22/02/2026
🧙🫧Heksenspuug en trollensnot🧙🫧
Nieuw gecorrigeerd bericht
Het begint vaak bij regen.
Soms al op de eerste natte dag.
Je loopt, net als ik vandaag, langs een oude stam en ziet ineens wit schuim tegen de bast.
Gisteren was het er niet. Vandaag wel.
Zacht, onvast van vorm.
Alsof het zich precies daar heeft verzameld waar water, hout en tijd elkaar raken. Het bleek gewoon boomschuim te zijn.
Ik ging op zoek naar informatie over dit verschijnsel en zo kwam ik bij hele bijzondere benamingen
In verschillende streken kregen vreemde verschijningen in de natuur namen die veelzeggend zijn:
Heksenspuug
Heksenboter.
Heksenkaas.
Sterrenslijm
Trollensnot
In Engelstalige gebieden sprak men van sterrenslijm (star jelly), iets dat na regen of na een heldere nacht onder de sterren op aarde werd gevonden. Elders werd het wel heksenspuug genoemd, een naam die verraadt dat men dacht aan nachtelijke activiteiten van heksen, aan iets wat niet helemaal zichtbaar was maar wel sporen naliet.
Natuur en maanfasen speelden in volksbeleving een rol bij alles wat groeide, opborrelde of verscheen. De natuur reageerde op vocht, op licht, op ritme. Wat plotseling opdook werd niet alleen gezien als toeval, maar als onderdeel van een groter samenspel.
En dan is er nog iets.
In oudere Europese volksopvattingen werden bomen niet als “objecten” gezien, maar als bezielde wezens. Oude bomen hadden kracht, geheugen en aanwezigheid. Wanneer er iets ongewoons aan hun stam verscheen, vocht, hars, schuim, kon dat worden opgevat als een teken. Niet altijd als onheil, maar als een uiting van leven, van activiteit.
Van iets wat zich afspeelde tussen wortel en lucht.
Maar de oude namen vertellen minstens zoveel over hoe mensen de natuur beleefden als de wetenschappelijke naam over wat het precies is.
Heksenspuug, Heksenmelk en Sterrengelei
In mijn vorige bericht haalde ik een paar verschijnselen door elkaar. Dat gebeurt wanneer ik enthousiast wordt van oude volksnamen en dan te snel denk dat ik iets begrijp.
Dus bij deze: een kleine correctie.
En meteen een mooiere, zuiverdere uitleg.
In de natuur zijn er verschillende verschijnselen die vroeger aan hekserij of nachtelijke krachten werden toegeschreven. De namen klinken mysterieus, maar verwijzen naar heel verschillende dingen.
1. Heksenspuug (ook: Koekoeksspuug)
Dit is het schuimachtige, spuugachtige goedje dat je in het voorjaar (mei–juni) vaak ziet op plantenstengels en bladeren.
Wat is het werkelijk?
Het is een beschermend schuimnest van de larve van de schuimcicade (ook wel spuugbeestje genoemd).
De larve zuigt plantensap op en scheidt dit weer uit. Door er lucht doorheen te blazen ontstaat schuim. Dat schuim beschermt tegen uitdroging, kou en vijanden.
Het is onschuldig voor mens en plant en eenvoudig af te spoelen.
2. Heksenmelk
Dit is geen schuim, maar een volksnaam voor planten uit de wolfsmelkfamilie, zoals cipreswolfsmelk (Euphorbia cyparissias) of andere soorten uit het geslacht Euphorbia.
Wanneer de plant beschadigd wordt, komt er een wit, melkachtig sap vrij.
Belangrijk:
Dit sap is irriterend en giftig bij contact met huid of ogen.
Het opvallende melksap en de giftigheid zorgden ervoor dat deze planten in volksverhalen soms met hekserij werden geassocieerd.
3. Sterrengelei, Trollenboter en (ook wel) Heksenboter
Hier wordt het interessanter.
De naam sterrengelei (Engels: star jelly) werd gebruikt voor gelatineuze massa’s die na regen plotseling op de grond of op stenen werden aangetroffen. Men dacht vroeger dat het uit de lucht was gevallen, bijvoorbeeld na vallende sterren.
Een mogelijke verklaring voor zulke verschijnselen is Nostoc, een geslacht van cyanobacteriën.
Nostoc leeft onopvallend in bodem of op vochtige ondergrond.
Bij droogte zie je het nauwelijks.
Na regen zwelt het op tot een duidelijke, geleiachtige massa.
Omdat het plots zichtbaar werd na regen, kreeg het namen als:
Sterrengelei
Trollenboter
Maanspuug
Heksenboter
Heksengelei
Belangrijk om te weten:
De naam heksenboter wordt óók gebruikt voor bepaalde slijmzwammen. Volksnamen liepen door elkaar; men maakte vroeger geen biologisch onderscheid tussen cyanobacterie, slijmzwam of andere gelachtige verschijnselen.
Samengevat:
Heksenspuug → schuim van de schuimcicade (in het voorjaar op planten).
Heksenmelk → wit, giftig sap van wolfsmelkplanten.
Sterrengelei / Trollenboter / Heksenboter → gelatineuze massa’s na regen, vaak verklaard als Nostoc (cyanobacterie), maar historisch ook gekoppeld aan andere verschijnselen.
En eerlijk gezegd…
Heksenspuug is een naam die wel blijft hangen. 🌧🌿