17/03/2026
Als lactatiekundige balanceer ik voortdurend tussen begeleiden, aanvoelen en afstemmen. Soms ben ik misschien te positief, soms juist te voorzichtig of te kritisch.
Wat ik ook doe, mijn intentie is altijd dezelfde: moeder en kind zo goed mogelijk ondersteunen bij hun borstvoedingdoel.
Tegelijkertijd ben ik ook gewoon een mens. Ik maak inschattingen op basis van mijn kennis, ervaring en gevoel.
Soms kies ik een nuance die achteraf niet helemaal past bij wat die specifieke vrouw nodig had. Soms zeg ik iets dat anders landt dan ik bedoelde. Dat blijft zoeken, elke keer opnieuw.
De één heeft behoefte aan duidelijke, directe adviezen, terwijl de ander juist zachtheid en bevestiging nodig heeft. Dat vraagt van mij dat ik blijf schakelen, echt luister en niet alleen kijk naar het voeden, maar naar de vrouw als geheel.
Daarbij weet ik hoe groot de invloed is van hormonen in de kraamperiode. Emoties kunnen versterkt zijn, onzekerheden liggen soms vlak onder de oppervlakte. Wat voor mij een kleine nuance lijkt, kan voor een moeder heel groot voelen. Dat besef neem ik altijd mee, ook al lukt het me niet altijd om precies de juiste toon te raken.
Ook karakters spelen een rol. Sommige vrouwen willen de regie houden, anderen zoeken juist houvast. Ik beweeg daar tussenin, terwijl ik probeer trouw te blijven aan mijn eigen gevoel en professionele inzichten. Ik blijf eerlijk informeren wat mijn plicht is als lactatiekundige IBCLC.
En hoe zorgvuldig ik ook werk—soms gaat het goed, en soms helaas niet zoals gehoopt. Dat kan raken, juist omdat ik het zo goed bedoel. Op zulke momenten probeer ik mild te blijven, voor de ander én voor mezelf. Want ik geloof dat goede zorg niet zit in perfectie, maar in oprechte betrokkenheid, reflectie en de bereidheid om te blijven leren.