14/02/2026
ππππ ππ ππ ππππ? πππ ππ ππ ππππππππππππ...
Je weet wat je wilt zeggen.
Maar je keel knijpt dicht. En er komt niets.
Dat klinkt als beeldspraak. Maar je keel knijpt echt dicht.
Fysiologisch.
Je keel is het smalste punt tussen wat je voelt en wat je uitspreekt.
De spiergroep rondom je keelholte trekt samen bij stress.
Reflexmatig en onbewust.
Je nervus vagus, de langste zenuw van je lichaam, loopt vanuit je hersenstam dwars door je keel.
Die zenuw reguleert of jij in rust bent of in overleving.
En zodra je systeem overschakelt naar bescherming, bevriest je stem.
Je stembanden spannen aan.
Je ademhaling wordt hoog.
Je keel voelt dik, alsof er iets in zit wat er niet uit mag.
En dan zeg je: "Nee, niks aan de hand."
Of je zegt helemaal niets.
Ergens in jouw geschiedenis heeft je lichaam geleerd dat jouw stem niet welkom was. Dat wat jij voelde te veel was.
Misschien werd het afgestraft.
Misschien genegeerd.
En negeren zegt: wat jij voelt, bestaat niet.
Je lichaam onthoudt alles wat je hoofd allang is vergeten.
Niet als herinnering, maar als reflex.
Een keel die dichtgaat op het moment dat het spannend wordt.
Dus nu zit je tegenover die ander. Je voelt iets opkomen.
Iets waarvan je weet: als ik dΓt uitspreek, oefff dan wordt het echt.
En je keel sluit.
Je kaak spant aan.
Je schouders trekken omhoog.
Niet omdat je niet wilt praten.
Maar omdat je lijf nog steeds beschermt wat er toen niet mocht zijn.
Die brok in je keel is geen zwakte.
Het is bescherming.
En zolang die bescherming niet het signaal krijgt dat het nu anders is?
Niet in woorden, maar echt in het lijf?
Dan blijft de deur dicht.
Wat helpt is vertragen.
Je hand op je keel leggen. Zachtjes.
Voelen wat daar leeft.
Ademen naar die ruimte die zo klein is geworden.
Niet om het te fixen.
Maar om het te laten weten: ik voel je.
Pas als je zenuwstelsel registreert dat het nu veilig is, ontspannen die spieren en komt er ruimte.
En dan komen de woorden.
Niet omdat je ze bedacht hebt.
Maar omdat ze er eindelijk door mogen.
Liefs Sas