30/03/2026
Ergens, in een kantoor waar het altijd naar printerinkt en lauwe koffie ruikt, heeft iemand besloten dat zorg prima in minuten past. Dat is knap, want ik werk al jaren aan het bed en ik heb het nog nooit zien gebeuren dat een cliënt zei: “Doe vandaag maar 12 minuten zorg, meer heb ik niet nodig.”
Maar goed. Het staat wel zo in de contracten tussen de verzekeraar en de zorgorganisaties.
Voor patiënten blijft het meestal onzichtbaar. Die merken het pas als ze te horen krijgen dat er een zorgstop is, of dat ze moeten wachten. Misschien dat ze “even moeten kijken naar een andere aanbieder”, dat klinkt vriendelijk, maar betekent in de praktijk: het geld is op! Niet de zorgvraag, niet het lijden, niet de wond, alleen het geld.
Voor ons, verpleegkundigen, is het dagelijkse kost. Wij werken onder plafonds, niet van beton, maar van Excel. En die plafonds komen steeds lager te hangen, je hoeft niet eens meer op je tenen te staan om ertegenaan te lopen.
We noemen het doelmatigheid. Mooi woord, alsof je iets verkeerd doet als je te veel tijd neemt. Douchen is zoveel minuten, wassen is zoveel minuten, steunkousen zijn zoveel minuten per been. Alles klopt, tot je het optelt! Dan blijkt een cliënt ineens “veel zorg” te gebruiken. Niet omdat die dat wil, maar omdat het lijf niet meewerkt.
En dan begint het ongemak.
Want die wond geneest niet sneller omdat het boekjaar bijna voorbij is. Die steunkousen gaan niet ineens vanzelf aan omdat het gemiddelde scheefloopt. En die cliënt met een beperkt netwerk blijft gewoon bestaan, ook als het contract zegt dat hij eigenlijk te duur wordt.
Hier ontstaat de spagaat, wij weten wat goede zorg is, we weten dat tijd soms het verschil maakt. Wij weten dat even blijven zitten, kijken, luisteren, voorkomt dat je later twee keer zo lang bezig bent. Maar we weten ook dat er wordt meegekeken. Op minuten, op gemiddelden, op afwijkingen.
Daarom zijn we sneller gaan werken, strakker gaan plannen en minder gaan praten. Niet omdat we dat willen, maar omdat het moet. Ja, dan krijgen we die zin naar ons hoofd: “Jullie hadden vroeger nog tijd voor een praatje.” Ja, dat klopt! Dat praatje is niet verdwenen door desinteresse, het is opgeofferd aan doelmatigheid.
Begrijp me niet verkeerd, niemand wil onnodige zorg leveren, niemand wil onbeperkt declareren. Maar een systeem dat langdurige zorg als probleem ziet, zet ons klem tussen professionaliteit en productie.
Zorg laat zich niet vangen in minuten, het leven ook niet. En zolang we blijven doen alsof dat wel kan, blijven wij rekenen aan iets dat eigenlijk niet te becijferen is.
Namelijk: goede zorg.