27/01/2026
Als SEH-verpleegkundige denk je dat je na een paar jaar werken de meeste ziektebeelden wel een keer voorbij hebt zien komen. Natuurlijk, geen dienst is hetzelfde, maar koorts, benauwdheid, buikpijn, trauma’s – het zit allemaal in je systeem. Totdat er ineens een naam valt die je niet kent. Of beter gezegd: een ziekte waar je wel eens vaag van hebt gehoord, maar die je nog nooit écht hebt meegemaakt.
Dat was voor mij de ziekte van Kawasaki.
Het was een drukke avonddienst. Zo’n dienst waarin de wachtkamer vol zit met verkouden kinderen, een paar heupfracturen en de ambulance net iets te vaak van alles op de Spoed eisende hulp brengt. Halverwege de dienst meldde zich een gezin met een jongetje van vier jaar met ‘Hoge koorts, al dagen’. Op zich niets bijzonders: dit horen we wel vaker.
Maar toen ik hem zag, voelde het meteen anders.
Hij lag futloos tegen zijn moeder aan, duidelijk ziek. De koorts was hoog en al vijf dagen aanwezig, ondanks paracetamol. Zijn ogen waren opvallend rood, zonder pus of afscheiding. Zijn lippen droog en felrood, bijna alsof ze verbrand waren. En toen ik zijn handjes bekeek, zag ik dat ze gezwollen waren, rood, warm. Zijn tong? Aardbeirood.
Ik weet nog dat ik dacht: wat is dit?
De ouders waren ongerust, maar ook vermoeid. Ze waren al twee keer bij de huisarts geweest. “Waarschijnlijk een virus,” was gezegd. En eerlijk is eerlijk: dat is het ook meestal. Maar ergens begon bij mij een belletje te rinkelen. Niet omdat ik het direct herkende, maar juist omdat het beeld zo compleet was en tóch niet in één hokje paste.
De kinderarts werd erbij gehaald en samen liepen we de symptomen langs. Langdurige koorts. Conjunctivitis. Veranderingen aan slijmvliezen. Uitslag. Gezwollen extremiteiten. En toen viel het woord: Kawasaki. De kinderarts herkende direct alle symptomen.
Ik schaam me er niet voor om te zeggen dat ik het moest opzoeken. En ik was niet de enige.