Broeder Sjuul

Broeder Sjuul Broeder Sjuul is een pagina waarmee ik een inkijkje geef in mijn werk als zorgverlener en als mens

This Is my Life, een blog over het leven van vandaag... het leven van mij als blogger maar ook het leven van iemand die zomaar over straat wandelt...

27/02/2026

En dan zit ik hier aan de keukentafel. Het is stil in huis maar in mijn hoofd staat de lift nog steeds op zes.

Covid, wat je er ook van vind moet je zelf weten, ik schrijf op wat ik meemaak, heb respect en als je dat niet kan... Scroll dan lekker door.

Alles rook naar chloor, plastic en angst. Die brillen die altijd beslaan precies op het moment dat je iets moet zien. Ik was drieëntwintig. Drieëntwintig en ik kende het geluid van een SIT-oproep beter dan het geluid van mijn eigen ringtone.

SIT kamer 12. Geen geschreeuw, geen drama, gewoon strak uitgesproken. En bij die tonen weet iedereen, dit is rennen.

Mijn eerste nachtdienst daar, natuurlijk, alsof het universum dacht, kom maar jongen, we gooien je meteen in het diepe. Ik stond aan het bed en tikte alles in HIX, saturatie, pols, ademhaling en tal van andere gegevens, driftig, alsof sneller typen zou zorgen dat ik de situatie voor bleef. Mijn handschoenen plakten aan mijn handen, mijn mond was inmiddels gort en gort droog. Ik deed wat van me verwacht werd. Dat kan ik goed, doen wat er verwacht wordt.

Mee naar de IC. Links, nog een keer links en dan rechts de dienstlift in. Ik weet het nog precies toen wij boven kwamen stond daar de IC die overnam. Ik liep de box mee in...

Ik stond in een hoekje en probeerde niet in de weg te staan. Daar keek ik hoe de IC het overnam. Strakke stemmen, korte zinnen, tube, medicatie en gaan.
Geen dramatische muziek zoals in Gray's anatomy. Alleen het gepiep van monitors en dat zuigende geluid van het uitzuigapparaat. Dat geluid kruipt onder je huid.
Tot dan kende ik het alleen van televisie.

En ineens voelde ik het. Gewoon een traan die onder mijn bril vandaan over mijn wang liep. Tegelijk dat koude zweet op mijn voorhoofd, die dikke druppels die je voelt vallen. Mijn hart bonsde in mijn keel en ik dacht alleen maar, stel je niet aan. Je bent zorgverlener, doe normaal. Maar ik was ook gewoon drieëntwintig.

Je staat er, je doet wat je moet doen. Je kent de handelingen uit het boek als het voor de eerste keer ziet. Je weet de protocollen vaak wel. En toch ben je toeschouwer, het gevecht speelt zich af tussen lichaam en ziekte en jij staat ernaast met handschoenen aan.

Dat is het ergste, die machteloosheid, er zijn maar niet kunnen fixen. Niet kunnen zeggen, zo, opgelost.
Toen het klaar was draaide ik me om en liep de sluis in. Schort uit, handschoenen in de bak, mondkapje af. Dat moment dat je eindelijk weer je eigen adem ruikt. Gemengd met plastic en adrenaline. Ik stapte de koele gang op en daar kwam het pas echt binnen. Alsof iemand mijn borstkas dichtkneep.
Ik leunde tegen de muur. Heel even, alsof ik mijn veters moest strikken (ik draag klompen). Niemand die het zag, hoopte ik.

Misschien heb ik daar een grens gevoeld, geen instorting, geen groot drama maar wel een barstje.
Zo’n haarscheurtje dat je niet ziet maar dat er wel zit.
Ik zie die patiënt nog voor me, hij is me bijgebleven. Ik weet dat hij leeft, of nou ja toen... Maar soms moet ik nog even terug denken aan die man.

Blog op herhaling: De pomp in het blauwe koffertjeGeen gouden koffertjes zoals je ziet op televisie bij een loterijshow....
22/02/2026

Blog op herhaling:
De pomp in het blauwe koffertje
Geen gouden koffertjes zoals je ziet op televisie bij een loterijshow. Geen confetti of tromgeroffel. Mijn koffertje is blauw. Klein van formaat, maar met grote betekenis. Want in dat koffertje zit de pomp.
Elke keer als ik dat koffertje pak en ergens naar binnen loop, weet ik dat het geen gewone dienst wordt. Ik stap niet alleen een kamer binnen, maar iemands leven. Of eigenlijk: het laatste stukje daarvan.

Wat zit er in dat koffertje? Een medicatiepomp, bedoeld voor palliatieve sedatie. En laat ik het meteen heel helder maken: palliatieve sedatie is géén euthanasie. Het doel is niet om iemands leven te beëindigen, maar om het laatste stuk draaglijk te maken. Om de ondragelijke klachten, zoals pijn of benauwdheid, die niet meer op andere manieren te behandelen zijn, te verlichten. De pomp zorgt ervoor dat iemand in een diepe slaap komt. Niet om dood te gaan, maar om in rust te mogen zijn tot het lichaam zelf stopt.
Voor sommige mensen voelt die pomp als een soort bevrijding. Na een lange weg van lijden eindelijk geen pijn meer. Geen angst. Alleen nog rust. Dan is die pomp bijna een soort hoofdprijs, niet omdat iemand dood wil, maar omdat het lijden eindelijk mag stoppen.

Voor anderen is het moeilijker. Want ze hoopten op herstel. Op een wonder. Op meer tijd. En nu is daar mijn blauwe koffertje. Geen gouden belofte, maar een eerlijk afscheid. Soms voelt het oneerlijk. Te vroeg. Te definitief. En dat is het ook. Maar het enige dat ik dan kan bieden, is een waardig en rustig einde.
De pomp lijkt misschien technisch, klinisch, koud. Maar in werkelijkheid brengt hij rust in de chaos. Stilte in de storm. Hij maakt dat iemand vredig kan inslapen, zonder strijd of paniek. Niet sneller, niet geforceerd, maar op een manier die zacht is, menselijk, en vol respect.
Elke keer opnieuw ben ik me bewust van de zwaarte van deze momenten. Elke keer is het bijzonder om er te mogen zijn. Om te zorgen. Om te begeleiden. Niet alleen voor degene in bed, maar ook voor de mensen die achterblijven.
Deze zorg is nooit routine. En dat moet het ook niet worden. Je doet dit maar één keer, en die ene keer moet goed zijn. Daarom zet ik me er elke keer weer volledig voor in. Niet voor mezelf, maar voor de ander. Voor hun rust, hun waardigheid, hun afscheid.

En telkens weer is het die pomp, in dat eenvoudige blauwe koffertje, die me eraan herinnert waarom ik dit werk met mijn hele hart blijf doen.

Oeeeh, er staat een blog van mij bij Arts en Auto!Belle en Mien 😊
19/02/2026

Oeeeh, er staat een blog van mij bij Arts en Auto!
Belle en Mien 😊

Hond Belle van Mien is er niet meer, en dat raakt ook verzorgende-IG Julian Hooikaas. “Ze had het mooiste leven dat een hond zich kon wensen, Mien.”

Hé gullie, feestneuzen, dweilkoppe en bierbuike,Hier is Broeder Sjuul, nou efkes nie in ut wit, mar in un pekske dè al z...
15/02/2026

Hé gullie, feestneuzen, dweilkoppe en bierbuike,

Hier is Broeder Sjuul, nou efkes nie in ut wit, mar in un pekske dè al zuh lang nie gewasse is da zelfs ut wasmasjien roept: houdoe en bekik ut mar.
Carnaval is gin gedoe van wie ut hardst kan brulle of wie ut meest kan zuipuh. Carnaval is saome!
Saome lache, saome zinge, saome zwieren deur de straot terwijl ge eigenlijk al lang naor huis haj gemotte.

Mar lustert is efkes goed, gullie:
blèft aordig vur mekaor.
Ge wit nie waor iemand mee rond lopt onder zunne kiel of feestneus.
Misschien mist ie iemand, misschien zit zunne kop vol, misschien is dit zunne enigste dag da ut efkes licht vuult.

Dus gif un lach, gift unne knuffel. Zeg: “goat ut nog mee oe?”
En houw oe hendjes thuis as iemand iets nie wil, want des gewoon fatsoen, ok al staot oe wereld al scheef van ’t bier.
Ziede iemand wankele? Vat um vast! Ziede iemand allenig? Gaoi dur efkes bij staon vuur un gezellig praotje.

We doen ut saome, nie ieder vur zun ège.
Des carnaval, des waor ut om draoit, des hoe ut heurt!
Dus zingt vals, loop krom, maor houwt oe hart zacht.
En as ge mijn ziet zwalken: des gin zurgelijke situatie, des feestverpleegkunde.
Mak er un gruwelijk schôn carnaval van, mè veul leut, saome.

Vandaag is het Valentijnsdag.En ik heb door de jaren heen heel wat verliefde stelletjes, bossies rozen en veel te dure k...
14/02/2026

Vandaag is het Valentijnsdag.
En ik heb door de jaren heen heel wat verliefde stelletjes, bossies rozen en veel te dure knuffelberen door menig ziekenhuisgang zien schuifelen. Achter voordeuren waar het naar suddervlees en Eau de Cologne ruikt. Op afdelingen met namen als Rozenhof, De Linde of Zonnenbloem.

En voor wie zegt: “Het is een grote geldklopperij.”
Nee joh. Het is precies wat jij eraan hangt.
Als jij alleen een tientje ziet verdwijnen bij de bloemist, dan is dat wat het is.
Maar als jij in dat kaartje je hele hart stopt, dan is het onbetaalbaar.

Drie jaar geleden kreeg ik een kaartje van Sander. Gewoon, zo'n greetz ding “### Van je tuinkabouter.”
Twee jaar geleden een kaartje met een bosje tulpen. Want ik ben gek van bloemen, dat wist hij. Hij onthield dat soort dingen. De rest van het jaar deden we leuke dingen. Naar het strand, naar de kroeg, op de bank met een slechte serie en te veel chips. Maar op Valentijn? Dan was er een kaartje.

Nu staan ze vandaag bij zijn urn.
Mijn tuinkabouter.
Mijn muppet.
Mijn viva la vriendje.

Ik denk terug aan die patiënten, de cliënten, de zorgvragers.
Ik zie haar nog staan, met de bos rozen van haar man. Zestig jaar getrouwd, hij staat erbij met waterige ogen en zegt: “Ze was altijd al mijn Valentijn.”
Of aan de jonge gast met een doos Merci-chocolaatjes. Zijn vriendin ligt aan de chemo. Kale kop, grote ogen, maar ze lacht alsof ze net de loterij heeft gewonnen. Liefde onder een systeemplafond met TL-licht. Zeg mij dan nog maar eens dat Valentijn commercieel is.

Liefde is niet commercieel.
Liefde is iemand die je over je rug wrijft terwijl jij overgeeft.
Liefde is je hand vasthouden als de arts zegt dat er niets meer te doen is.
Liefde is een kaartje met een scheve pen.

Ik zit vandaag even in mijn tuin, ik kijk naar de blauwe regen, zijn blauwe regen... God wat heeft hij met engelen geduld dat ding vakkundig bijgehouden. Nu staat hij er nog dood bij, maar over een paar weken schiet het leven er weer in.

Ik heb een roos gekocht, ik ben er speciaal met mijn griep hoofd voor naar de supermarkt gegaan. heeft me deze week bestookt met mailtjes over een kaartje voor Sander. Geeft niet, ze weten immers niet dat hij dood is. Ze hebben ook het nieuwe adres niet van hem, dus ik moest er wel om grinniken.

Ik heb ze neergezet bij zijn urn en zachtjes gezegd: “Zie je wel, ik ben je niet vergeten.” Alsof hij dat ooit gedacht zou hebben.
Ik praat nog steeds tegen hem. Soms hardop, soms in mijn hoofd, soms als ik ’s nachts wakker word na weer een dienst waarin iemand is overleden.
Hij was mijn veilige haven. En ik, de broeder die altijd voor anderen zorgt, stond ineens zelf met lege handen.
Valentijn is voor mij geen geldklopperij. Valentijn is herinneren, vasthouden, huilen bij een urn met een roos.

Fijne Valentijnsdag allemaal en pak elkaar nog een keer goed vast! Koop die roos en wees gewoon weer één dag extra helemaal verliefd op elkaar!

Geloof in de Zorg: Ik heb geen religie, maar mijn patiënt wel en dat is helemaal goed.Weet je wat het mooie is aan de zo...
09/02/2026

Geloof in de Zorg: Ik heb geen religie, maar mijn patiënt wel en dat is helemaal goed.
Weet je wat het mooie is aan de zorg? Iedereen komt langs... Jong, oud, rijk, arm, vol tattoos of strak in pak, en ja, ook met alle mogelijke religies. En weet je wat mij dat uitmaakt? Helemaal niks.
Ik ben niet gelovig, nooit geweest ook! Maar ik zie elke dag hoe belangrijk geloof voor anderen is en daar heb ik oprecht respect voor. Want uiteindelijk gaat het niet om wat ík geloof, maar om wat jíj nodig hebt.

Geloof als Troost en Houvast
Soms zie ik een patiënt doodsbang de holding op gaan, terwijl ze een rozenkrans kapotknijpen in hun hand. Of iemand die zachtjes uit de Koran citeert terwijl ze de uitslag van hun onderzoek afwachten. Of een oude man die stiekem een klein Hindoeïstisch beeldje in z’n nachtkastje heeft staan en daar ’s avonds even tegen mompelt. En weet je? Dat vind ik mooi.
Het maakt me echt geen bal uit wát je gelooft. Als het jou kracht geeft, als het jou rust brengt, als het jou helpt om te dealen met al het ellendige dat op je pad komt, dan is dat het enige wat telt.

Jij Bidt, Ik Help
Ik heb weleens een patiënt gehad die me vroeg of ik met haar mee wilde bidden. Ik zei eerlijk: “Ik weet niet hoe dat moet, maar ik kan wel je hand vasthouden.” En dat was genoeg.

Ik hoef het niet te snappen, ik hoef het niet te voelen, ik hoef het niet te geloven. Mijn taak is simpel: ik ben er voor jou, op jouw manier. Wil je dat ik de kamer uitga zodat je rustig kunt bidden? Geen probleem. Wil je dat ik een kaarsje aansteek of je help herinneren aan je gebedstijden? Regelen we. Wil je gewoon even praten over hoe jouw geloof je helpt? Ik luister.

Geen Oordeel, Gewoon Zorg
In de zorg telt maar één ding: menselijkheid. Ik hoef niet met je eens te zijn over God, Allah, Vishnu of karma. Ik hoef niet jouw overtuigingen te delen om je met respect te behandelen.

Want laten we eerlijk zijn: als jij straks pijn hebt, bang bent, of gewoon even een arm om je heen nodig hebt, dan maakt het geen fluit uit of ik atheïst ben, of jij vijf keer per dag bidt. Wat telt, is dat ik er sta. Dat ik je opvang. Dat ik er geen seconde over twijfel om je hand vast te houden, met je mee te denken of gewoon even een grapje te maken om de spanning te breken.

Waar Ik Wél in Geloof?
Ik geloof niet in God, maar ik geloof wél in respect. In compassie. In eerlijkheid. In het feit dat iedereen zijn eigen manier heeft om door dit leven te banjeren en dat we allemaal een beetje extra zachtheid kunnen gebruiken, of dat nou van een gebed komt of van een zorgverlener die gewoon z’n werk met liefde doet.

Dus ja, geloof heeft voor mij niets met religie te maken. Maar als het jou helpt? Dan ben ik de eerste die ervoor zorgt dat je het kunt beleven zoals jij dat wil. Want dát is mijn geloof: zorgen voor jou, precies zoals je bent.
En daar heb ik geen religie voor nodig.

Wat een boek hè, Nachtdienst. 🌙Ik heb Nachtdienst van Rhijja Jansen uitgelezen en ik moest ‘m echt even laten bezinken. ...
06/02/2026

Wat een boek hè, Nachtdienst. 🌙

Ik heb Nachtdienst van Rhijja Jansen uitgelezen en ik moest ‘m echt even laten bezinken. Sommige boeken lees je, sla je dicht en ga je door. Dit was er zo eentje die nog even naast je blijft zitten.

Tijdens het lezen voelde ik bijna weer die nachtlucht op mijn huid. Dat stille moment rond een uur of drie, waarin de wereld klein wordt. Waarin het licht van de gang feller lijkt dan overdag en ieder geluid harder binnenkomt. De piep van een infuuspomp. Een zucht vanuit een kamer. Je eigen gedachten die ineens alle ruimte krijgen.

Wat Rhijja zo mooi onder woorden weet te brengen, is die eenzaamheid die tegelijk verbondenheid is. Dat je als zorgverlener ’s nachts soms alles draagt. De verantwoordelijkheid. De twijfels. De gesprekken die overdag nooit gevoerd worden. Maar ook die onverwachte intimiteit. Een cliënt die ineens vertelt over vroeger. Een hand die net iets langer in de jouwe blijft liggen.

Ik herkende mezelf in die bladzijden. In het schakelen tussen professioneel blijven en ondertussen mens zijn. In het gevoel dat je op dat uur van de nacht dichter bij iemand staat dan ooit.

Het boek bracht me terug naar mijn eigen nachtdiensten. Naar de momenten van stilte, maar ook naar de rauwe realiteit. Naar de keren dat ik de deur achter me dichttrok en wist: vannacht gebeurt hier van alles, en ik ben erbij.

Mooi hoe woorden dat kunnen doen.

Dank je wel, Rhijja, voor het laten zien van de nacht zoals wij ’m kennen.

Ambo Anthos uitgevers
Ben je nieuwsgierig naar het boek? Dan kun je hem hier bestellen:
https://ap.lc/YaLAg

Iedere zorgmedewerker in de wijk heeft ze. Collega’s zonder contract, zonder scholing en zonder enig gevoel voor profess...
05/02/2026

Iedere zorgmedewerker in de wijk heeft ze. Collega’s zonder contract, zonder scholing en zonder enig gevoel voor professionele afstand. Ze werken fulltime, nemen geen pauze en beoordelen je bij ieder bezoek opnieuw alsof je solliciteert naar de functie Toegang Tot Het Huis.

Ik heb er zo eentje in mijn route. Drie kilo hond met de geluidsinstallatie van een stadion. Zodra ik de bel indruk, ontploft het huis. Niet gewoon blaffen, nee, dit is een auditie voor een horrorfilm. Het soort lawaai waarbij buren zich afvragen of er een inbraak, een brand of het einde der tijden plaatsvindt. En dan hoor je binnen een stem: “Henkie! Stil nou, dat is de zuster!”

Henkie denkt daar anders over. Henkie vertrouwt niemand. Ik ben in zijn ogen geen zorgverlener, ik ben een verdachte met een tas vol mogelijk gevaarlijke pleisters.

Toch praten we iedere keer even, door de deur heen. Ik complimenteer hem met zijn inzet. Hij schreeuwt terug dat ik moet vertrekken. Professionele communicatie, noem ik dat.

En dan heb je de andere categorie: de overenthousiaste sociale werker. De deur gaat open en nog vóór ik “goedemorgen” kan zeggen, hangt er 25 kilo hond aan mijn knieën. Staart als een propeller, poten overal, tong in mijn gezicht. “Hij doet niks hoor!” zegt de cliënt geruststellend, terwijl ik mijn tas probeer te redden uit een situatie die lijkt op een georganiseerde overval.

Dit zijn de honden die je tas inspecteren alsof ze bij de douane werken. Bloeddrukmeter? Interessant. Handschoenen? Verdacht. Mijn broodtrommel? Nationale noodsituatie, openmaken voor inspectie. Ik voel me minder zorgprofessional en meer wandelende picknick.

Toch zijn dit ook de honden die naast je blijven staan tijdens wondzorg, alsof ze supervisie hebben. Die hun kop op je knie leggen tijdens het aantrekken van steunkousen. Die zuchten alsof zij het zware werk doen.

En dan is er de chef van de wijk. De grote herder die mijn auto herkent. Ik rijd de straat in en hij zit al bij het hek. Niet blaffend, niet dreigend, gewoon wachten. Alsof hij denkt: Ah, mijn collega van de buitendienst is er weer.

Hij loopt met me mee naar de voordeur. Houdt toezicht terwijl ik aanbel. Blijft liggen bij de stoep alsof hij de omgeving veilig houdt. Binnen krijg ik rapportage van de cliënt. Buiten krijg ik rapportage van hem. Die blik zegt alles: “Postbode geweerd, kat verjaagd en de situatie is onder controle. Koekje graag!”

En ja, die krijgt hij. Dit is geen omkoping, dit zijn arbeidsvoorwaarden.

Het gekke is: ze worden onderdeel van je route. Je plant ze mee in je hoofd. “Oké, eerst wondzorg, daarna medicatie… en dan even mentaal voorbereiden op Henkie.” Je weet wie blaft, wie springt, wie een snack verwacht. Je kent hun karakters net zo goed als die van hun baasjes.
En als zo’n hond er ineens niet meer is, is de straat stiller, de voordeur voelt anders. Want hoe hard ze ook blaffen of hoe vaak ze je bijna omver lopen, ze horen bij de wijk. Net als de stoeptegels, de voordeurbel en de geur van koffie bij binnenkomst.

Wij zorgen voor de mensen.
Maar die honden? Die houden stiekem een beetje toezicht op ons.

Het is zes uur 's ochtends. Mijn hoofd hangt nog in de mist van een te korte nacht, m'n koffiebeker staat gevaarlijk dic...
01/02/2026

Het is zes uur 's ochtends. Mijn hoofd hangt nog in de mist van een te korte nacht, m'n koffiebeker staat gevaarlijk dicht bij het randje van de tafel en mijn autosleutels liggen alweer onvindbaar ergens tussen de papieren op mijn bureau en de weekplanning. Maar geen tijd voor gedoe, ik moet naar mevrouw Van Gils. En mevrouw Van Gils heeft een medicijnklok.

Een nieuwe. Een hypermoderne. Een "slimme dispenser", zeggen ze dan, terwijl je hem op moet starten met een handleiding van 84 pagina’s, inclusief USB-kabel.
Bij binnenkomst ruikt het verdacht naar gemalen paracetamol en wanhoop. Mevrouw Van Gils zit op de bank, gewikkeld in een fleece dekentje met op haar schoot een plastic bakje... vol pillen. “Hij heeft weer gekotst, jongen,” zegt ze, terwijl ze met een soeplepel een witte pil van de grond probeert te vissen.
Ik draai mijn hoofd richting de boosdoener: het medicijnklok. Een klein, apparaat dat op een onschuldige kist lijkt, maar zich vandaag gedraagt als een bezeten doos. Iedere 10 seconden schiet er een zakje of een losse pil uit. Niet in het bakje. Al haar pillen liggen op de grond en over de kast.

Ik probeer op professionele toon te blijven: “Goedemorgen, ik kom even kijken naar uw medicatieklok.” Terwijl ik dat zeg, spuwt het apparaat met een satanisch ‘BEEP’ drie roze capsules mijn kant op. Eén belandt in het bakje. De andere twee verdwijnen achter de kast.

“Ik denk dat 'ie overspannen is,” zegt mevrouw Van Gils droog.
Ik buk om het snoer te checken, net op het moment dat het apparaat een medicijn zakje uitspuugt of het een soort maler is. Een hoog piepend geluid komt er uit de klok.

"Misschien is het de software?” stel ik voor, terwijl ik met een tissue de tabletten van mijn schoen schraap. "Misschien is het de duivel," bromt mevrouw Van Gils, die inmiddels met haar rollator achter het apparaat is gaan staan. "Als ik het zo zie, lijkt het meer op Norovirus dan op technologie."
Ik bel de klantenservice. Ze nemen niet op, natuurlijk niet. Dus ik doe wat elke doorgewinterde zorgverlener doet in crisistijd: ik haal de stekker eruit en hoop op een wonder.
Stilte.
En dan, ineens, een diepe gorgel en een laatste KLENG, alsof het apparaat zijn ziel uitbraakt, gevolgd door een eenzame vitamine D-tablet die in het bakje valt .
Triomfantelijk kijkt mevrouw Van Gils me aan. “Nou, d’r zit wel vooruitgang in.”
Ik plak een post-it op het apparaat: "NIET AANZETTEN. BEZETEN." en laat een handgeschreven schema voor de komende twee dagen achter. Pillen handmatig, zoals in de goeie ouwe tijd. Mevrouw Van Gils knikt goedkeurend. “Jij bent tenminste nog geen robot.”

Op de fiets naar mijn volgende cliënt vraag ik me af hoeveel subsidie deze pillenspugende duivelsdoos heeft gekost. En of ik straks ook vervangen word door een broederrobot die bij iedere valpartij in foutcode schiet.
Maar goed, eerst koffie. Met een paracetamol. Die ik handmatig slik, zonder hysterische piep of projectielbraaksel.

Een aantal weken geleden schreef ik een stukje voor Arts en Auto, het blad van VvAA!Zie hier het eindresultaat!
30/01/2026

Een aantal weken geleden schreef ik een stukje voor Arts en Auto, het blad van VvAA!

Zie hier het eindresultaat!

Julian Hooikaas: "Geen enkel zorgplan of verpleegplan vangt de angst van een moeder om vergeten te worden."

Ik maak er weleens harde grappen over, maar eerlijk is eerlijk: ik had zo naar de toneelschool gekund. Drama zit me niet...
27/01/2026

Ik maak er weleens harde grappen over, maar eerlijk is eerlijk: ik had zo naar de toneelschool gekund. Drama zit me niet in het bloed, het is mijn bloed. Als kind al, ik was er goed in, te goed misschien. Het Amsterdams toneel heeft een kans laten liggen, om mij niet zonder auditie aan te nemen!

Ik hoor Richard Groenendijk het nog zeggen: “Dan speel je de rol van je leven.”
Dat ging toen over een partner en kinderen, maar ik heb die zin geadopteerd alsof hij voor mij bedoeld was. Als lijfspreuk, als houvast en het werkt verrassend goed, ook in de zorg. Misschien juist wel daar aan het bed!

Ik sta voor zijn deur. De deur van Joop.
Even een schets van het beeld: Langdurige zorg, een CVA in zijn voorgeschiedenis en alles wat daarbij hoort. Zijn gedrag is lomp, zijn woorden hard en zijn lontje kort. Ik wéét dat het zijn hersenen zijn. Ik wéét dat ziekte gedrag kan vervormen. Maar iedere keer als je binnenstapt en zonder waarschuwing de volle laag krijgt omdat het leven niet meer luistert zoals vroeger, dan doet dat iets met je.
Het liefst zou ik op zulke momenten mijn scheur opentrekken en net zoveel geluid maken als het luchtalarm op de eerste maandag van de maand. Gewoon even alles eruit, klaar! Maar zo werkt het niet, niet hier, niet bij hem en niet bij mij!
Dus sta ik daar. Met een lichte misselijkheid ergens achter mijn ribben, hand op de klink. Twijfelend of het sociaal nog acceptabel is om mezelf ziek te melden terwijl ik al voor de deur sta. En precies op dat moment schiet die zin weer door mijn hoofd. Dan speel je de rol van je leven!

Ik moet erom grinniken. Adem in, adem uit en stap naar binnen.
Het toneel is geopend. De spotlights gaan aan, al ziet niemand ze behalve ik. Ik help hem naar het toilet, doe wat nodig is en praat ondertussen luchtiger dan ik me voel. Soms speel ik dommer dan ik ben, soms juist overdreven opgewekt. Af en toe gooi ik er iets onverwachts uit, niet om te provoceren maar om het patroon te breken. Toneel, ja. Maar geen nep toneel, meer een manier om zo subtiel als dat ik ben *kuch* de sleur te doorbreken.
Joop zit op de pot. Ik neem plaats op de douchestoel en vraag naar zijn CVA. In mijn hoofd zet ik me schrap voor de wind van voren die ongetwijfeld komt, maar die blijft uit.

In plaats daarvan vertelt hij. Over hoe hij altijd alles zelf deed, over onafhankelijk zijn, over kracht. En over hoe zijn eigen hoofd hem ineens in de steek laat. Terwijl hij praat, zie ik iets veranderen, zijn schouders zakken, zijn stem breekt. En daar, tussen zijn woorden door, krimpt de man die ik kende tot iets veel kleiners.
Hij zegt dat het leven niet meer zo leuk voelt. Dat hij bang is voor wat er nog komt, dat de weg ineens donker is geworden. En verdomme, die angst snap ik, echt!
Als je jong bent, ligt het leven voor je als strak asfalt. Nieuw, glad, overzichtelijk. Perfect om zonder nadenken vooruit te gaan. Maar hoe ouder je wordt, hoe slechter de weg. Er komen scheuren, kuilen, stukken waar je moet afremmen. En op een gegeven moment rijd je België binnen. Je schrikt je rot, weet niet waar je moet kijken en vraagt je af hoe je hier in hemelsnaam bent beland.
En als je dan ook nog afhankelijk wordt van anderen, van mensen zoals ik, dan wordt die weg pas echt eng.
Sinds dat moment kunnen Joop en ik samen verder. Niet vlekkeloos en zeker niet altijd gezellig, maar wel samen. Ik speel nog steeds de rol van mijn leven. Met grapjes, met plagerijen en soms met een onverwachte opmerking waardoor hij schrikt en daarna moet lachen. We komen niet altijd ver, maar we komen verder dan we dachten.

Dus ja, iedere ochtend stap ik opnieuw het toneel op.
In het stuk The Happy Nurse.
Ik zeg goedemorgen.
En wens u een hele fijne voorstelling. 😉

PS: sorry de foto is weer van A.I. ik mocht niet naar het oude luxor om foto's te maken, vinden jullie dat nou niet flauw 😂😂😂😂😂 Behalve mijn klokje op mijn kont vond ik het best leuk gelukt!

23/01/2026

Hij werd 95. Zo’n leeftijd waarbij mensen automatisch zachter gaan praten en voorzichtiger bewegen, alsof iemand elk moment kan breken. Maar bij hem klopte dat beeld niet, hij was nog best fief. Scherp van geest, rechtop in zijn stoel en met ogen die alles nog volgden. Dit was geen man die aan het wachten was, dit was een man die nog meedeed!

Hij zat tijdelijk in een ELV-kamer. Zo’n kamer waar dagen soms in elkaar overlopen en waar het leven even op pauze lijkt te staan, maar vandaag niet. Vandaag was anders, vandaag was zijn verjaardag.

Zijn jas lag klaar, zijn overhemd was net iets netter dan anders. En bij ieder geluid op de gang keek hij op. Zijn familie zou hem vanmiddag ophalen. Uit eten, en daarna naar de musical.
De musical Les Misérables!!! Hij vertelde het met dezelfde opwinding als een kind dat voor het eerst naar de dierentuin mag. Waar ze gingen eten, wist hij niet eens precies. Dat maakte ook niet uit, het ging om samen weg. Even niet hier, even gewoon opa, vader, schoonvader zijn. Geen cliënt, geen kamer, geen zorg.
Toen zijn familie kwam, veranderde de sfeer op de afdeling meteen. Gelach op de gang, jassen over stoelen. Omhelzingen die net iets te langer duurden.

Zijn gezicht lichtte op zoals je dat alleen ziet bij mensen die zich gedragen voelen, geliefd. Hij straalde, zijn ogen waren zelfs wat vochtig. Zo blij als een kind dat zijn verjaardag niet alleen herinnerd, maar ook gevierd werd.

Later die avond kwamen ze terug. Moe, voldaan, met verhalen over eten, muziek en alles wat ze hadden gezien. Twee kleinkinderen bleven slapen bij opa op de kamer. Geen zorgen, volwassen kleinkinderen, maar toch! Samen de nacht doorbrengen, gewoon omdat het kan, omdat het mag en omdat het leven soms ineens weer heel klein en heel mooi is.

De volgende ochtend kwam de vraag, een beetje schuchter bijna: of ze de oven mochten gebruiken voor afbakbroodjes. Natuurlijk, ga je gang, alsjeblieft. De geur van warm brood trok door de gang. Opa aan tafel, kleinkinderen erbij, koffie erbij, geen zorgsetting, geen instelling.

Gewoon een familieontbijt, in een ELV-kamer. Samen met mijn collega’s hebben we genoten, van zijn lach, van zijn trots, van hoe 95 ineens jong voelde! Omdat liefde dat doet, liefde haalt de zorg er even af, liefde maakt iemand weer mens, geen dossier.
En wij stonden erbij, met een glimlach!
Omdat dit is waarom we het doen.

Adres

Ameide

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Broeder Sjuul nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen

Share on Facebook Share on Twitter Share on LinkedIn
Share on Pinterest Share on Reddit Share via Email
Share on WhatsApp Share on Instagram Share on Telegram