04/03/2026
Mijn onderstroom en mijn Psoas.
De stilte durven ingaan naar wat wezenlijk roept.
Na dertig jaar werken met het lichaam en ruim tien jaar psoaswerk, merk ik dat ik steeds meer leef en werk vanuit de kwaliteiten die ik zo vaak terugzie in de Psoas: diep verscholen, steunend, beschermend en afgestemd op wat werkelijk dienend is.
De afgelopen jaren – en zeker de laatste maanden – ben ik zelf diep en stil geweest. Afgedaald naar het donkere in mij. De overgang als vrouw die ongemakkelijk én transformerend is. Een periode die me uitnodigde om te rusten, te vertragen en eerlijk te kijken naar wat niet langer past. Alleen te handelen wanneer het werkelijk klopte. Mezelf volledig meenemen, in plaats van te reageren vanuit oude overlevingspatronen.
Dat klinkt misschien zwaar. Voor mij voelde het vooral waar. De stilte bracht rust. Een wijsheid die ontstaat wanneer je niet steeds vooruit beweegt, maar durft te blijven bij wat zich aandient.
Is het me altijd gelukt? Zeker niet. Mijn neiging om te fixen, pleasen en zichtbaar te blijven is hardnekkig. Het idee dat ik moet posten om online aanwezig te zijn. Terwijl mijn lichaam soms iets anders vraagt. Steeds vaker kies ik ervoor om die spanning niet direct op te lossen, maar te voelen. De rouw om waar ik mezelf eerder verliet. En in die bedding ontstaat ontspanning.
Wat me raakt: juist in de periodes van minder zichtbaarheid vonden de meest wezenlijke ontmoetingen plaats. Mensen vonden me precies op het moment dat het klopte. Zonder duwen. Zonder trekken.
Misschien herinnert dit me eraan dat er kracht ligt in minder.
Minder woorden. Minder ruis.
Meer afstemming. Meer aanwezigheid.
En dat onderstroom altijd werkt — ook als je haar niet ziet.