06/02/2026
âSebastiaan, lieverd, wat heerlijk om je weer te zien.â
Sebastiaan kijkt op van zijn werk als de oude, zware deur van het hotel met een flinke zwaai open gaat. Hoewel het normaal gesproken een taak van zijn collegaâs is, kan hij het niet laten om zelf ook achter de receptie te staan en zijn gasten te ontvangen. De flamboyante dame die binnenstapt, is een vrouw die je niet over het hoofd ziet. Met haar weelderige, kastanjebruine haar en haar felrode lippen straalt ze een tijdloze elegantie uit. Haar huid, licht gebruind door jaren van reizen naar exotische bestemmingen, is met zorg onder-houden en straalt een gezonde gloed uit. Ze spreidt haar armen naar hem uit en haar expressieve hazelnootbruine ogen twinkelen van amusement en scherpzinnigheid. Sebastiaan ruikt het vleugje Chanel dat de komst van Godelieve altijd subtiel aankondigt.
âGodelieve, wat fijn dat je er weer bent. Ik had je morgen pas verwacht.â
âAch jongen, ik kon je niet meer missen. Ik dacht, ik ga gewoon. Als mijn kamer nog niet klaar is, slaap ik vannacht wel bij jou hoor. Geen enkel probleem. Ik zal heel stil liggen. En bovendien, als je op de geijkte aankomstdagen gaat, is het zo vreselijk druk op die boot. Nee, dan is het op een woensdag een stuk makkelijker. Dan zijn er tenminste galante mannen die je zonder zeuren willen helpen.â Sebastiaan ziet de ondeugende blik in haar ogen en lacht.
De taxichauffeur zeult de koffers binnen. Godelieve kijkt hem met een tevreden blik na als hij terugloopt naar de auto. âAardige jongen, heel behulpzaam. Hij mopperde helemaal niet toen hij zag hoeveel spullen ik bij me heb.â
Dan lacht ze breed. âJe kent me hĂš, ik kan niet zonder een behoorlijke garderobe. En als je drie maanden in een hotel lo-
geert, heb je toch behoorlijk wat spulletjes nodig.â
Sebastiaan checkt het register. âJe kamer is al klaar hoor, je kunt er zo in. Ik zal even bellen om je spullen naar boven te laten brengen. En je weet toch dat we goede contacten hebben met de wasservice in De Koog, je hoeft het maar te zeggen.â
âHĂš, heerlijk,â Godelieve spint bijna van genoegen, âhet is toch altijd wel thuiskomen als ik weer bij jou op Texel ben. De oversteek met de veerboot geeft het ook wel een bijzonder tintje. Gelukkig was de zee rustig, ik ben niet zo van dat gewiebel van die boot. En fijn dat jullie ook zoân goede relatie hebben met dat taxibedrijf. Ik hoefde maar te vertellen waar ik heen wilde en er kwam al iemand. Daar had ik onderweg nog wel wat schrik van. Ik was al lang blij dat ik iemand had gevonden die me naar Den Helder wilde brengen. Om dan nog te vragen of ze mee overvaren, tja, dat is dan toch wel erg veeleisend. Maar het is allemaal goed gekomen.â Ze kijkt rond. âWaar is Marieke, ze is er toch nog wel. Vorig jaar was ze net in dienst, weet je nog. â
Jullie hebben zojuist een fragment gelezen uit de roman "Hotel BelvédÚre" van Machteld Berkelmans.
Volgende week zullen we nog een stukje uit dit fantastische boek plaatsen.
"Hotel BelvédÚre" is vanaf 27 februari te verkrijgen, maar is nu al te reserveren via https://www.uitgeverijkeytree.nl/webshop.html