11/02/2024
De Islaam geeft mooie richtlijnen over hoe wij een kind liefdevol kunnen begeleiden. Iets wat niet alleen de band versterkt, maar wat ook kan leiden tot positief gedrag bij jouw kind.
đ€Als ouder is het belangrijk om alvorens je iets wilt zeggen tegen jouw kind, jij eerst de verbinding probeert op te zoeken. Probeer daarom ook op dezelfde ooghoogte als jouw kind te gaan zitten en maak oogcontact. Gebruik zachte woorden en laat zien dat jij jouw kind ziet. Als jouw kind overstuur is en het even lijkt of niks werkt, kun je altijd een knuffel geven om te emoties te laten ontladen. Het is dus raadzaam om eerst een veilige plek te creĂ«ren voor jij jouw kind wilt toespreken.
âšAls je een instructie wilt geven, probeer dan geen harde toon of onduidelijke woorden te gebruiken. De instructie moet zo kort en duidelijk mogelijk zijn. Zinnen als: ânee het mag nietâ of âniet doenâ laten ruimte open voor het kind om verder na te denken. âWant als ik dit niet mag van mama, wat mag ik dan wel?â âWat bedoelt mama nou eigenlijk met ânee mag niet?â Als je wilt dat jouw kind goed begrijpt wat je bedoelt, is het raadzaam om aan te geven wat je wel wilt dat hij/zij doet, dus door je verwachtingen kenbaar te maken. âMama wilt niet dat je op de bank springtâ.
đ±En als je kind vraagt om iets dat niet mag, probeer dan niet gelijk met nee de vraag te beantwoorden, maar probeer het eens met âjaâ. âMama mag ik een snoepje?â âJa, vanavond na het eten mag je een snoepje.â Dit klinkt al veel minder negatief voor een kind. Het benadrukken van wat wel mogelijk is, helpt bij het stimuleren van positief gedrag en het begrijpen van verwachtingen.
đVerder is het ook fijn om opties te geven als je aangeeft dat iets niet mag. Het geven van keuzes als ouder toont het begrip en respect voor de autonomie van het kind. Het geeft het kind een gevoel van controle en betrokkenheid bij de besluitvorming, wat de relatie kan versterken. Door keuzemogelijkheden te geven, erken je de individuele behoeften en voorkeuren van het kind, waardoor het zich meer gehoord en begrepen voelt. Zeg bijvoorbeeld: âJe mag jouw broertje niet slaan, maar je mag hem een knuffel geven of over zijn hoofd aaienâ.
đ€