15/01/2026
Ergens vandaag, tussen het aantrekken van mijn jas en het rechtleggen van mijn mijn gedachten, kwam de kortsluiting. Zo’n zachte klik diep vanbinnen, alsof iemand met een natte vinger aan een meterkast zit waar al jaren een sticker “niet aankomen” op zit.
Ik was al een tijd niet op het dorp geweest, zo'n dorp met een kerk, een kar met paard, een slagerij... J. van der Ven, een kroeg, een juffrouw op de fiets, het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets maar het is waar ik regelmatig in de wijk werk. Vandaag liep ik er weer, samen met de stagiaire. Op naar een van de voordeuren!
Meneer, achterin de tachtig, deed open. Niet zomaar open, nee, hij keek me aan! Echt aan, met zo’n blik die niet langs je heen glijdt maar recht naar het spreek woordelijk deurtje van je ziel gaat! Van collega’s had ik gehoord dat hij naar me gevraagd had! Hij vertelde dat hij aan me gedacht had met kerst, met oud en nieuw, tussen het kerst diner en de oliebollen door. Dat doet wat met een mens, ook al loop je met je Broeder-masker strak om je gezicht gehecht, vastgelijmd met plichtsbesef en een glimlach op st***je professioneel.
Ik stap binnen, geef hem een hand, ratel mijn standaardzinnen af. Hoe is het met u? Goed geslapen? Beste wensen nog, op naar een mooi en gezond jaar! Het rolt eruit als een geoefend script in de musical 'The Happy Nurse'. Hij knijpt even in mijn hand en zegt dat hij blij is me te zien, echt blij, en of ik “even de po doe”, dan gaat hij met de stagiaire naar de badkamer. Hij weet het, ik weet het, alle collega's weten het: wassen is even niet mijn ding. Mijn hoofd heeft dat bestempeld als de rode knop van een Formule 1-auto, en voor je het weet zit mijn hart op st***je Max Verstappen zonder pitstop. Dus ik hang erbij als een blok beton met een zorgdiploma.
Ik doe de extra taken, ruim wat op, beetje het randwerk. Ondertussen kijk ik stiekem in de krant bij de overlijdensadvertenties, zoals altijd, uit nieuwsgierigheid of ik iemand ken. Mijn ogen glijden langs foto’s op de kast, een leven in lijstjes, en ik kijk naar de tuin. Daar, in dat perkje, zie ik de eerste groene puntjes. Dappere bollen zo half januari, denk ik. Over een paar maanden kan ik weer dreigen dat ik ’s nachts zijn rododendron kom uitgraven omdat hij in mijn tuin veel beter staat, met een vette knipoog natuurlijk, en hij zal weer dreigen dat hij me met de stok achterna komt. Zo hoort dat! De lol erin!
Ik luister half naar het gesprek achter de badkamerdeur, stemmen gedempt. Als hij later de keuken inkomt, vraag ik naar de kerst, naar het vuurwerk, gewoon praatje pot, zorg zoals zorg soms ook gewoon gezellig mag zijn. Aan het eind van het zorgmoment sta ik op en dan zegt hij het. Dat ik een mooi jaar mag hebben, dat hij het me gunt. Dat ik alsjeblieft de tijd moet nemen, voor alles, zodat ik het een plekje mag geven! Woorden die direct mijn gevoel binnen denderen als een soort Leopard tank. En daar voel ik ze ineens, die tranen, niet netjes afwachtend maar met hun vuisten bonkend op mijn traanbuizen. In naam van Caesar, doe open die poort.
Ik bedank hem, zeg dat ik snel weer kom, draai me om en voel de eerste tranen al ontsnappen, ongecontroleerd en niet te stoppen. Ik loop naar buiten, roep nog een laatste keer gedag en stap richting de auto, met de stagiaire achter me aan. Ik veeg mijn wangen droog en zie haar kijken. Ja meis, dit hoort er ook bij, helaas.
In de pauze gaat het over de partner van een collega. Ik word stil en zeg in mijn hoofd dat ik me niet moet aanstellen, dat het toch fijn is dat iemand gelukkig is. Maar die tranen? Die staan weer klaar, deze keer niet met een vriendelijk bonk maar met een stormram. Ik loop naar buiten, zoek de zon op en laat ze gaan.
Labiele Loetje is terug van weggeweest, en als je me vandaag verkeerd aankijkt ga ik lekker een potje janken, compleet met snot, bellen uit mijn neus en waardigheid op min tien.
Zo’n dag is het. Dat als een mier struikelt, ik als een driejarige begin te huilen alsof de wereld vergaat, en morgen? Morgen trek ik mijn jas weer aan, plak ik mijn masker weer vast en stap ik weer een voordeur binnen alsof er niks aan de hand is! Maar vandaag? Zitten mijn tranen hoog!