10/04/2015
Metafoor: Onbegrensd potentieel. De reis van Golfje.
Al z'n hele leven wilde Golfje de wijde wereld in.
Het leek hem geweldig om soortgenoten uit andere delen van de oceaan tegen te komen. Maar voorlopig had hij geen geld. "Je moet eerst zekerheid hebben in het leven, jongen", zei z'n vader dan altijd. Dus moest hij eerst lang naar school. Een vak leren. Maar hij wist echt niet wat hij wilde leren. "Ik word wel putjesschepper", zei hij dan maar.
Eindelijk, na een lange, saaie studie, had hij zijn diploma putjesschepper-op-zee gehaald. Al gauw had hij werk. En het verdiende goed, dat 'water-naar-zee-dragen'. Na een tijd had hij flink wat geld gespaard. Hij had nu, zogezegd, geld als water.
Toen, op een dag. hield hij het niet meer uit. "Pap, mam, ik ga nú de wijde wereld in!"
Golfje haalde al zijn geld van de rekening, en zo ging hij op pad.
Na een flinke tijd rollen was hij in een heel ander deel van de oceaan. Het was hier ook warmer. Zijn soortgenoten zager er ook anders uit. Langer, een beetje minder bol dan hijzelf. Al gauw merkte Golfje dat hij nagekeken werd. Als hij dan voorbij was, werd er achter zijn rug om, over hem gepraat. Een paar jonge golfjes riepen opeens: "Dikzak, dikzak!", en het duurde maar even of er kwam een hele groep golfjes achter hem aan, steeds maar roepend en scheldend. Golfje voelde zich niet op zijn gemak. Was hij daarvoor de wijde wereld ingetrokken?
"Hé vreemdeling, kom hier even zitten, bij deze rots!" Golfje keek om zich heen. Rechts van hem zag hij eem grote bruine rots, en naast de rots een golf, maar zó blank, dat je er dwars doorheen kon kijken. Hijzelf was gewoon, een beetje blauwig, en misschien ook een wel beetje breed, vond hij nu zelf. "Waar kom jij vandaan en hoe heet je?", vroeg de blanke golf vol belangstelling.
Golfje vertelde zijn verhaal. "Maar hoe heet jíj dan?", vroeg Golfje op zijn b***t.
"Mijn naam is Ieder", antwoordde de blanke golf. "Ieder?, wat bedoel je?", vroeg Golfje. Ieder nam de tijd.
"Je naam is vaak de naam die door je ouders is gegeven. Door je naam zit je door je ouders en die hun ouders enzovoort vast aan het verleden. En het lijkt ook net of je naam zegt wie je bent." "Dat is toch ook zo? Ik ben toch Golfje?" "Dat klopt. Maar wie is Golfje?" Golfje moest even nadenken. "Tja, ik ben van water, en ik wil wat beleven, ik wil wat zien van de wijde wereld." "Oké, en wie is dan die ik die van water is, en die iets wil beleven?" Daar kon Golfje geen antwoord op geven. "Stel je altijd van die moeilijke vragen", zei Golfje tegen Ieder.
"Dit zijn de vragen waar iedereen op uitkomt als hij op weg gaat", zei Ieder. " "Dan ben ik zeker nog niet lang genoeg op weg", zei Golfje, half in zichzelf. "Ieder had het gehoord. "Als iemand de vragen tegenkomt, is hij ver genoeg op weg om ze te begrijpen.", zei hij.
Golfje veerde op. "Hé, als ik goed heb geluisterd, hoorde ik mijn nieuwe naam! Klopt dat?" "Vraag dat niet aan mij", zei Ieder, "vraag het aan je hart." Golfje werd stil. Hij luisterde. Wat een mooie naam, 'Iemand'. Dat klonk zo... ja, hoe eigenlijk, zo... bijzonder! Ja, dát was het! Golfje was zo gewoon. Bij hem thuis heetten ze allemaal al Golfje. Maar Iemand... "Vanaf nu heet ik Iemand", zei Golfje, vol trots.
Toen keek hij Ieder aan. "Maar waarom heet jij eigenlijk Ieder? Dat is toch helemaal niet bijzonder?"
"Mijn naam doet er eigenlijk niet toe. Daar gaat het niet om. Dat is maar een buitenkant. En die buitenkant is voor iedereen gelijk; iedereen is immers van water? Van buiten ben ik iedereen. Maar mijn van binnen zit mijn ik. Die ziet alles anders dan jouw ik. En zelfs dat is niet helemaal waar."
Het werd een hele tijd stil. Iemand had geen antwoord en Ieder zei even niets.
"Wat geb***t er als ik doodga?", vroeg Iemand. "Wat denk je zelf?", antwoordde Ieder.
Hier had Iemand nooit goed over nagedacht, of hij durfde er niet over na te denken. "Besta ik dan nog wel?", vroeg Iemand. "Ja en nee", zei Ieder. "Vertel me eerst maar het ja-gedeelte", lachte Iemand. Met een glimlach vertelde Ieder: "Je ik is er nog steeds; die zal ook nooit verdwijnen. Je ik is een deel van het grote oer-ik; dat voelt misschien niet zo, maar als je dood bent dan weet je het. Nu zit je ik in deze golf en lijkt het alsof je er bent, los van alle andere golven. Het lijkt of je iemand bent. Eigenlijk ben je alles en iedereen."
Het bleef een heel lang stil. Iemand had tijd nodig.
"En nu het nee-gedeelte?", vroeg Iemand. "Ik denk dat je dat al wel in de gaten hebt, maar ik zal het je vertellen", zei Ieder. "Jij bestaat uit water, en alles om je heen is water. Je ik geeft je het idee dat jij heel bijzonder bent, dat je anders bent dan de andere golfjes. Op het moment dat je doodgaat, kom je erachter dat jij weer gewoon water bent, en je beseft dat je ik een deel is van het oer-ik." Iemand had nu veel om over na te denken. Bestonden golven nu wel of niet? Het was toch allemaal water? Hij vroeg het aan Ieder.
"Golven bestaan, kijk maar om je heen. Én water, de oceaan, bestaat ook, kijk maar om je heen. Kan er een golfje bestaan, los van de oceaan? Golven zijn er door de oceaan. En wat er ook met jou geb***t, Golfje, je komt altijd weer terug in de oceaan, en uiteindelijk zul je beseffen dat je ik deel is het oer-ik."
Iemand wist niet meer wat hij moest zeggen. Hij was in de war. En zijn naam; hij schaamde zich er een beetje voor; Iemand, alsof hij de belangrijkste golf was. Maar zijn hart had hem toch deze naam gegeven? Iemand nam een besluit. Voor de golven heette hij Iemand. En als ze hem Golfje zouden noemen, was het ook goed!
"Ik heb eens goed nagedacht, Ieder", zei Iemand. "Nou, vertel", zei Ieder. "Mijn naam is gewoon weer Golfje. Dan denk ik weer aan jou. En soms voel ik me Iemand."
Nu was Ieder stil. "Ik moet zeggen, je hebt snel bijgeleerd, Golfje! Ik kan je niets meer leren, en voor jou is het tijd om verder te trekken." Ze namen afscheid, en Golfje vervolgde zijn weg door de oceaan.