10/03/2026
Rekenen mag groeien
Rekenen is voor veel kinderen geen rechte weg. Het is eerder een pad dat stap voor stap ontstaat. Soms gaat dat vanzelf, soms kost het wat meer tijd. En dat is helemaal oké.
Voordat kinderen ingewikkeldere sommen kunnen maken, hebben ze een stevige basis nodig. Je kunt het vergelijken met het bouwen van een huis: eerst komt het fundament, daarna pas de rest.
In het rekenen spreken we daarom vaak over verschillende rekendrempels. Dat zijn kleine stappen in de ontwikkeling van een kind.
Het begint met gevoel krijgen voor getallen. Kinderen leren tellen, hoeveelheden herkennen en ontdekken wat getallen eigenlijk betekenen. Eerst tot ongeveer tien of twaalf, daarna tot twintig.
Wanneer dat steeds duidelijker wordt, gaan kinderen oefenen met optellen, af*****en en het splitsen van getallen. Ze ontdekken bijvoorbeeld dat 8 ook bestaat uit 5 en 3, of dat 4 en 3 samen 7 maken.
Daarna leren kinderen steeds flexibeler met getallen omgaan. Ze maken sprongen op een denkbeeldige getallenlijn, leren rekenen over het tiental en werken met grotere getallen tot honderd. Uiteindelijk komen ook de tafels in beeld.
Zo groeit rekenen langzaam verder.
Niet ieder brein leert hetzelfde
Bij rekenen doorlopen kinderen meestal drie fases.
Eerst komt het begrijpen: wat betekent een som eigenlijk?
Daarna ontdekken ze hoe ze de som kunnen oplossen.
En uiteindelijk komt het automatiseren: het antwoord komt sneller en zonder veel nadenken.
Voor veel kinderen gaat dat proces vanzelf.
Maar bij beelddenkers kan het anders verlopen.
Beelddenkers denken vaak in beelden, verbanden en grote gehelen. Hun hoofd ziet het totaalplaatje. Het eindeloos herhalen van losse sommen past niet altijd bij hun manier van leren. Daardoor kan het automatiseren van basisvaardigheden soms moeizamer gaan.
Dat betekent niet dat een kind het niet kan. Het betekent alleen dat het anders leert.
En wanneer we daar rekening mee houden, kan er vaak ineens weer beweging komen.
Spel opent de deur naar leren
Wat ik in mijn werk steeds opnieuw zie, is hoe krachtig spel kan zijn.
Wanneer kinderen spelen, ontspannen ze. Er komt ruimte voor plezier, nieuwsgierigheid en ontdekking. En precies in die ontspannen toestand kan het brein vaak veel makkelijker leren.
Voor beelddenkers werkt dat vaak nog sterker. Spelen sluit namelijk prachtig aan bij hun manier van denken: visueel, ervarend en in beweging.
Daarom gebruik ik in mijn begeleiding graag rekenspellen die aansluiten bij de verschillende rekendrempels. Elk spel oefent een bepaalde vaardigheid, maar dan op een speelse manier. Kinderen oefenen zonder dat het als “moeten” voelt.
En vaak gebeurt er dan iets moois:
het vertrouwen groeit weer.
Ook bij oudere kinderen kunnen deze spellen helpend zijn. Soms is de basis simpelweg nooit echt goed geautomatiseerd. Door op een speelse manier terug te gaan naar die basis, kan het rekenen alsnog steviger worden.
Dat het mag groeien.
Op zijn of haar eigen manier.