05/02/2026
Mariadistel is geen doorsnee keukenkruid, maar jong en zorgvuldig geoogst kun je er verrassend goed mee koken. Het draait om timing en bewerking. Oude planten zijn taai en bitter. Jonge rozetten zijn zacht, licht bitter en goed verteerbaar. Hieronder een recept dat klopt met zowel de plant als haar werking.
Jonge mariadistel met knoflook en citroen
Je gebruikt alleen jonge bladeren van de rozet, vóór de bloei.
De nerven zijn nog zacht en de bitterheid is mild.
Ingrediënten
jonge mariadistelbladeren
olijfolie of roomboter
1 teentje knoflook fijngehakt
sap en rasp van een halve biologische citroen
zout en witte peper
optioneel pijnboompitten of walnoten
Bereiding
Snijd eerst alle stekels zorgvuldig van de bladeren. Trek eventueel de dikste nerf eruit als deze al stevig is. Spoel de bladeren goed.
Breng water met wat zout aan de kook en blancheer de bladeren één tot twee minuten. Giet af en spoel kort koud. Dit haalt de scherpte en temt de bitterstoffen zonder de werking te verliezen.
Verhit olijfolie of boter in een pan. Fruit de knoflook zachtjes, niet laten kleuren. Voeg de mariadistel toe en bak kort mee tot alles warm en glanzend is.
Breng op smaak met citroensap, rasp, zout en peper. Werk eventueel af met geroosterde noten.
Serveertips
Lekker als warm bijgerecht bij vis of ei
Ook mooi door een lauwwarme linzensalade
Of fijngehakt door een omelet
Plantenkundige noot
De leverondersteunende werking zit vooral in de zaden, rijk aan silymarine. De bladeren zijn milder en vooral spijsverteringsondersteunend en licht bitter. Dit recept is geen medicinale dosering maar een voedende keukentoepassing.
Mariadistel in de keuken vraagt respect. Jong oogsten, goed bewerken en niet overdrijven.