23/12/2025
“Want wie de sterren blijft zien, ook in de nacht van het verdriet, kan het vertrouwen behouden dat niets voor niets is. En dat iedere ziel zijn weg kent. Ook terug naar de sterren” ~
Ik schreef een gastcolumn voor het winternummer van ‘Seizoener’ het tijdschrift voor de Waldorfwereld.
Het thema van deze editie is de Sterrenwereld en ik schreef een column over “sterven als thuiskomen”.
De winter is de tijd waarin alles naar binnen keert. De natuur trekt zich terug, het licht wordt schaars, de wereld lijkt te verstillen. Het is ook de tijd waarin de sterren helderder zichtbaar zijn dan ooit. Als de aarde kouder en donker wordt, opent de hemel zich. En juist dan kunnen we de vraag voelen opkomen: Waar komen wij vandaan, en waar gaan wij naartoe?
In mijn werk als uitvaartbegeleider leef ik dagelijks met die vraag. Niet als filosofisch probleem, maar als levend gegeven. Iedere keer wanneer een mens sterft, ontstaat er een ruimte waarin het aardse en het kosmische elkaar raken. Nabestaanden vertellen me vaak – soms aarzelend, soms zonder twijfel – dat ze voelen: hij is er nog, maar ergens anders. Of: zij is onderweg.
Vanuit de antroposofie weten we: de mens is niet alleen lichaam en psyche, maar ook een geestelijk wezen. Ieder mens daalt vanuit de geestelijke wereld neer in het aardse bestaan, om hier zijn of haar weg te gaan. We spreken dan ook van een geboorte — een komen op aarde. En wanneer het leven voltooid is, sterft het lichaam, maar keert de ziel terug naar haar oorsprong: de sterren, de kosmos, de geestelijke wereld.
Dat perspectief verandert alles.
Het maakt van een afscheid geen breuk, maar een overgang. Geen eindpunt, maar een reis. En het schept ruimte voor zorgvuldigheid: in de manier waarop we een lichaam verzorgen, opbaren, omringen. In het ritme van de dagen tussen overlijden en uitvaart.
Sterven vraagt om een cultuur van vertraging. Van toewijding. Van ruimte voor het mysterie. Juist in een tijd waarin de neiging bestaat om alles te regelen, te organiseren en te controleren, is het belangrijk om het sterven te benaderen met eerbied en stilte. Dan kunnen we het wonder ervaren dat het sterven óók is.