29/12/2025
Veel literatuur over hechting focust op de eerste drie levensjaren.
Belangrijk, maar gevaarlijk als impliciete boodschap: “Wat dan krom groeit, blijft voor altijd krom.”
In gesprekken met volwassenen zie ik iets anders.
Hechting begint vroeg, maar loopt door over de hele levensloop.
Je ziet bijvoorbeeld:
- cliënten die in nieuwe relaties andere ervaringen opdoen dan thuis
- mensen die door een veilige partner, collega of hulpverlener hun verwachtingen bijstellen
- volwassenen die op latere leeftijd pas woorden vinden voor wat vroeger nooit benoemd is
Als je alleen vanuit “vroegkinderlijke hechting” denkt, kan je onbewust twee dingen doen:
- je cliënt het gevoel geven dat alles al vastligt
- de impact van latere ervaringen onderschatten (nieuwe trauma’s, maar ook nieuwe bronnen van veiligheid)
Levensloopdenken betekent voor ons:
- kijken naar hoe hechtingsstrategieën ontstaan zijn in de vroege jaren
- én naar hoe ze zich hebben aangepast bij elke grote overgang: school, puberteit, relaties, ouderschap, ziekte, verlies, detentie…
In volwassenbegeleiding is dat cruciaal.
Je werkt niet met “het kind van toen”, maar met iemand die al vele ronden verder is in zijn biografie.
Een simpele vraag die vaak veel opent:
“Als je je leven in hoofdstukken zou verdelen, in welke periodes voelde je je het minst alleen en in welke net het meest?”
Daarmee zie je meteen: hechting is geen statisch etiket, maar een verhaal in ontwikkeling.