29/01/2026
“Zullen we dan naar het restaurant gaan waar we ook waren met Peter? Jammer hè, dat hij er niet meer bij is.”
Elke donderdag heeft Mirella van wijkteam BEL (Blaricum, Eemnes, Laren) een welzijnsmoment met Janus. “Vaak combineerde ik dit met het welzijnsmoment van cliënt Peter,” vertelt ze. “Helaas is Peter afgelopen zomer overleden. Dat heeft veel impact gehad op Janus. Hij mist zijn maatje.”
Vorige week was Janus jarig en hij wilde dit graag met Mirella vieren. Ze haalt hem op en stelt voor om samen naar Lage Vuursche te gaan om pannenkoeken te eten. Janus vindt het een prachtig idee: “Zullen we dan naar het restaurant gaan waar we ook waren met Peter? Jammer hè dat hij er niet meer bij is.”
Onderweg praat Janus honderduit: over de mooie omgeving, over zijn overleden vrouw, de fietstochten die ze samen maakten en over de welzijnsuitjes die hij met Mirella deed — ook die met Peter.
Wanneer Janus even stilvalt en zichtbaar geëmotioneerd raakt, laat Mirella hem rustig. Ze rijdt verder door een landschap van kale bomen, blauwe lucht en langs het huis van prinses Beatrix, op weg naar het restaurant.
Binnen wijst Janus de tafel aan waar ze de vorige keer met Peter zaten. Wanneer de ober zegt dat ze daar opnieuw kunnen plaatsnemen, schudt Janus vastberaden zijn hoofd. “Nee… liever niet.”
Ze kiezen een tafeltje bij het raam en genieten van pannenkoeken en warme chocolademelk. “Jammer hè dat hij er niet meer is. Hij kneep er zomaar tussenuit,” zegt Janus zacht.
Mirella luistert naar zijn herinneringen aan Peter: “… hoe hij de dag voor zijn overlijden nog bij Janus langs was geweest op zijn scootmobiel. Dat Janus nog ‘tot snel’ had geroepen, niet wetende dat Peter de volgende dag zou overlijden. Zomaar. Opeens. Uit het niets.”
Als er een traan over Janus’ wang rolt, reikt Mirella hem een servetje aan. “‘T is goed, Janus.” Hij glimlacht en bedankt haar voor de mooie middag. “Peter vergeten we nooit,” zegt hij. “Zo is dat Janus!” antwoord Mirella.
Na de pannenkoeken wandelen ze nog even samen in het zonnetje. Werklui hebben de straat opengebroken om kabels te vervangen. Janus vertelt dat hij vroeger ook vaak in de grond zat om kabels te leggen. De verhalen rollen eruit; Janus is weer helemaal op zijn praatstoel.
“Tot snel, Janus. Bedenk maar vast wat we volgende week gaan doen…”