij jouw cliënten het vaakst boven?

In gesprekken merk je het meteen als het spannend wordt:De ene cliënt gaat nóg meer uitleggen, analyseren, relativeren.D...
22/12/2025

In gesprekken merk je het meteen als het spannend wordt:

De ene cliënt gaat nóg meer uitleggen, analyseren, relativeren.
De andere cliënt gaat huilen, boos worden, overspoeld raken.

Binnen het DMM kijken we dan vaak naar twee basisbewegingen:

- meer naar de A-kant: focussen op feiten, denken, ordenen, gevoel wegduwen
- meer naar de C-kant: focussen op emotie, dramatiseren of overspoelen, feiten vervormen of laten vallen

Dat zijn geen karakters, maar strategieën om met gevaar om te gaan.

Een paar herkenbare beelden:

- De A-cliënt die zijn jeugd “logisch” uitlegt en zegt: “Iedereen heeft wel wat meegemaakt.”
- De C-cliënt die zegt: “Alles is altijd een chaos, niemand begrijpt mij ooit echt”, en verdwijnt in de emotie.

Rond de feestdagen wordt dat vaak duidelijker.
Familie, verwachtingen, herinneringen, oude patronen. Alles schuift dichter tegen elkaar.

Wat je kan doen:

- Niet alleen luisteren naar wát iemand vertelt, maar ook naar hoe hij dat doet.
- In de kamer benoemen dat je ziet dat iemand vooral naar het hoofd óf naar de emotie schiet zodra het dichtbij komt.
- Samen onderzoeken waar dat vroeger voor nodig was.

Hechting als strategie helpt je dan om niet te denken:
“Hij is kil” of “zij is hysterisch”,
maar: “Dit is hoe hij/zij gevaar gelezen en proberen hanteren heeft.”

Welke cliënt schiet bij spanning meteen in het hoofd?
En wie zakt juist in emotie zodra het lastig wordt?

Loyaliteit is vaak voelbaar, maar weinig uitgewerkt.Je voelt dat een cliënt niet beweegt, maar het blijft hangen in zinn...
19/12/2025

Loyaliteit is vaak voelbaar, maar weinig uitgewerkt.

Je voelt dat een cliënt niet beweegt, maar het blijft hangen in zinnen als:
“Zo ben ik nu eenmaal” of “Dat kan ik hen niet aandoen.”

Een korte oefening voor jou als hulpverlener:

1. Kies één cliënt waarbij je voelt dat loyaliteit een rol speelt.

Iemand die blijft zorgen, blijven “begrip tonen”, zichzelf klein houdt, niet loskomt van oude patronen.

2. Maak voor jezelf een simpel overzicht.

Schrijf in drie kolommen:

• Naar wie is deze cliënt (nog) loyaal?
• Welke ongeschreven regels horen daarbij? (bv. “Je tegenspreekt je moeder niet.”)
• Wat kost het hem/haar om die regels te blijven volgen?

3. Vraag je af: waar beschermt deze loyaliteit nog tegen?

Denk aan: afwijzing, schuld, schaamte, de eenzaamheid van echt afstand nemen.

4. Neem één element mee naar het gesprek.

Je hoeft niet alles uit te tekenen.
Maar je kan bijvoorbeeld zeggen:
“Ik merk dat je erg rekening blijft houden met wat je ouders zouden denken, ook al doet dit je pijn. Ik vraag me af voor wie jij vandaag nog loyaal probeert te zijn en wat dat jou kost.”

Zo maak je loyaliteit zichtbaar als strategie.

Niet om de band met ouders te breken, wel om te onderzoeken of dezelfde regels nog zinvol zijn in het leven dat je cliënt nu probeert op te bouwen.

Parentificatie klinkt zwaar, maar je hoort het vaak in ogenschijnlijk gewone zinnen.Volwassen cliënten die het normaal v...
17/12/2025

Parentificatie klinkt zwaar, maar je hoort het vaak in ogenschijnlijk gewone zinnen.

Volwassen cliënten die het normaal vinden dat zij als kind de verantwoordelijkheid namen.

Vier typische uitspraken:

1. “Ik was als kind al heel zelfstandig.”

Dat kan waar zijn, maar vraag door:
“Wat moest jij dan zo zelfstandig doen?”
Vaak hoor je dat er weinig ruimte was om echt kind te zijn.

2. “Bij ons thuis kwam iedereen bij mij ventileren.”

Een kind dat de rol van vertrouwenspersoon krijgt, vangt spanningen op die eigenlijk voor volwassenen zijn.
Dat lijkt “volwassen”, maar is vaak een vorm van zorg die te groot was.

3. “Ik zorgde ervoor dat er geen ruzie was.”

Hier hoor je een kind dat het emotionele klimaat regelde.
Grapjes maken, sussen, voelen wie op ontploffen stond…
Dat zijn vroeg ontwikkelde strategieën om gevaar te beperken.

4. “Ik wilde mijn ouders niet tot last zijn.”

Kinderen die hun noden inslikken omdat de ouder het “al zo moeilijk heeft”,
leren al vroeg dat hun eigen kwetsbaarheid gevaarlijk of ongepast is.


In het heden zie je dan vaak:

• volwassenen die blijven zorgen, pleasen, sussen

• cliënten die moeite hebben met hulp vragen

• een diep gevoel dat hun eigen noden “te veel” zijn

In plaats van enkel te benoemen dat iemand “zorgend” of “oververantwoordelijk” is, kan je samen kijken naar de oorsprong:

“Als ik luister naar hoe jij als kind al bezig was met het goed houden voor anderen, zie ik iemand die veel te vroeg een volwassenenrol heeft opgenomen. Zullen we samen onderzoeken hoe dat jou heeft geholpen en wat het je vandaag kost?”

Dat is werken met parentificatie als strategie, niet als label.

16/12/2025
Dit soort mailtjes raken exact waar we het voor doen.“Helaas hebben niet alle coaches en psychologen die ik heb gesproke...
15/12/2025

Dit soort mailtjes raken exact waar we het voor doen.

“Helaas hebben niet alle coaches en psychologen die ik heb gesproken me goed kunnen helpen. Ik denk dat dit e-book hen ook had kunnen ondersteunen.”

Dankjewel om dit zo helder te benoemen. Want dit is onze WHY: hulpverleners taal, richting en houvast geven om achter gedrag weer strategie te zien en daardoor menselijker én scherper te kunnen werken.

Als jij ook voelt dat je in je werk soms nét dat kader mist: ons gratis e-book “Hechting in de praktijk: 5 signalen die je anders laten kijken” staat voor je klaar. Zie link in de commentaren of in bio.

In gesprekken hoor je vaak zinnen als:“Ja maar, het zijn toch mijn ouders.”“Ze hebben ook hun best gedaan.”“Ik kan hen d...
14/12/2025

In gesprekken hoor je vaak zinnen als:
“Ja maar, het zijn toch mijn ouders.”
“Ze hebben ook hun best gedaan.”
“Ik kan hen dat niet aandoen.”

Dat is geen gewoon schuldgevoel.
Dat is loyaliteit.

Loyaliteit gaat over de diepe, vaak niet-bewuste band tussen kind en ouderfiguren.
Ook als die ouders tekortschoten, grensoverschrijdend waren of zelf vastzaten.
Kinderen zoeken bijna altijd een manier om trouw te blijven: door te beschermen, goed te praten, te zorgen, te zwijgen.

Als je alleen kijkt naar klachten, zie je vandaag bijvoorbeeld:

• een volwassene die zichzelf wegcijfert in relaties
• iemand die geen “nee” durft zeggen tegen familie
• iemand die met één been bij de ouder blijft en met het andere verandering probeert te maken

Met een hechtingsbril zie je daaronder vaak:

• vroeg ontwikkelde strategieën om de band met belangrijke figuren te redden
• angst om liefde, zorg of erkenning kwijt te spelen als hij/zij “te veel” eigen plek inneemt
• herhaling van oude patronen: beter zelf lijden dan de ander teleurstellen

Loyaliteit is dus geen “zwakte” en ook geen “fout” van je cliënt.
Het is een vorm van bescherming: “Als ik trouw blijf, blijf ik tenminste verbonden.”

In plaats van te zeggen: “Je moet je meer losmaken”,
kan je onderzoeken:

• Voor wie blijf jij vandaag loyaal?
• Welke ongeschreven regels horen daarbij?
• Wat kost het jou om die regels te blijven volgen en wat levert het op?

Dat gesprek is vaak veel vruchtbaarder dan proberen overtuigen dat iemand “recht heeft” om afstand te nemen.

Veel hulpverleners voelen aan dat familiegeschiedenis belangrijk is,maar worstelen met vragen als:“Hoe ver moet ik terug...
12/12/2025

Veel hulpverleners voelen aan dat familiegeschiedenis belangrijk is,
maar worstelen met vragen als:

“Hoe ver moet ik teruggaan?”
“Is dit nog relevant voor deze cliënt?”
“Ben ik nu aan het graven om te graven?”

Vanuit een hechtingsbril is de vraag anders:

“Wat moet ik weten om de strategieën van vandaag beter te begrijpen?”

Je hoeft geen volledig familiestamboek te maken.
Maar een paar gerichte lijnen naar vorige generaties geven vaak enorm veel helderheid.

Wij letten in de anamnese vooral op drie sporen:

1. Patronen rond zorg en afhankelijkheid

Hoe was de band tussen je cliënt en zijn ouders?
En hoe vertellen die ouders over hún ouders?
Je hoort snel terugkerende thema’s: afwezige vaders, overbelaste moeders, kinderen die vroeg verantwoordelijk werden.

2. Gebeurtenissen die gevaar en verlies kleuren

Zijn er in de familie verhalen over vroeg overlijden, geweld, middelengebruik, psychische problemen, migratie?
Niet elk detail is nodig, maar je wil weten: wat was “normaal gevaar” in deze familie?

3. De manier waarop er over vroeger gesproken wordt

Worden verhalen luchtig gemaakt, zwaar aangezet, amper benoemd?
Ook dat is strategie.
Soms hoor je dezelfde manier van vertellen bij verschillende generaties.


Hechting als strategie is altijd ingebed in een groter verhaal.

Je cliënt heeft zijn patronen niet in het luchtledige ontwikkeld.

Je kan dat ook transparant maken in je taal:

“Het helpt mij om een beetje zicht te krijgen op hoe zorg en afhankelijkheid in jouw familie liepen. Niet om iemand de schuld te geven, maar om beter te begrijpen waar jouw manier van omgaan met mensen vandaan komt.”

Zo maak je van familiegeschiedenis geen extra ballast,

maar een praktische sleutel om vandaag gerichter te werken.

Wil je meer houvast om die onderstroom te horen?

Ons gratis e-book “Hechting in de praktijk: 5 signalen die je anders laten kijken” geeft je concrete handvatten om anders te luisteren in je anamnese en vervolgcontacten. Je vindt de link naar ons e-book in eerste comment

“Vertel eens over je jeugd.”Op zich lijkt het een logische vraag in de anamnese.Maar voor veel cliënten is ze te groot, ...
10/12/2025

“Vertel eens over je jeugd.”

Op zich lijkt het een logische vraag in de anamnese.
Maar voor veel cliënten is ze te groot, te vaag en te bedreigend tegelijk.

Te groot, omdat een heel leven in één keer op tafel moet.
Te vaag, omdat mensen niet weten wat jij precies wil horen.
Te bedreigend, omdat sommige delen van dat verhaal juist jarenlang zorgvuldig zijn afgeschermd.

Wat gebeurt er dan?

- Sommigen geven een keurig, afgerond verhaal: “Gewoon normaal, niets bijzonders.”
- Anderen overspoelen je met losse gebeurtenissen, zonder lijn.
- Nog anderen blokkeren en zeggen: “Daar weet ik eigenlijk niet veel meer van.”

Niet omdat er niets gebeurd is, maar omdat hun hechtingsstrategie inspringt.
Klein maken, versnipperen, idealiseren of blokkeren kan ooit de veiligste optie geweest zijn.

In plaats van één grote vraag, kan je beter werken met kleinere, concrete ingangen. Bijvoorbeeld:

- “Als u denkt aan de lagere school: wie waren toen thuis de belangrijke figuren voor u?”
- “Hoe werd er bij jullie thuis gereageerd als er ruzie was?”
- “Wie zorgde ervoor dat dingen bleven draaien als het spannend werd?”
- “Als u nu één herinnering kiest die ‘typisch thuis’ samenvat, welke is dat dan?”

Met dit soort vragen:

- maak je het veiliger en overzichtelijker
- nodig je uit tot nuance in plaats van zwart-wit
- hoor je zowel feiten als strategie: wie nam welke rol op, hoe werd gevaar gelezen, wie paste zich aan

Je hoeft in de intake niet “de hele jeugd” te ontleden.
Maar je wil wél genoeg zicht krijgen op het speelveld waarin strategieën zijn ontstaan.

Misschien kan je deze week eens letten op hoe vaak jij nog “vertel eens over je jeugd” zegt.
En wat er gebeurt als je die zin vervangt door één gerichte, concrete vraag.

In veel intakes ligt de focus op klachten: angst, somberheid, relatieproblemen, burn-out.Logisch, want dat is waarvoor j...
08/12/2025

In veel intakes ligt de focus op klachten: angst, somberheid, relatieproblemen, burn-out.

Logisch, want dat is waarvoor je cliënt komt.

Maar als je hechting als strategie wilt zien, heb je ook andere vragen nodig.

Niet om er een label op te plakken, maar om te begrijpen hoe iemand geleerd heeft met gevaar en afhankelijkheid om te gaan.

Drie vragen die wij bijna altijd ergens in de intake plaatsen:

1. “Bij wie kon u als kind terecht als het moeilijk was?”

Je hoort hier vaak meteen veel over beschikbaarheid, nabijheid en afwijzing.
Niet alleen wát iemand zegt, maar ook hoe: aarzelend, idealiserend, minimaliserend, heel precies of net vaag.

2. “Wat gebeurde er thuis als iemand bang, boos of verdrietig was?”

Deze vraag haalt het gedrag in het gezin naar boven: wie mocht emoties tonen, wie niet, welke emoties waren “gevaarlijk”.
Je krijgt zicht op strategieën: wegkijken, sussen, bagatelliseren, dramatiseren, ontploffen.

3. “Wanneer had u het gevoel: nu sta ik er alleen voor?”

Dit is vaak een kantelmoment.
Cliënten vertellen over situaties waarin zorg wegviel, niet gezien werd of onbetrouwbaar was.
Precies daar zie je hoe ze zichzelf zijn beginnen beschermen.


Als je deze drie vragen stelt met echte nieuwsgierigheid, verandert de intake.

Je verzamelt niet alleen symptomen, maar ook context.

Je hoort niet alleen “wat er mis ging”, maar ook hoe iemand zich daar doorheen heeft geslagen.

En je kan je cliënt iets teruggeven wat vaak nieuw is:

“Als ik zo naar je verhaal luister, zie ik vooral hoe je strategieën ontwikkeld hebt om het vol te houden in omstandigheden die veel vroegen van een kind.”

Dat is de beweging van stoornis naar strategie.

Wil je meer van dat soort signalen en vragen om je intake te verdiepen?

In ons gratis e-book “Hechting in de praktijk: 5 signalen die je anders laten kijken” bundelen we herkenbare voorbeelden die je meteen kan gebruiken in je volgende gesprekken. De link vind je terug in de eerste comment

Adres

Oostrozebekestraat 114
Ingelmunster
8770

Openingstijden

Maandag 08:30 - 18:30
Dinsdag 08:30 - 18:30
Woensdag 08:30 - 18:30
Donderdag 08:30 - 18:30
Vrijdag 08:30 - 18:30

Telefoon

+32492478105

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer De Praktijk Ingelmunster nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact De Praktijk

Stuur een bericht naar De Praktijk Ingelmunster:

Delen

Share on Facebook Share on Twitter Share on LinkedIn
Share on Pinterest Share on Reddit Share via Email
Share on WhatsApp Share on Instagram Share on Telegram