30/12/2025
Plantenkennis beweegt zich op de grens tussen het tastbare en het ongrijpbare, tussen materieel en immaterieel erfgoed. Aan de ene kant zijn er de planten zelf en de objecten die hun gebruik mogelijk maken, zoals vijzels, droogrekken, distilleerkolven, herbaria en schriftjes vol recepten. Dit materiële erfgoed is te zien, ruiken, proeven en voelen. Het draagt sporen van handen die hebben geoogst, bereid en doorgegeven. Toch vertelt het slechts een deel van het verhaal.
Minstens zo belangrijk is het immateriële erfgoed dat in plantenkennis besloten ligt. Dat bestaat uit verhalen, gebruiken, rituelen, liederen, seizoensgebonden handelingen en subtiele waarnemingsvaardigheden. Wanneer pluk je? Welke smaak duidt op kracht en welke geur op bederf? Welke delen van de plant gebruik je en welke laat je staan? Hoe verwerk je de oogst zodat geur, smaak en werking behouden blijven? Dit soort kennis laat zich moeilijk vastleggen in boeken alleen. Ze leeft in lichamen, in zintuigen en in sociale relaties. Vaak wordt ze mondeling overgedragen, van generatie op generatie, of stilzwijgend aangeleerd door mee te doen.
Etnobotanie richt zich precies op dit spanningsveld. Het vakgebied onderzoekt niet alleen welke planten mensen gebruiken, maar vooral hoe, waarom en binnen welke culturele betekeniskaders dat gebeurt. Planten zijn daarin geen neutrale grondstoffen, maar actoren in een netwerk van ecologische, sociale en spirituele relaties. Een geneeskrachtige plant is nooit alleen chemie. Ze is ook herinnering, landschap, geschiedenis en identiteit.
Wat daarbij opvalt, is hoe kwetsbaar immaterieel erfgoed kan zijn. Wanneer leefwerelden veranderen, talen verdwijnen of ritmes van oogst en bereiding worden onderbroken, bijvoorbeeld door oorlogen, raakt ook deze kennis gefragmenteerd. Tegelijkertijd is plantenkennis veerkrachtig, want het duikt telkens opnieuw op: in hedendaagse praktijken van wildplukken, fermenteren, ritueel werken of zintuiglijk leren. Niet als exacte kopie van het verleden, maar als een levende traditie.
Plantenkennis als erfgoed vraagt daarom om meer dan conserveren. Het vraagt om aanwezigheid, luisteren, oefenen en afstemmen. Deze kennis leeft niet in archieven alleen, maar in handelingen die steeds opnieuw worden uitgevoerd. Telkens wanneer een plant met aandacht wordt geoogst, bereid of gedeeld, krijgt dit erfgoed opnieuw vorm. Niet als iets dat vastligt, maar als een levende praktijk.
Mede daarom doe ik wat ik doe.