08/02/2026
Vorige week zat ik met iemand aan de tafel in mijn praktijk.
We hadden het over haar man.
Over foto’s. Over vroeger. Over hoe stil het huis nu is.
Het was zwaar. Tot er ineens een herinnering kwam.
Ze vertelde hoe hij altijd de koffie liet overstromen omdat hij vergat het kopje eronder te zetten.
En ze moest lachen. Gewoon echt lachen.
En meteen daarna sloeg ze haar hand voor haar mond.
Alsof ze iets verkeerds had gedaan.
Ze keek me aan en zei zacht: dit mag toch niet hè… lachen.
Alsof lachen betekent dat je niet genoeg mist.
Alsof verdriet bewijst hoeveel je van iemand houdt.
Alsof je trouw moet blijven aan somberheid.
Maar zo werkt het niet.
Je kunt iemand missen en toch lachen om een herinnering.
Je kunt huilen in de ochtend en ’s middags even genieten van de zon.
Dat maakt je geen slechte partner, dat maakt je mens.
Verdriet en een lach lopen vaak door elkaar heen.
En terwijl we daar zaten, schoof Uno dichterbij en legde zijn kop op haar knie.
Alsof Uno wilde zeggen het is oké, je mag lachen.
Misschien herken jij het ook.
Dat je schrikt van je eigen lach.
Weet dan, je liefde verdwijnt niet omdat je even lacht.
Je draagt iemand met je mee, ook in die kleine, lach momenten.
Wanneer voelde jij voor het laatst zo’n onverwachte glimlach?
Durf je die er gewoon te laten zijn?