18/06/2020
‘Verpleegkundigen en zorgverleners schrijven elke dag geschiedenis, nu meer dan ooit.’ Zo verwoordt de Belgische Vereniging voor de Geschiedenis van de Verpleegkunde het op hun facebookpagina. Daar verzamelen zij persoonlijke getuigenissen van verpleegkundigen over Covid-19 en wat dit veroorzaakte. Deze is van Patrick, derdejaarsstudent Verpleegkunde, Thomas More Mechelen.
Heb jij als zorgverlener ook je corona-ervaringen bijgehouden? Opgeschreven in een schriftje? Af en toe iets gepost op instagram, regelmatig een video-update gestuurd aan je beste vriend(in) of aan familie? Allemaal documenten die ons als onderzoekers mateloos interesseren. Door ze te analyseren willen we de vinger op de wonde leggen: waar zitten de knelpunten? En: wat hebben zorgverleners nodig om een pandemie aan te kunnen? Wil jij ook je ‘dagboeken’ delen met de wetenschap? Meld je aan via e-mail: coronadagboek@thomasmore.be
PATRICK: ‘EEN BIJDRAGE LEVEREN AAN EEN SECTOR IN NOOD GEEFT ME VEEL VOLDOENING’.
Patrick Kellens (48) volgt het derde jaar van de opleiding Professionele Bachelor Verpleegkunde aan de Thomas More Hogeschool in Mechelen. Hij is voltijds vrijgesteld van zijn job als administratief bediende in het UZ Leuven om lessen te volgen en stage te lopen. Door covid-19 moest hij twee keer van stageplaats veranderen.
‘Tijdens mijn stage had ik door covid-19 dubbele pech: toen mijn stageplaats – een dienst voor palliatieve thuisbegeleiding – op 13 maart (de dag waarop België in lockdown ging) besliste om alleen nog essentiële huisbezoeken af te leggen, werd mijn stage stopgezet. De aanwezigheid van een extra persoon bij sowieso al kwetsbare personen werd beschouwd als een onnodig bijkomend risico op de verspreiding van covid-19. Ik vond via mijn school meteen een nieuwe stageplaats in het UZ Brussel, maar ook dat ging niet door. Eerder die week was ik aanwezig geweest op een opleiding, waarbij drie cursisten positief hadden getest op covid-19. Dat kon betekenen dat ik ook drager was en het virus zou kunnen doorgeven aan anderen, wat voor het ziekenhuis een ernstig gezondheidsrisico betekende. Daardoor mocht ik dus niet naar mijn nieuwe stageplek, en moest ik in quarantaine.
Derde keer goede keer: na twee weken zelfquarantaine vond ik eindelijk een nieuwe stageplaats, in het woonzorgcentrum De Ravestein in Hever (bij Mechelen). In dit centrum bleek de uitbraak van covid-19 onder controle: bewoners die symptomen hadden, werden maximaal geïsoleerd op een hiervoor voorziene afdeling, waarbij ook het personeel exclusief op deze afdeling werkte. Tot op heden zijn er geen overlijdens geweest door het virus. Ik was actief op twee non-covid-afdelingen, waar de gebruikelijke beschermingsmaatregelen werden gehanteerd: steeds een mondmasker voor het zorgpersoneel en nieuwe wegwerphandschoenen bij elk contact met de bewoner en zijn omgeving. Tweemaal daags werd de lichaamstemperatuur van de bewoners gemeten en noteerden we ook of ze andere symptomen hadden. Ik ben in contact gekomen met bewoners die symptomen vertoonden. Enerzijds was ik erg bezorgd over hun gezondheid, anderzijds had ik angst om door het virus besmet te worden en het in mijn eigen gezin te introduceren.
Corona heeft zeker een grote invloed gehad op de werking van het woonzorgcentrum. Het naleven van de extra veiligheidsmaatregelen zorgde voor een extra belasting voor de zorgverleners. Voor de bewoners van het centrum die geen bezoek mochten ontvangen en dus in gedwongen afzondering zaten, was het gescheiden zijn van hun naasten heel moeilijk. Ik kan me voorstellen dat velen zich zeer eenzaam voelden door een gebrek aan zinvolle sociale interacties. De weinige sociale contacten die ze nog hadden, waren met zorgverleners met handschoenen en een mondmasker op, wat de communicatie erg bemoeilijkte. De non-verbale communicatie viel voor een groot deel weg door dat masker en liplezen lukte ook al niet meer voor de vaak hardhorige ouderen. Door de gedwongen afzondering van hun geliefden voelden vele ouderen zich eenzaam. Wanneer ik dan ook nog eens geen tijd voor hen kon maken, voelde ik me daar niet goed bij. De noodzakelijke beschermingsmiddelen creëerden een afstand tussen ons als zorgverleners en de bewoners. Omdat het stukje non-verbale communicatie grotendeels wegviel, was het niet gemakkelijk om onze empathische aanwezigheid te doen gevoelen.
Dat wij als studenten verpleegkunde actief blijven in de zorg tijdens deze crisis, lijkt me vanzelfsprekend. In onverdachte tijden was er al het gekende, soms schrijnende gebrek aan personeel in de zorg. Sommige afdelingen rekenden altijd al op de aanwezigheid en inzet van studenten om de nodige zorg te kunnen garanderen voor hun zorgvragers. Dus als de nood zo hoog is als vandaag, lijkt het me logisch dat het alle hens aan dek is om deze crisis te bedwingen. Een bijdrage leveren aan een sector in nood geeft me veel voldoening. Ik ervaar ook een groot gevoel van samenhorigheid onder het personeel: ‘samen slaan we ons hierdoor’ is het onuitgesproken motto. De blijken van solidariteit in de samenleving vind ik eveneens hartverwarmend. Ik heb de indruk dat mensen heel veel respect hebben voor het werk van de zorgverleners, en dat ze nu pas beseffen hoe belangrijk wij zijn voor de volksgezondheid en de bescherming van de gezondheid van de meest kwetsbaren.
Jammer genoeg heb ik mijn stage vroegtijdig moeten onderbreken wegens overbelasting/burnout-klachten, die deels veroorzaakt zijn door de impact van covid-19 op mijn professioneel en privéleven. Door de lockdown moest mijn vrouw verplicht telewerken en zat mijn zoontje van zeven, die in het eerste leerjaar zit, opeens ook hele dagen thuis. Door de onderbreking van mijn stage moest ik dan nog twee weken inhalen op het moment dat de online lessen gestart waren. Ik voelde me als het ware een soldaat die op twee fronten actief was. Op welke manier kon ik tijdens deze crisis nog tot rust komen en de batterijen opladen? In combinatie met de veeleisende opleiding is mijn bobijntje dan stilaan afgeraakt. Ik probeer momenteel de schade te beperken, en de nodige lessen te trekken voor het vervolg van de opleiding. Maar nu eerst trachten de examens van juni zonder kleerscheuren door te spartelen, en dan begin juli nog mijn resterende stagedagen inhalen.’