Broeder Sjuul

Broeder Sjuul Broeder Sjuul is een pagina waarmee ik een inkijkje geef in mijn werk als zorgverlener en als mens

This Is my Life, een blog over het leven van vandaag... het leven van mij als blogger maar ook het leven van iemand die zomaar over straat wandelt...

Wat een boek hè, Nachtdienst. 🌙Ik heb Nachtdienst van Rhijja Jansen uitgelezen en ik moest ‘m echt even laten bezinken. ...
06/02/2026

Wat een boek hè, Nachtdienst. 🌙

Ik heb Nachtdienst van Rhijja Jansen uitgelezen en ik moest ‘m echt even laten bezinken. Sommige boeken lees je, sla je dicht en ga je door. Dit was er zo eentje die nog even naast je blijft zitten.

Tijdens het lezen voelde ik bijna weer die nachtlucht op mijn huid. Dat stille moment rond een uur of drie, waarin de wereld klein wordt. Waarin het licht van de gang feller lijkt dan overdag en ieder geluid harder binnenkomt. De piep van een infuuspomp. Een zucht vanuit een kamer. Je eigen gedachten die ineens alle ruimte krijgen.

Wat Rhiija zo mooi onder woorden weet te brengen, is die eenzaamheid die tegelijk verbondenheid is. Dat je als zorgverlener ’s nachts soms alles draagt. De verantwoordelijkheid. De twijfels. De gesprekken die overdag nooit gevoerd worden. Maar ook die onverwachte intimiteit. Een cliënt die ineens vertelt over vroeger. Een hand die net iets langer in de jouwe blijft liggen.

Ik herkende mezelf in die bladzijden. In het schakelen tussen professioneel blijven en ondertussen mens zijn. In het gevoel dat je op dat uur van de nacht dichter bij iemand staat dan ooit.

Het boek bracht me terug naar mijn eigen nachtdiensten. Naar de momenten van stilte, maar ook naar de rauwe realiteit. Naar de keren dat ik de deur achter me dichttrok en wist: vannacht gebeurt hier van alles, en ik ben erbij.

Mooi hoe woorden dat kunnen doen.

Dank je wel, Rhijja, voor het laten zien van de nacht zoals wij ’m kennen.

Ben je nieuwsgierig naar het boek? Dan kun je hem hier bestellen:
https://ap.lc/YaLAg

Iedere zorgmedewerker in de wijk heeft ze. Collega’s zonder contract, zonder scholing en zonder enig gevoel voor profess...
05/02/2026

Iedere zorgmedewerker in de wijk heeft ze. Collega’s zonder contract, zonder scholing en zonder enig gevoel voor professionele afstand. Ze werken fulltime, nemen geen pauze en beoordelen je bij ieder bezoek opnieuw alsof je solliciteert naar de functie Toegang Tot Het Huis.

Ik heb er zo eentje in mijn route. Drie kilo hond met de geluidsinstallatie van een stadion. Zodra ik de bel indruk, ontploft het huis. Niet gewoon blaffen, nee, dit is een auditie voor een horrorfilm. Het soort lawaai waarbij buren zich afvragen of er een inbraak, een brand of het einde der tijden plaatsvindt. En dan hoor je binnen een stem: “Henkie! Stil nou, dat is de zuster!”

Henkie denkt daar anders over. Henkie vertrouwt niemand. Ik ben in zijn ogen geen zorgverlener, ik ben een verdachte met een tas vol mogelijk gevaarlijke pleisters.

Toch praten we iedere keer even, door de deur heen. Ik complimenteer hem met zijn inzet. Hij schreeuwt terug dat ik moet vertrekken. Professionele communicatie, noem ik dat.

En dan heb je de andere categorie: de overenthousiaste sociale werker. De deur gaat open en nog vóór ik “goedemorgen” kan zeggen, hangt er 25 kilo hond aan mijn knieën. Staart als een propeller, poten overal, tong in mijn gezicht. “Hij doet niks hoor!” zegt de cliënt geruststellend, terwijl ik mijn tas probeer te redden uit een situatie die lijkt op een georganiseerde overval.

Dit zijn de honden die je tas inspecteren alsof ze bij de douane werken. Bloeddrukmeter? Interessant. Handschoenen? Verdacht. Mijn broodtrommel? Nationale noodsituatie, openmaken voor inspectie. Ik voel me minder zorgprofessional en meer wandelende picknick.

Toch zijn dit ook de honden die naast je blijven staan tijdens wondzorg, alsof ze supervisie hebben. Die hun kop op je knie leggen tijdens het aantrekken van steunkousen. Die zuchten alsof zij het zware werk doen.

En dan is er de chef van de wijk. De grote herder die mijn auto herkent. Ik rijd de straat in en hij zit al bij het hek. Niet blaffend, niet dreigend, gewoon wachten. Alsof hij denkt: Ah, mijn collega van de buitendienst is er weer.

Hij loopt met me mee naar de voordeur. Houdt toezicht terwijl ik aanbel. Blijft liggen bij de stoep alsof hij de omgeving veilig houdt. Binnen krijg ik rapportage van de cliënt. Buiten krijg ik rapportage van hem. Die blik zegt alles: “Postbode geweerd, kat verjaagd en de situatie is onder controle. Koekje graag!”

En ja, die krijgt hij. Dit is geen omkoping, dit zijn arbeidsvoorwaarden.

Het gekke is: ze worden onderdeel van je route. Je plant ze mee in je hoofd. “Oké, eerst wondzorg, daarna medicatie… en dan even mentaal voorbereiden op Henkie.” Je weet wie blaft, wie springt, wie een snack verwacht. Je kent hun karakters net zo goed als die van hun baasjes.
En als zo’n hond er ineens niet meer is, is de straat stiller, de voordeur voelt anders. Want hoe hard ze ook blaffen of hoe vaak ze je bijna omver lopen, ze horen bij de wijk. Net als de stoeptegels, de voordeurbel en de geur van koffie bij binnenkomst.

Wij zorgen voor de mensen.
Maar die honden? Die houden stiekem een beetje toezicht op ons.

Het is zes uur 's ochtends. Mijn hoofd hangt nog in de mist van een te korte nacht, m'n koffiebeker staat gevaarlijk dic...
01/02/2026

Het is zes uur 's ochtends. Mijn hoofd hangt nog in de mist van een te korte nacht, m'n koffiebeker staat gevaarlijk dicht bij het randje van de tafel en mijn autosleutels liggen alweer onvindbaar ergens tussen de papieren op mijn bureau en de weekplanning. Maar geen tijd voor gedoe, ik moet naar mevrouw Van Gils. En mevrouw Van Gils heeft een medicijnklok.

Een nieuwe. Een hypermoderne. Een "slimme dispenser", zeggen ze dan, terwijl je hem op moet starten met een handleiding van 84 pagina’s, inclusief USB-kabel.
Bij binnenkomst ruikt het verdacht naar gemalen paracetamol en wanhoop. Mevrouw Van Gils zit op de bank, gewikkeld in een fleece dekentje met op haar schoot een plastic bakje... vol pillen. “Hij heeft weer gekotst, jongen,” zegt ze, terwijl ze met een soeplepel een witte pil van de grond probeert te vissen.
Ik draai mijn hoofd richting de boosdoener: het medicijnklok. Een klein, apparaat dat op een onschuldige kist lijkt, maar zich vandaag gedraagt als een bezeten doos. Iedere 10 seconden schiet er een zakje of een losse pil uit. Niet in het bakje. Al haar pillen liggen op de grond en over de kast.

Ik probeer op professionele toon te blijven: “Goedemorgen, ik kom even kijken naar uw medicatieklok.” Terwijl ik dat zeg, spuwt het apparaat met een satanisch ‘BEEP’ drie roze capsules mijn kant op. Eén belandt in het bakje. De andere twee verdwijnen achter de kast.

“Ik denk dat 'ie overspannen is,” zegt mevrouw Van Gils droog.
Ik buk om het snoer te checken, net op het moment dat het apparaat een medicijn zakje uitspuugt of het een soort maler is. Een hoog piepend geluid komt er uit de klok.

"Misschien is het de software?” stel ik voor, terwijl ik met een tissue de tabletten van mijn schoen schraap. "Misschien is het de duivel," bromt mevrouw Van Gils, die inmiddels met haar rollator achter het apparaat is gaan staan. "Als ik het zo zie, lijkt het meer op Norovirus dan op technologie."
Ik bel de klantenservice. Ze nemen niet op, natuurlijk niet. Dus ik doe wat elke doorgewinterde zorgverlener doet in crisistijd: ik haal de stekker eruit en hoop op een wonder.
Stilte.
En dan, ineens, een diepe gorgel en een laatste KLENG, alsof het apparaat zijn ziel uitbraakt, gevolgd door een eenzame vitamine D-tablet die in het bakje valt .
Triomfantelijk kijkt mevrouw Van Gils me aan. “Nou, d’r zit wel vooruitgang in.”
Ik plak een post-it op het apparaat: "NIET AANZETTEN. BEZETEN." en laat een handgeschreven schema voor de komende twee dagen achter. Pillen handmatig, zoals in de goeie ouwe tijd. Mevrouw Van Gils knikt goedkeurend. “Jij bent tenminste nog geen robot.”

Op de fiets naar mijn volgende cliënt vraag ik me af hoeveel subsidie deze pillenspugende duivelsdoos heeft gekost. En of ik straks ook vervangen word door een broederrobot die bij iedere valpartij in foutcode schiet.
Maar goed, eerst koffie. Met een paracetamol. Die ik handmatig slik, zonder hysterische piep of projectielbraaksel.

Een aantal weken geleden schreef ik een stukje voor Arts en Auto, het blad van VvAA!Zie hier het eindresultaat!
30/01/2026

Een aantal weken geleden schreef ik een stukje voor Arts en Auto, het blad van VvAA!

Zie hier het eindresultaat!

Julian Hooikaas: "Geen enkel zorgplan of verpleegplan vangt de angst van een moeder om vergeten te worden."

Ik maak er weleens harde grappen over, maar eerlijk is eerlijk: ik had zo naar de toneelschool gekund. Drama zit me niet...
27/01/2026

Ik maak er weleens harde grappen over, maar eerlijk is eerlijk: ik had zo naar de toneelschool gekund. Drama zit me niet in het bloed, het is mijn bloed. Als kind al, ik was er goed in, te goed misschien. Het Amsterdams toneel heeft een kans laten liggen, om mij niet zonder auditie aan te nemen!

Ik hoor Richard Groenendijk het nog zeggen: “Dan speel je de rol van je leven.”
Dat ging toen over een partner en kinderen, maar ik heb die zin geadopteerd alsof hij voor mij bedoeld was. Als lijfspreuk, als houvast en het werkt verrassend goed, ook in de zorg. Misschien juist wel daar aan het bed!

Ik sta voor zijn deur. De deur van Joop.
Even een schets van het beeld: Langdurige zorg, een CVA in zijn voorgeschiedenis en alles wat daarbij hoort. Zijn gedrag is lomp, zijn woorden hard en zijn lontje kort. Ik wéét dat het zijn hersenen zijn. Ik wéét dat ziekte gedrag kan vervormen. Maar iedere keer als je binnenstapt en zonder waarschuwing de volle laag krijgt omdat het leven niet meer luistert zoals vroeger, dan doet dat iets met je.
Het liefst zou ik op zulke momenten mijn scheur opentrekken en net zoveel geluid maken als het luchtalarm op de eerste maandag van de maand. Gewoon even alles eruit, klaar! Maar zo werkt het niet, niet hier, niet bij hem en niet bij mij!
Dus sta ik daar. Met een lichte misselijkheid ergens achter mijn ribben, hand op de klink. Twijfelend of het sociaal nog acceptabel is om mezelf ziek te melden terwijl ik al voor de deur sta. En precies op dat moment schiet die zin weer door mijn hoofd. Dan speel je de rol van je leven!

Ik moet erom grinniken. Adem in, adem uit en stap naar binnen.
Het toneel is geopend. De spotlights gaan aan, al ziet niemand ze behalve ik. Ik help hem naar het toilet, doe wat nodig is en praat ondertussen luchtiger dan ik me voel. Soms speel ik dommer dan ik ben, soms juist overdreven opgewekt. Af en toe gooi ik er iets onverwachts uit, niet om te provoceren maar om het patroon te breken. Toneel, ja. Maar geen nep toneel, meer een manier om zo subtiel als dat ik ben *kuch* de sleur te doorbreken.
Joop zit op de pot. Ik neem plaats op de douchestoel en vraag naar zijn CVA. In mijn hoofd zet ik me schrap voor de wind van voren die ongetwijfeld komt, maar die blijft uit.

In plaats daarvan vertelt hij. Over hoe hij altijd alles zelf deed, over onafhankelijk zijn, over kracht. En over hoe zijn eigen hoofd hem ineens in de steek laat. Terwijl hij praat, zie ik iets veranderen, zijn schouders zakken, zijn stem breekt. En daar, tussen zijn woorden door, krimpt de man die ik kende tot iets veel kleiners.
Hij zegt dat het leven niet meer zo leuk voelt. Dat hij bang is voor wat er nog komt, dat de weg ineens donker is geworden. En verdomme, die angst snap ik, echt!
Als je jong bent, ligt het leven voor je als strak asfalt. Nieuw, glad, overzichtelijk. Perfect om zonder nadenken vooruit te gaan. Maar hoe ouder je wordt, hoe slechter de weg. Er komen scheuren, kuilen, stukken waar je moet afremmen. En op een gegeven moment rijd je België binnen. Je schrikt je rot, weet niet waar je moet kijken en vraagt je af hoe je hier in hemelsnaam bent beland.
En als je dan ook nog afhankelijk wordt van anderen, van mensen zoals ik, dan wordt die weg pas echt eng.
Sinds dat moment kunnen Joop en ik samen verder. Niet vlekkeloos en zeker niet altijd gezellig, maar wel samen. Ik speel nog steeds de rol van mijn leven. Met grapjes, met plagerijen en soms met een onverwachte opmerking waardoor hij schrikt en daarna moet lachen. We komen niet altijd ver, maar we komen verder dan we dachten.

Dus ja, iedere ochtend stap ik opnieuw het toneel op.
In het stuk The Happy Nurse.
Ik zeg goedemorgen.
En wens u een hele fijne voorstelling. 😉

PS: sorry de foto is weer van A.I. ik mocht niet naar het oude luxor om foto's te maken, vinden jullie dat nou niet flauw 😂😂😂😂😂 Behalve mijn klokje op mijn kont vond ik het best leuk gelukt!

23/01/2026

Hij werd 95. Zo’n leeftijd waarbij mensen automatisch zachter gaan praten en voorzichtiger bewegen, alsof iemand elk moment kan breken. Maar bij hem klopte dat beeld niet, hij was nog best fief. Scherp van geest, rechtop in zijn stoel en met ogen die alles nog volgden. Dit was geen man die aan het wachten was, dit was een man die nog meedeed!

Hij zat tijdelijk in een ELV-kamer. Zo’n kamer waar dagen soms in elkaar overlopen en waar het leven even op pauze lijkt te staan, maar vandaag niet. Vandaag was anders, vandaag was zijn verjaardag.

Zijn jas lag klaar, zijn overhemd was net iets netter dan anders. En bij ieder geluid op de gang keek hij op. Zijn familie zou hem vanmiddag ophalen. Uit eten, en daarna naar de musical.
De musical Les Misérables!!! Hij vertelde het met dezelfde opwinding als een kind dat voor het eerst naar de dierentuin mag. Waar ze gingen eten, wist hij niet eens precies. Dat maakte ook niet uit, het ging om samen weg. Even niet hier, even gewoon opa, vader, schoonvader zijn. Geen cliënt, geen kamer, geen zorg.
Toen zijn familie kwam, veranderde de sfeer op de afdeling meteen. Gelach op de gang, jassen over stoelen. Omhelzingen die net iets te langer duurden.

Zijn gezicht lichtte op zoals je dat alleen ziet bij mensen die zich gedragen voelen, geliefd. Hij straalde, zijn ogen waren zelfs wat vochtig. Zo blij als een kind dat zijn verjaardag niet alleen herinnerd, maar ook gevierd werd.

Later die avond kwamen ze terug. Moe, voldaan, met verhalen over eten, muziek en alles wat ze hadden gezien. Twee kleinkinderen bleven slapen bij opa op de kamer. Geen zorgen, volwassen kleinkinderen, maar toch! Samen de nacht doorbrengen, gewoon omdat het kan, omdat het mag en omdat het leven soms ineens weer heel klein en heel mooi is.

De volgende ochtend kwam de vraag, een beetje schuchter bijna: of ze de oven mochten gebruiken voor afbakbroodjes. Natuurlijk, ga je gang, alsjeblieft. De geur van warm brood trok door de gang. Opa aan tafel, kleinkinderen erbij, koffie erbij, geen zorgsetting, geen instelling.

Gewoon een familieontbijt, in een ELV-kamer. Samen met mijn collega’s hebben we genoten, van zijn lach, van zijn trots, van hoe 95 ineens jong voelde! Omdat liefde dat doet, liefde haalt de zorg er even af, liefde maakt iemand weer mens, geen dossier.
En wij stonden erbij, met een glimlach!
Omdat dit is waarom we het doen.

Gisteren liep ik met een lichtje in mijn hand naar het water bij Crematorium en uitvaartcentrum Waalstede. Naast mij lie...
19/01/2026

Gisteren liep ik met een lichtje in mijn hand naar het water bij Crematorium en uitvaartcentrum Waalstede. Naast mij liep zijn moeder, mijn schoonmoeder. Twee mensen, twee vlammetjes, gedragen door dezelfde stilte.

Je vraagt je misschien af waarom?
Omdat het vier maanden geleden is dat ik in een zaal stond te praten over Sander. Zesentwintig jaar oud, mijn muppet, mijn viva la vriendje. Vier maanden geleden dat ik met één druk op de knop zijn kist zag verdwijnen. De deuren van de oven open, de warmte die ontsnapte, bijna tastbaar. De deuren dicht en daarna die kou. Niet in de ruimte, maar in alles wat ik voelde.

Mijn emoties waren afgefakkeld, plat, verdoofd. Alsof iemand het licht in mij ook even had uitgezet.

Gisteren stond ik opnieuw voor datzelfde gebouw. Maar nu niet alleen, samen met zijn moeder liep ik het terrein op. We kregen twee lantaarns met kaarsjes.

En terwijl de vlammetjes begonnen te branden, dacht ik: zo brandt dus een verhaal. Niet fel, niet schreeuwerig. Maar rustig, standvastig, tegen de wind in.

Het was druk, families overal. Verdriet in alle vormen die je je kunt voorstellen. Mensen die huilden, mensen die lachten. Mensen die elkaar vasthielden alsof ze anders om zouden vallen. Oud, jong en ergens, heel in de verte, huilde een baby. Hier stonden we dan, allemaal met met ons eigen verhaal en toch met elkaar!

Samen liepen we naar het water, naar dat ene plekje.
De plek waar ik vier maanden geleden ook stond. Die eerste keer, toen ik samen met een ongelooflijk lieve medewerkster van DELA het lichaam van Sander mocht verzorgen. Het was een grijze dag geweest, zo’n dag waarop alles stil lijkt te staan. Net toen ik daar stond te wachten, brak de zon even door, een paar stralen zonlicht vielen op het water. Het water begon te glinsteren, alsof iemand zachtjes fluisterde: kijk, hij is er nog.

Op diezelfde plek stond ik nu weer. Met een lichtje in mijn hand.
Maar dit keer niet alleen met mijn gemis. Dit keer stonden we daar met z’n allen.
Want dat is wat ik gisteren voelde, verbondenheid.
We stonden daar allemaal met iemand in ons hart. Met iemand die we missen. Iemand die te vroeg ging, of te jong, of gewoon… te veel geliefd om ooit los te laten.

En in dat moment besefte ik iets wat pijn deed en tegelijk zo mooi was en dat ik er nooit bij stil heb gestaan:
In missen zijn we allemaal gelijk.

De lichtjes stonden daar allemaal op het terrein. Los van elkaar, en toch samen. Net als wij.

En heel even voelde het niet leeg, heel even voelde het warm.
Niet omdat het verdriet weg was, maar omdat het gedeeld werd.

Dat is denk ik waar herdenken om draait:
Niet loslaten.
Maar samen vasthouden.

Dankjewel Coöperatie DELA voor het organiseren want dit was belangrijk!

Er is dus zo’n trend onder jongeren: “post een foto uit 2016.”Je weet wel, filtertje erop, nostalgie, good vibes only (w...
18/01/2026

Er is dus zo’n trend onder jongeren: “post een foto uit 2016.”
Je weet wel, filtertje erop, nostalgie, good vibes only (wat dat ook moge zijn).

Nou. Hier komt-ie dan.

2016.
Volledig aan het bed, fris, ongeschonden. Met knieën die nog niet kraakten bij het opstaan.
Ik dacht serieus dat vermoeidheid iets was wat je kreeg van te laat naar bed gaan en niet van het leven zelf.
Gekleurd uniform, rug recht, blik van: ik ga dit even fixen.

2026.
Ander soort uniform, andere kijk op de wereld, ander mens.
De rug heeft een mening.
De knieën onderhandelen.
En “even” bestaat niet meer, alleen “straks”, “morgen” en “wie heeft dit nu weer bedacht”.

Er is een hoop gebeurd tussen 2016 en 2026.
Niet alles zichtbaar op een foto.
Maar geloof me: dit is geen glow-down. Dit is praktijkervaring met bijsluiter.

Ergens vandaag, tussen het aantrekken van mijn jas en het rechtleggen van mijn mijn gedachten, kwam de kortsluiting. Zo’...
15/01/2026

Ergens vandaag, tussen het aantrekken van mijn jas en het rechtleggen van mijn mijn gedachten, kwam de kortsluiting. Zo’n zachte klik diep vanbinnen, alsof iemand met een natte vinger aan een meterkast zit waar al jaren een sticker “niet aankomen” op zit.

Ik was al een tijd niet op het dorp geweest, zo'n dorp met een kerk, een kar met paard, een slagerij... J. van der Ven, een kroeg, een juffrouw op de fiets, het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets maar het is waar ik regelmatig in de wijk werk. Vandaag liep ik er weer, samen met de stagiaire. Op naar een van de voordeuren!

Meneer, achterin de tachtig, deed open. Niet zomaar open, nee, hij keek me aan! Echt aan, met zo’n blik die niet langs je heen glijdt maar recht naar het spreek woordelijk deurtje van je ziel gaat! Van collega’s had ik gehoord dat hij naar me gevraagd had! Hij vertelde dat hij aan me gedacht had met kerst, met oud en nieuw, tussen het kerst diner en de oliebollen door. Dat doet wat met een mens, ook al loop je met je Broeder-masker strak om je gezicht gehecht, vastgelijmd met plichtsbesef en een glimlach op st***je professioneel.

Ik stap binnen, geef hem een hand, ratel mijn standaardzinnen af. Hoe is het met u? Goed geslapen? Beste wensen nog, op naar een mooi en gezond jaar! Het rolt eruit als een geoefend script in de musical 'The Happy Nurse'. Hij knijpt even in mijn hand en zegt dat hij blij is me te zien, echt blij, en of ik “even de po doe”, dan gaat hij met de stagiaire naar de badkamer. Hij weet het, ik weet het, alle collega's weten het: wassen is even niet mijn ding. Mijn hoofd heeft dat bestempeld als de rode knop van een Formule 1-auto, en voor je het weet zit mijn hart op st***je Max Verstappen zonder pitstop. Dus ik hang erbij als een blok beton met een zorgdiploma.

Ik doe de extra taken, ruim wat op, beetje het randwerk. Ondertussen kijk ik stiekem in de krant bij de overlijdensadvertenties, zoals altijd, uit nieuwsgierigheid of ik iemand ken. Mijn ogen glijden langs foto’s op de kast, een leven in lijstjes, en ik kijk naar de tuin. Daar, in dat perkje, zie ik de eerste groene puntjes. Dappere bollen zo half januari, denk ik. Over een paar maanden kan ik weer dreigen dat ik ’s nachts zijn rododendron kom uitgraven omdat hij in mijn tuin veel beter staat, met een vette knipoog natuurlijk, en hij zal weer dreigen dat hij me met de stok achterna komt. Zo hoort dat! De lol erin!

Ik luister half naar het gesprek achter de badkamerdeur, stemmen gedempt. Als hij later de keuken inkomt, vraag ik naar de kerst, naar het vuurwerk, gewoon praatje pot, zorg zoals zorg soms ook gewoon gezellig mag zijn. Aan het eind van het zorgmoment sta ik op en dan zegt hij het. Dat ik een mooi jaar mag hebben, dat hij het me gunt. Dat ik alsjeblieft de tijd moet nemen, voor alles, zodat ik het een plekje mag geven! Woorden die direct mijn gevoel binnen denderen als een soort Leopard tank. En daar voel ik ze ineens, die tranen, niet netjes afwachtend maar met hun vuisten bonkend op mijn traanbuizen. In naam van Caesar, doe open die poort.

Ik bedank hem, zeg dat ik snel weer kom, draai me om en voel de eerste tranen al ontsnappen, ongecontroleerd en niet te stoppen. Ik loop naar buiten, roep nog een laatste keer gedag en stap richting de auto, met de stagiaire achter me aan. Ik veeg mijn wangen droog en zie haar kijken. Ja meis, dit hoort er ook bij, helaas.

In de pauze gaat het over de partner van een collega. Ik word stil en zeg in mijn hoofd dat ik me niet moet aanstellen, dat het toch fijn is dat iemand gelukkig is. Maar die tranen? Die staan weer klaar, deze keer niet met een vriendelijk bonk maar met een stormram. Ik loop naar buiten, zoek de zon op en laat ze gaan.

Labiele Loetje is terug van weggeweest, en als je me vandaag verkeerd aankijkt ga ik lekker een potje janken, compleet met snot, bellen uit mijn neus en waardigheid op min tien.

Zo’n dag is het. Dat als een mier struikelt, ik als een driejarige begin te huilen alsof de wereld vergaat, en morgen? Morgen trek ik mijn jas weer aan, plak ik mijn masker weer vast en stap ik weer een voordeur binnen alsof er niks aan de hand is! Maar vandaag? Zitten mijn tranen hoog!

Stil stap ik het ziekenhuis in, 06:00. Alles is nog donkergrijs van kleur, het soort stilte waar ik eigenlijk best van h...
13/01/2026

Stil stap ik het ziekenhuis in, 06:00. Alles is nog donkergrijs van kleur, het soort stilte waar ik eigenlijk best van hou. Ik wilde mezelf trakteren op een rustige bak pleur, effe landen, wakker worden, acclimatiseren. Gewoon, voordat de eerste piep afgaat of iemand z’n bed in ruilt voor het zachte linoleum.
Ik had er zowaar zin in vandaag.

“Hey Sjuul, bakkie?” roept er een stem vanaf de balie.
Het is die jonge van de beveiliging, petje achterstevoren en altijd een grote bek, maar wel een goeie vent. We draaien vaak nachtdienst tegelijk. Hij komt dan altijd ff buurten, of we lopen samen naar beneden, naar de centrale hal waar hij dan zit. Daar, onder die net-niet-werkende TL-balk, met zo’n koffieautomaat die al drie jaar hetzelfde kaartje heeft: ‘KAPOT’

Ik zak neer op z’n stoel achter het grote bureau. Rondom schermen met beelden van de entree, de parkeergarage, de liften… publieke ruimtes dus, want camera’s op de afdelingen? Nee, da doen we hier nie. Ziekenhuis of geen ziekenhuis, je hoeft niet overal in je r**t gekeken te worden.

En toch… als je die beelden nou eens aan elkaar zou knippen. Al die voorbij schuifelende mensen, vermoeide gezichten, verdwaalde bezoekers die al voor de tweede keer naar de verkeerde vleugel lopen. Ambulances die binnen rijden.
Man, je had er een serie van kunnen maken. New Amsterdam? Fl***er op. Hier is 't gewoon Bernhoven, Amphia of weet-ik-veel-welk Brabants ziekenhuis. Geen gladgestreken dokters, maar wel een broeder die met z’n jas nog half open staat, een halve croissant in z’n mond heeft en ondertussen al drie overdrachten in z’n hoofd zit te maken.

Een ziekenhuis waar je met je poten in de klei staat. Maar dan onder TL-licht, en met slappe koffie.

Wie kent deze nog? Badkamer van 1,5 vierkante meter... en dat ding op 3 met gesloten deur. Na 20 minuten hoeven ze mij a...
12/01/2026

Wie kent deze nog? Badkamer van 1,5 vierkante meter... en dat ding op 3 met gesloten deur. Na 20 minuten hoeven ze mij alleen een keer om te draaien en ik ben keurig gaar aan twee kanten 🤣🤣🤣🤣




'Broeder mag de deur dicht? Want ik heb het koud'

De zorg gaat altijd door. Ook als de mussen bevroren van het dak vallen. Ook als mijn Elliot (mijn auto, niet een van mi...
11/01/2026

De zorg gaat altijd door. Ook als de mussen bevroren van het dak vallen. Ook als mijn Elliot (mijn auto, niet een van mijn exen) meer glijdt dan rijdt. Ook als je je afvraagt of je nou op route bent, of auditie doet voor een nieuwe aflevering van Ice Road Nurses.

Het begon allemaal op maandag. Sneeuwstorm Goretti raasde over het land en ze had er zin in. Binnen tien minuten was de stoep veranderd in een ijsbaan waar zelfs Sven Kramer zijn enkels op zou breken. Maar ja, je weet hoe dat gaat. Mensen hebben geen pauzeknop. Katheters moeten worden geleegd, steunkousen aangetrokken, en ergens in een appartementencomplex op de tiende verdieping heeft iemand je nodig omdat ze ‘denkt dat haar inhalator een soort luchtverfrisser is’.

Dus daar ging ik, in mijn Michelin-pak. Thermo-ondergoed, dikke sjaal, en natuurlijk met die o zo charmante antislip-ijzertjes onder mijn schoenen. Mijn klompen heb ik maar thuis gelaten! Ik voelde me net een pinguïn met een missie. Een zorgverlener met een doodswens, zullen sommige collega’s zeggen. Maar ja, de zorg draait, weer of geen weer.

En weet je wat? We deden het samen. In de groepsapp werd het code wit, letterlijk en figuurlijk. Verplaatste routes, gestrande collega’s die met glühwein werden opgewacht (of iets dat erop leek), en zelfs een collega die haar auto bij cliënt Ans moest laten staan en terug naar de wijkpost is gelopen. Heldin!

Sneeuwballen werden gegooid van zorgverlener naar cliënt, stoepjes werden bevroren glijbanen, maar jullie, lieve collega’s in Nederland, gleden er met gratie overheen en als we vielen? Dan stonden we weer op. Soms met een blauwe bil. Soms met een scheur in de broek. Maar altijd met een traan én een lach.
Dus bij deze: dank jullie wel. Dank aan alle collega’s die door de sneeuw zijn geworsteld, de dijken over zijn gekropen en de ijzige stoepjes hebben getrotseerd alsof we voor goud gingen in de zorg-Olympics.

De zorg is geen fairweather friend. Wij zijn er! Ter land, ter zee, en ja… in de sneeuw. Skilatten onder je auto en gaan!
Komt goed jongens, altijd!

Adres

Ameide

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Broeder Sjuul nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen

Share on Facebook Share on Twitter Share on LinkedIn
Share on Pinterest Share on Reddit Share via Email
Share on WhatsApp Share on Instagram Share on Telegram