08/02/2026
Je wordt niet dik van vet
Waarom we van plantaardige vetten dik kunnen worden
Een compleet metabool verhaal — helder uitgelegd, maar diepgaand
De meeste mensen hebben geleerd dat plantaardige oliën gezonder zijn dan dierlijke vetten. Ze zouden beter zijn voor hart en gewicht. Toch zien we in de praktijk iets anders: meer overgewicht, tragere stofwisseling en meer metabole klachten — juist in de periode waarin zaadoliën massaal zijn gaan domineren in de voeding.
Om te begrijpen hoe dat kan, moeten we niet alleen naar calorieën kijken, maar naar hoe vetten de energieproductie in het lichaam beïnvloeden.
Want vetverlies begint niet bij minder eten.
Het begint bij hoe goed je cellen brandstof kunnen omzetten in energie.
Het lichaam als energie-systeem
Elke cel in je lichaam bevat mitochondriën — kleine energiecentrales.
Daar wordt voeding omgezet in:
• Energie (ATP)
• Warmte
• Koolstofdioxide (CO₂)
Wanneer dit proces goed werkt:
• Heb je stabiele energie
• Blijf je warm
• Verbrand je makkelijk vet
Wanneer het slecht werkt:
• Word je moe
• Krijg je het koud
• Sla je sneller vet op
De kwaliteit van vetten in je voeding speelt hierin een grote rol.
Wat maakt plantaardige vetten anders?
De meeste industriële plantaardige oliën (zoals zonnebloem-, soja- en maïsolie) zijn rijk aan meervoudig onverzadigde vetten, ook wel PUFA genoemd.
Hun structuur bevat meerdere “dubbele bindingen”.
Dat klinkt technisch, maar betekent simpelweg:
Deze vetten zijn chemisch kwetsbaar en instabiel.
Vergelijk het met olie die snel ranzig wordt wanneer je die open laat staan.
Diezelfde instabiliteit kan ook in het lichaam problemen geven.
Wat gebeurt er in je cellen?
Vetten worden ingebouwd in celmembranen — de buitenkant van elke cel.
Die membranen bepalen:
• Hoe voedingsstoffen binnenkomen
• Hoe hormonen signaleren
• Hoe energie wordt geproduceerd
Wanneer stabiele vetten (zoals verzadigd vet) in membranen zitten:
• Blijven structuren stevig
• Werken enzymen optimaal
Wanneer instabiele PUFA domineren:
• Worden membranen kwetsbaarder
• Oxideren ze sneller
• Lekken signalen makkelijker
Dit beïnvloedt direct de energieproductie.
Mitochondriën raken ontregeld
PUFA kunnen zich ook inbouwen in mitochondriën zelf.
Daar verstoren ze de zogenaamde ademhalingsketen — het proces waarmee zuurstof wordt gebruikt om energie te maken.
Gevolg:
• Minder ATP (energie)
• Minder warmte
• Minder CO₂
Je lichaam maakt dus minder energie uit dezelfde voeding.
Minder energie = meer vetopslag
Wanneer cellen minder energie produceren, moet het lichaam compenseren.
Dat doet het via stresshormonen:
• Adrenaline
• Cortisol
Deze hormonen maken brandstof vrij, maar hebben een prijs:
• Ze verhogen bloedsuiker
• Ze verhogen insulineresistentie
• Ze stimuleren vetopslag
Het lichaam kiest veiligheid boven vetverbranding.
Schildklier: de metabole thermostaat
De schildklier bepaalt hoe snel je stofwisseling draait.
Actief schildklierhormoon zorgt voor:
• Warmteproductie
• Vetverbranding
• Energie
PUFA kunnen deze werking remmen door:
• Activatie van hormoon te blokkeren
• Receptorwerking te verstoren
• Transport in cellen te verminderen
Resultaat:
• Trager metabolisme
• Moeite met afvallen
• Koude intolerantie
Vet verbranden heeft suiker nodig
Dit klinkt tegenstrijdig, maar vet verbrandt het best wanneer glucoseverbranding goed werkt.
Glucose levert namelijk:
• Cofactoren voor vetoxidatie
• Signalen voor energieproductie
• CO₂
PUFA verstoren ook dit proces.
Ze remmen enzymen die glucose omzetten in energie.
Gevolg:
• Glucose wordt slecht gebruikt
• Vet wordt slecht verbrand
• Vet wordt opgeslagen
Interne oxidatie: vet dat “roest”
Door hun instabiliteit oxideren PUFA makkelijk.
Dit heet lipide-peroxidatie.
Hierbij ontstaan schadelijke stoffen die:
• Celmembranen beschadigen
• Mitochondriën verstoren
• Ontsteking verhogen
Het lichaam reageert door metabolisme te vertragen en vet op te slaan om schade te beperken.
Ontsteking en hormonale effecten
PUFA zijn grondstoffen voor ontstekingssignalen zoals prostaglandinen.
Chronisch verhoogd leidt dit tot:
• Vocht vasthouden
• Pijn
• Insulineresistentie
Daarnaast versterken ze oestrogeensignalering, wat vetopslag bevordert — vooral rond buik en heupen.
Opslag: waarom het effect jaren blijft
PUFA worden opgeslagen in:
• Vetweefsel
• Hersenen
• Celmembranen
Ze blijven daar gemiddeld 2–4 jaar.
Dat betekent:
• Oude voeding beïnvloedt huidige stofwisseling
• Veranderingen kosten tijd
Je lichaam verbrandt vooral wat het opgeslagen heeft.
Lever, gal en vetafvoer
Geoxideerde vetten moeten worden afgevoerd via de lever.
Dat gebeurt via:
• Gal
• Detoxroutes
• Glucuronidering
Dit proces vereist energie, koolhydraten en eiwitten.
Bij een trage stofwisseling:
• Blijven vetten circuleren
• Ontsteking stijgt
• Vetverbranding daalt
Stress, vrije vetzuren en de vicieuze cirkel
Wanneer stresshormonen hoog zijn, komen veel vetzuren vrij uit vetcellen.
Maar in een laag-energetisch systeem:
• Kunnen die vetzuren niet goed worden verbrand
• Oxideren ze
• Veroorzaken ze schade
Dit verergert metabole vertraging.
Het verschil met verzadigde vetten
Verzadigde vetten zijn stabieler.
Ze:
• Oxideren nauwelijks
• Beschadigen mitochondriën niet
• Ondersteunen schildklierfunctie
Ze maken membranen sterker en energieproductie efficiënter.
Daardoor:
• Meer warmte
• Minder stress
• Betere vetverbranding
Vetverlies vanuit metabool perspectief
Vetverlies gebeurt wanneer:
• Energieproductie hoog is
• Schildklier actief is
• Bloedsuiker stabiel is
• Ontsteking laag is
PUFA verstoren al deze factoren tegelijk.
Daarom kunnen mensen aankomen ondanks:
• Minder calorieën
• Meer sporten
• “Gezonde oliën”
Hoe het lichaam deze vetten opruimt
Het lichaam kan PUFA verwijderen, maar langzaam.
Via:
• Leververpakking
• Galafvoer
• Celvernieuwing
Dit proces versnelt wanneer:
• Energieproductie verbetert
• Koolhydraten voldoende zijn
• Schildklier goed werkt
Crashdiëten vertragen dit juist.
Conclusie
Vanuit metabool perspectief dragen plantaardige zaadoliën bij aan gewichtstoename niet omdat ze “vet” zijn, maar omdat ze:
• Energieproductie verstoren
• Schildklierwerking remmen
• Vetverbranding blokkeren
• Ontsteking verhogen
• Stresshormonen activeren
Het lichaam slaat vet op wanneer het geen energie kan maken.
Herstel je energieproductie, dan volgt vetverlies vaak vanzelf.
Afsluiting
Wanneer je het metabolisme echt leert begrijpen, verandert ook hoe je naar voeding kijkt. Het gaat dan niet meer alleen over calorieën, macroverhoudingen of discipline — maar over energie, veiligheid en celgezondheid.
Wat we de afgelopen decennia als “normaal” zijn gaan zien in onze voeding, heeft onze biologie langzaam maar zeker verschoven. De vetten die we dagelijks gebruiken, worden letterlijk onderdeel van onze cellen — en bepalen daarmee hoe goed we energie maken, hoe we hormonen verwerken en of ons lichaam vet wil verbranden… of juist vasthouden.
Herstel begint daarom niet bij restrictie, maar bij het herstellen van de omstandigheden waarin je lichaam weer efficiënt energie durft te produceren:
Warmte.
Stabiele bloedsuiker.
Voedende koolhydraten.
Stabiele vetten.
Rust in het stresssysteem.
Van daaruit kan het lichaam stap voor stap oude vetten vervangen, ontsteking laten zakken en metabolische flexibiliteit terugwinnen.
Niet geforceerd.
Maar fysiologisch logisch.
Liefs,
Birgitte
Wil je beter begrijpen wat jouw metabolisme nodig heeft om weer efficiënt energie te maken — en hoe voeding, hormonen en weefselgezondheid daarin samenkomen?
Volg voor meer inzichten rond metabole gezondheid, thermografie en hormonale balans, of plan een metabole intake met de SO/check bij Thermografie Amsterdam voor een persoonlijke analyse.
Samen kijken we verder dan symptomen — naar de onderliggende fysiologie.