16/01/2026
In je werk als kraamverzorgende krijg je bijna dagelijks te maken met situaties waarin medicatie een rol speelt. Soms heel vanzelfsprekend, zoals foliumzuur dat vrouwen al vóór de zwangerschap slikken of het kinkhoestvaccin rond 22 weken zwangerschap.
Daarnaast zijn er de minder voorspelbare situaties: een moeder die tijdens de bevalling antibiotica krijgt, of die na de geboorte ijzertabletten krijgt voorgeschreven.
Voor jou als kraamverzorgende kan medicatie een spannend onderwerp zijn. Want wat mag je wél doen en waar ligt de grens? Een paracetamol adviseren kan eenvoudig lijken, maar wist je dat ook dit bijwerkingen kan geven? En wie is er dan verantwoordelijk?
Wat past binnen jouw rol?
Medicijnen kunnen een wisselwerking hebben met andere medicatie. Ze kunnen elkaar versterken of verzwakken. Medicatie die de moeder gebruikt kan in de moedermelk terecht komen. Omdat jij de medische achtergrond van een moeder nooit volledig kunt overzien, ligt adviseren niet binnen jouw verantwoordelijkheid.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen: “Normaal zou ik dit zeggen, maar ik overleg even met de verloskundige.”
Dan blijf je bij het punt waar jouw kracht ligt: in het signaleren, zorgvuldig documenteren en tijdig doorverwijzen.