27/01/2026
Je leest vaak indrukwekkende en inspirerende verhalen uit de revalidatie. Over mensen die hun tegenslagen met veel optimisme en doorzettingsvermogen weten te overwinnen. Zelden lees je over de โandere kantโ van dit proces, over het verdriet waar veel revalidanten mee te maken hebben; de rouw over dat wat niet meer kan zoals vroeger. Mijke Tan beschrijft dit in haar openhartige blog.
-------------------------------
Onzichtbaar letsel is een bekend begrip. Maar hoe zit dat met onzichtbare tranen?
Mensen die revalideren hebben moeten inleveren. In hun carriรจre, financieel, hun fysieke ambities, hobbyโs of hun sociaal leven. Of, als je pech hebt, op al deze vlakken.
Kijk naar wat je nog wรฉl kan: een opmerking die iedere revalidant vaak heeft gehoord. Probeer positief te blijven. Wees optimistisch. Kijk niet alleen naar wat er niet meer kan. Goedbedoeld advies natuurlijk, en wijs ook. Ga je enkel kijken naar wat er niet meer is, dan ligt een depressie op de loer. Dus kijken we naar wat we nog wel kunnen, en halen daar dankbaarheid en trots uit.
In welke mate dit lukt, is van vele factoren afhankelijk. Voor een groot deel wordt dit door je karakter bepaald. De รฉรฉn is nou eenmaal meer optimistisch ingesteld, terwijl de ander sneller door een zwarte bril kijkt.
Gelukkig ben ik op de wereld gezet met een redelijke portie optimisme. Dit is geen verdienste of een keuze. Dit is mijn karakter en ik kan me niet voorstellen dat ik anders met de situatie om zou gaan dan hoe ik het nu doe. Ik heb sinds mijn hersenoperatie behoorlijke dips gehad, maar het lukt me steeds weer om daaruit te krabbelen. Na regen komt zonneschijn, zullen we maar zeggen.
Ik heb veel baat gehad bij mijn positieve kijk, maar er is ook een keerzijde. Mijn omgeving ziet een fysiek gezonde vrouw. Dat mijn brein soms functioneert als een dooie kwal en mijn energie soms halverwege de middag al volledig op is, zien zij niet.
Mijn omgeving ziet een vrouw die โwerktโ. Dat dit totaal ander werk is dan het vak waar ik ooit voor koos en voor opgeleid ben, zien ze niet. Mijn omgeving ziet een moeder van drie kinderen die alles doet wat andere moeders doen. Dat ik mijn eigen lat niet haal en dat ik moet inleveren op andere vlakken om de moeder te kunnen zijn die ik wil zijn, dat zien ze niet.
Mijn omgeving ziet een sociale vrouw, die uiteten gaat met een vriendin en een praatje maakt met de buurvrouw. Dat die etentjes nog maar een paar keer per jaar plaatsvinden en dat ik me op sommige dagen letterlijk achter de geraniums verstop voor de buren, dat zien ze niet. Mijn omgeving ziet een vrouw die tijdens de feestdagen gezellig met de familie zit te tafelen. Dat ik daarna vierentwintig uur alleen maar kan huilen en slapen, dat zien ze niet.
Wat ook vaak onzichtbaar blijft voor de omgeving is het bijbehorende verdriet om wat er niet meer is: die baan, die vriendschap, dat uitje met de kinderen. Niet iedereen zal dit rouwproces delen met de omgeving. Tranen komen nou eenmaal vaak in stilte. De volgende ochtend sta je op, en bekijk je de wereld weer een stuk zonniger. Als iemand je vraagt hoe het gaat, zul je weer glimlachend antwoorden โnaar omstandigheden gaat het eigenlijk best goedโ. โMooiโ, zal de ander denken, โdat mijn collega/ partner/ vriend(in)/buur, zo positief met zijn of haar letsel omgaat.โ Het verdriet blijft onzichtbaar.
Zo bestaat er dus niet alleen onzichtbaar letsel, maar ook onzichtbaar verdriet. Onzichtbaar lijden. Onzichtbare rouw. Onzichtbaar zelfmedelijden. Onzichtbare tranen.
Mensen die revalideren of hebben gerevalideerd moeten verder leven met een nieuw normaal, hebben allemaal iets in moeten leveren. Er is vaak een hoop veranderd in je lijf en in je hoofd, maar je karakter blijft (meestal) hetzelfde. Je wilt dezelfde dingen als vroeger. De verlangens, ambities en behoeften blijven bestaan, maar een deel daarvan kan niet meer nagestreefd worden. Daar zit de pijn. De pijn die vaak onzichtbaar blijft.