17/12/2025
Schildklierwaarden: Waarom "normale" bloedwaarden niet altijd het hele verhaal vertellen.
Blijft u kampen met klachten als uitputting, brain fog, gewichtstoename en stemmingsproblemen, terwijl uw schildklierwaarden binnen de referentiekaders vallen? In de praktijk ligt de oorzaak echter zelden in de schildklier alleen. Factoren zoals chronische stress, stille ontstekingen en darmbelasting kunnen de rT3-vorming activeren: een soort 'handrem-hormoon' dat de werking van uw actieve schildklierhormoon blokkeert.
Daarnaast zien we vaak een verminderde receptorwerking, waarbij uw cellen als het ware 'doof' worden voor het schildkliersignaal. De hormonen zijn dan wel in uw bloed aanwezig, maar ze kunnen hun werk op celniveau niet doen. In mijn praktijk kijken we verder dan de standaardwaarden en onderzoeken we waar de blokkade in uw systeem werkelijk zit, zodat uw stofwisseling weer echt geactiveerd wordt.
1. rT3-vorming: De "handrem" op de stofwisseling
In een gezonde situatie zet uw lichaam het inactieve hormoon T4 om in het actieve T3. T3 is de 'brandstof' die u energie geeft. Echter, bij stress, chronische ontsteking of een zware darmbelasting, maakt het lichaam een foutieve afslag.
Het mechanisme: In plaats van actief T3 te maken, produceert het lichaam Reverse T3 (rT3).
De metafoor: Zie rT3 als een "spiegelbeeld" van T3. Het lijkt op de juiste sleutel, maar het kan het slot niet omdraaien.
Het probleem: rT3 bezet de receptoren (de sloten) waar normaal gesproken het actieve T3 op moet landen. Hierdoor wordt de werking van het echte schildklierhormoon geblokkeerd.
Gevolg: U heeft voldoende hormoon in uw bloed (de referentiewaarden kloppen), maar uw cellen kunnen er niets mee. Uw stofwisseling staat op de handrem.
2. Receptorwerking: Het "verroeste slot"
Zelfs als er voldoende actief T3 beschikbaar is en er niet te veel rT3 wordt aangemaakt, kan er nog steeds iets misgaan bij de receptorwerking. De receptoren zijn de landingsplaatsen op de celwand die het signaal van de schildklier moeten doorgeven aan de kern van de cel.
Het mechanisme: De gevoeligheid van deze receptoren kan afnemen. Dit noemen we ook wel 'schildklierhormoon-resistentie'.
Oorzaken: Tekorten aan specifieke nutriënten (zoals vitamine A, zink en selenium), een hoog cortisolgehalte (stress) of toxische belasting zorgen ervoor dat de receptor minder goed reageert.
De metafoor: Er is voldoende brandstof (T3) en de weg is vrij, maar het slot van de deur is verroest. De sleutel past wel, maar de deur gaat niet open.
Gevolg: Het signaal om energie te produceren bereikt de celkern niet. U ervaart alle symptomen van een traag werkende schildklier (zoals kouwelijkheid en vermoeidheid), terwijl de bloedwaarden suggereren dat er "niets aan de hand is".
Waarom dit onderbelicht blijft
In de standaardzorg wordt meestal alleen gekeken naar de TSH en soms vT4. De omzetting naar rT3 en de gevoeligheid van de receptoren worden in regulier bloedonderzoek vrijwel nooit gemeten. Hierdoor worden patiënten vaak met de boodschap "het zit tussen de oren" naar huis gestuurd.
Vallen uw schildklierwaarden binnen de normale referentiewaarden, maar ervaart u toch nog typische schildkliergerelateerde symptomen? Dan kan het zinvol zijn om ook de rT3-vorming en de TSH-receptorwerking te laten onderzoeken.
Meten = Weten! Kies voor de schildklierdiagnostiek van WelPsy. Hierin worden de volgende parameters onderzocht: TSH, fT3 (vrij), fT4 (vrij), T3 Reverse, Anti-TPO, Anti-Tg, TSH-receptor, Testosteron en Oestradiol.