23/11/2025
Speciaal onderwerp:
"De herontdekking van onze verloren ziel" Deel II
Egyptische cultuur gespiegeld:
Die toenemende aandacht voor het fysieke lichaam
doet denken aan een tijd en een cultuur, die al ver
achter ons liggen, maar waarin eveneens zo’n sterke
aandacht voor het lichaam bestond: de Egyptische
cultuur. Meestal wordt gezegd dat die cultuur
ofwel het Egyptische tijdvak van 2907 voor Christus
tot 747 voor Christus duurde.
Ook in Egypte werd veel aandacht besteed aan het
lichaam, maar dan niet zozeer aan het levende
lichaam, maar vooral aan het dode lichaam.
De Egyptenaren staan immers bekend om de
mummies: hun kunst om het dode lichaam zo
te behandelen en te conserveren dat het nog
eeuwenlang kon blijven voortbestaan.
In allerlei musea over heel de wereld liggen
gebalsemde mummies uit die tijd die dus al
duizenden jaren oud zijn! Merkwaardig daarbij
is overigens dat we ons nooit hebben afgevraagd
of het eeuwenlang bewaren van zo’n gebalsemd
lichaam misschien wel eens een negatieve invloed
kan hebben op de verdere levensweg van de ziel
die eens dat lichaam bewoonde….
Eerdere culturen kenden de praktijk van het
balsemen niet. In de oeroude Indische cultuur en
in de oorspronkelijke Perzische cultuur leefde het
sterke besef dat je het dode lichaam maar het beste
kon verbranden, omdat de ziel zich dan vrijelijk, want
bevrijd van het fysieke lichaam, kon voortbewegen
op haar reis door de geestelijke werelden.
Maar in Egypte was dit een vanzelfsprekende weten;
het was immers geen geloof, maar een schouwend
weten, langzaam vervaagd en werd de dood een
vraagteken voor de mens.
Het uitzicht op het leven aan de overkant van de
dood was wazig, mistig en onduidelijker geworden.
Vanaf 3000 v. Chr. was het Kali Yuga ingetreden, het
donkere tijdperk, waarin de geestelijke wereld steeds
meer toegesloten werd. Alleen ingewijden konden
nog wat waarnemen. Daardoor kwam men op de
gedachte dat de gestorvene op zijn reis door het
hiernamaals de herinnering aan dat fysieke lichaam
en aan allerlei gebruiksvoorwerpen goed zou kunnen
gebruiken.
Dat mummificeren had grote gevolgen: de ziel kwam
voortdurend terug om naar haar, gemummificeerde,
lichaam te kijken, het te bewonderen en voorbereidingen
te treffen om de volgende keer weer precies zo’n lichaam
te krijgen. Sinds die Egyptische ervaring hebben we een
sterkere interesse ontwikkeld voor ons fysieke lichaam.
Velen ons ons hebben immers wel een Egyptische
incarnatie achter de rug en hebben vanuit dat leven,
en vooral vanuit het leven na de dood in die incarnatie,
die sterkere interesse voor het lichaam meegenomen.
En naast die aandacht voor het lichamelijke hebben we
vanuit die tijd een sterk ontwikkeld materie, ofwel een
sterk ontwikkeld materialisme meegenomen:
dat ontwikkelde zich als vanzelf uit die fascinatie voor
het dode lichaam.
Via de materie van het fysieke lichaam raakten we
gefixeerd op alle materie!
Hans Stolp
Wordt vervolgd