04/03/2026
๐ธ๐๐ค ๐ฃ๐ฆ๐ค๐ฅ ๐ค๐ก๐๐๐๐๐๐ ๐๐ค
Ze stapt met een lach, die op haar gezicht gebeiteld lijkt, mijn praktijkruimte binnen. Alert, pratend in hoog tempo, alles aan haar beweegt. Korte en abrupte gebaren, alsof haar lijf onder hoogspanning staat.
โSpanning? Nee, dat voel ik eigenlijk nooit,โ zegt ze. Ja, volgende week gaat ze vliegen en sinds een paar jaar vindt ze dat wel spannend. En haar zus start binnenkort opnieuw met chemo. Maar daar wil ze liever niet te lang bij stilstaan.
"Straks stort ik in", zegt ze.
โEn dan?โ vraag ik zachtjes.
Plotseling zijn daar tranen.
Ze huilt niet snel, zegt ze verbaasd. En slikt haar tranen weg. Ach, dat komt vast, omdat ze bijna ongesteld moet worden.
Maar als we samen iets langer blijven bij wat er vanbinnen gebeurt, wordt voelbaar hoeveel verdriet er zit. Hoe bang ze is haar zus te verliezen.
Haar manier van omgaan met moeilijke gevoelens is doorgaan. Hard werken. Druk zijn. Niet te veel voelen. Verdriet en angst liever niet. Boosheid ook niet. Blij zijn mag dan weer wel.
โIk ben รฉcht een blij ei.โ lacht ze. Haar tranen zijn alweer zorgvuldig opgeborgen.
We doen een oefening. Ze komt recht tegenover me staan. Heel dichtbij. Ze had niet nagedacht over waar ze ging staan. Ze deed het gewoon. Haar lijf blijft in beweging. Ze praat snel, lacht, wiebelt. Het ongemak is zichtbaar, al zegt ze dat het wel meevalt. "Ik sta hier prima, hoor."
Maar wanneer ze een andere plek mag kiezen, wat verder weg, ontdekt ze dat het daar toch beter voelt. Minder bekeken ook. Toch blijft ze bewegen. Misschien om niet stil te hoeven staan bij wat er vanbinnen speelt?
Zo onderzoeken we een aantal plaatsen in de ruimte. Ze lijkt niet goed te weten welke plek ze zal kiezen. Veraf? Dichterbij? Ik vertel haar iets over sociale zones en ondertussen beland ze bijna ongemerkt op een plek schuin voor me, op ongeveer anderhalve meter.
โHoe is het hier?โ
โRustiger,โ zegt ze. โEn ik voel me minder bekeken.โ Haar lijf lijkt vanzelf een plek te hebben gevonden die klopt.
Ik nodig haar uit om naast me op de behandelbank te komen zitten. Op haar eigen billen. Gewoon even zitten. Ademhalen. Aandacht naar binnen.
โVoel maar eens hoe het daar is.โ
Haar adem stokt. En dan begint ze te snikken. Heftig en rauw.
โMaar het voelt ook fijn en rustig,โ zegt ze verbaasd. โIk snap er niks van.โ
Als ik mijn hand zacht op haar onderrug leg, ontspant ze verder. "Hoe doe je dat? Normaal sta ik altijd aan. En nu ga ik een soort van uit. Wow...โ
Dat niet ik iets doe, maar zijzelf is een openbaring. Dat uitgaan, zakken in haar lijf, even niet-hoeven, ervaart ze als iets nieuws en het bevalt haar wel. โDit wil ik elke dag wel.โ grapt ze.
Soms is dit wat er gebeurt.
Dat iemand die denkt geen spanning te voelen, ineens ontdekt hoeveel er al die tijd gedragen is. Dat als je stopt met doorgaan, er rust ontstaat. Dat stilstaan en voelen niet betekent dat je instort. En dat je lijf al lang weet wat je hoofd nog niet durft toe te laten.