27/02/2026
We staan in een kring tijdens taaldans en rekendans.
Dan roept een kleuter een scheldwoord naar mij. Het is alsof de lucht even uit de ruimte wordt gezogen. Het wordt stil. Een paar kinderen slaan hun handen voor hun mond.
Ik zeg niets. Ik blijf staan. Laat de stilte haar werk doen. Je voelt het: hier is een grens geraakt. Zonder dat iemand hem uitspreekt. Dan kijk ik hem aan. “Wat gebeurt er nu?”
Hij haalt zijn schouders op. Het is nog steeds stil. “Hoe komt het dat het zo stil is, wat denk je?”
“…Door wat ik zei.” “Dat kan niet hè,” zegt hij zacht. “Wat maakt dat het niet kan?” “Het is niet netjes.” We praten even over respect. Over wat woorden met iemand doen.
“Hoe zou jij het vinden als ik dat tegen jou zeg?” “Dan word ik boos.” “Voel jij je nu boos, juf?” vraagt een meisje. “Nee,” zeg ik. “Ik schrok wel even.” “Ik ook!” roepen er een paar.
Ik had kunnen zeggen: Dit mag niet. Ga maar even op de bank. Maar dan leg ik mijn grens op. Nu gebeurt er iets anders. Hij voelt het effect van zijn woorden. Hij hoort het in de stilte. Hij ziet het bij de anderen.
De les komt niet van mij. Hij ontstaat in de kring. Ik geef alleen woorden aan wat er al voelbaar is. Dat is voor mij liefdevol begrenzen.