20/01/2026
Religieuze verhalen zijn nooit alleen over geloof gegaan.
Ze zijn ontstaan uit de menselijke noodzaak om betekenis te geven aan ervaringen die groter zijn dan het individu.
Het is een psychologisch basisproces.
Neem het verhaal van Abraham.
Eeuwenlang gelezen als een oproep tot gehoorzaamheid, maar psychologisch gezien gaat het over iets anders:
het moment waarop een mens wordt geconfronteerd met de vraag wat hij bereid is los te laten om trouw te blijven aan datgene wat voor hem of haar wezenlijk is.
Het offer is geen daad, maar een innerlijke beweging.
De bereidheid om het meest dierbare niet langer te bezitten, maar toe te vertrouwen aan iets wat je niet volledig kunt controleren.
Dat is geen religie als dogma — dat is zingeving in zijn rauwste vorm.
Ook het Exodusverhaal laat dit zien.
De farao wordt telkens opnieuw geconfronteerd met de mogelijkheid tot verandering, maar kiest voor berouw uit angst (attritio) in plaats van berouw uit innerlijke erkenning (contritio).
Psychologisch herkennen we dit onmiddellijk.
Verandering is pas mogelijk wanneer iemand bereid is niet alleen het lijden te willen beëindigen, maar ook te onderzoeken welke betekenis dat lijden heeft gehad.
Wat het heeft beschermd.
Wat het heeft vastgehouden.
De oude Egyptenaren begrepen al dat het hogere een psychologische laag heeft.
Hun goden waren geen bovennatuurlijke wezens in moderne zin, maar belichamingen van psychologische principes.
Ma’at stond voor orde, waarheid en innerlijke samenhang.
Isfet voor chaos en ontbinding.
Zingeving was geen abstracte, verre Godenwereld. Het waren de principes in ons, wezenlijk gemaakt, tastbaar.
En dan zijn er ervaringen die niet netjes in een kader passen.
Geestverschijningen, stemmen, intense aanwezigheidservaringen. Wat deze ervaringen doen,is de vanzelfsprekendheid van de werkelijkheid doorbreken.
Ze dwingen iemand tot herziening van identiteit, waarden en richting.
Hier speelt mijn werk: onderzoeken hoe betekenis ontstaat, vastloopt of verstrikt raakt. Wat te geconcentreerd is — aan angst, identiteit of gevoel — en mag worden ontward, zodat er opnieuw vorm gegeven kan worden aan dat wat ons mens maakt.